Het radicale midden

Zaterdagavond zag ik op YouTube de congresspeech van Alexander Pechtold. Ik had gelezen dat hij CDA, PvdA en VVD verweet dat ze met het populisme heulden. Van de middenpartijen waren niet alleen de zuilen verdwenen, maar was nu ook ‘de tempel ingestort’.

In zijn speech stelde Pechtold dat D66 wel kiest voor het radicale midden, specifiek het ‘progressieve radicale midden’.

Blijkbaar had hij het congres van het CDA ook goed gevolgd, want hij stelde dat ‘het CDA ook zegt het radicale midden te willen kapen’. De kans dat dat ook zou gebeuren achtte hij echter klein, want ‘Verhagen heult met het populisme’ en danst naar het pijpen van SGP en PVV.

Grappig genoeg kwam de speech van Pechtold voor een groot deel overeen met die van Verhagen een week eerder. Beiden kozen onverbloemd voor Europa en keerden zich tegen de gedachte ‘dat we terug kunnen naar het oude’. Beiden spraken over het ontstaansrecht van Europa als ‘nie wieder Krieg’ en het economisch belang van Europa voor een handelsnatie als Nederland. Pechtolds oproep dat de leiders in Europa meer moeten doorpakken en dat Nederland weer een leidende rol in Europa moet spelen, zou Verhagen als muziek in de oren hebben geklonken.

Ook de aansporingen tot meer hervormingen zijn in het CDA niet aan dovemansoren gericht. Sociaal-economisch zitten CDA en D66 vrijwel op dezelfde lijn, met dit verschil dat het CDA inderdaad te maken heeft met een gedoogakkoord met de PVV, waarin een aantal van de gewenste hervormingen zijn tegengehouden.

D66 wijkt echter af van het CDA met het progressieve etiket dat Pechtold het radicale midden wil geven. Waar D66 een liberale visie heeft op de mens, kiest het CDA niet voor de kracht van het individu, maar voor het gemeenschapsdenken: de mens komt tot zijn recht in de relatie tot de ander. Wat dat betreft zouden beide partijen prima naast elkaar passen in het ‘radicale midden’.

Op het CDA-congres nam Aart Jan de Geus, voorzitter van het Strategisch Beraad, deze woorden in de mond. Dit vanuit de gedachte dat het CDA groot is geworden vanwege zijn verbindende rol, waarbij niet de markt van het liberalisme of de overheid van de sociaal-democratie centraal staat maar het middenveld. Het Strategisch Beraad moet daaraan een moderne invulling geven.


Waar Pechtold zich bij de keuze voor dat radicale midden afzette tegen ‘het machtsdenken’, werd De Geus op het CDA-congres bekritiseerd omdat zijn uitspraak een uiting zou zijn van datzelfde machtsdenken. De uitgangspunten moeten de positionering bepalen, zo luidde de tegenwerping, niet de keuze voor het midden.

Het was bijzonder dat het weerwoord op die kritiek een week later kwam van de leider van D66, ooit door een directeur van het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA betiteld als de ‘antithese’ van het CDA!

In dit geval bracht Pechtold echter – ongetwijfeld onbedoeld – de synthese. Juist met een keuze voor het radicale midden, als tegenhanger van populisme, doet het CDA recht aan zijn uitgangspunten. Want wie vanuit uitgangspunten politiek bedrijft, durft tegen de onderbuik van de samenleving in te gaan.

Terecht noemde Pechtold Europa als voorbeeld: krachtige besluitvorming wordt daar gehinderd door het binnenlandse draagvlak van de regeringsleiders van de eurozone. Nationale belangen prevaleren soms boven de Europese, zoals Pechtold terecht stelde. Uiteindelijk zijn daarmee de kiezers die men wil behagen ook niet beter af. Voor Nederland is Europa letterlijk broodnodig.

Ik denk overigens ook niet dat de Nederlanders Europa zat zijn, maar het gevoel hebben dat hun het eerlijke verhaal niet wordt verteld.

Dat zie ik ook als het ‘radicale’ van het midden: het eerlijke verhaal vertellen omdat dat dat beter is voor de toekomst van ons land. Laat de PvdA maar neigen naar de SP en de VVD naar de PVV: CDA en D66 passen wat mij betreft prima samen in dat radicale midden!