Nooit meer Griekenland

De Griekse premier George Papandreou heeft zijn land definitief onmogelijk gemaakt door vorige week eerst een referendum over het Europese steunpakket te willen uitschrijven en dat later weer in te trekken. Ondertussen was er steeds onduidelijkheid of hij zou aanblijven of niet. Begrijpelijk dat de andere Europese leiders, die niet op de hoogte waren gesteld van de plannetjes van de Griekse premier, des duivels waren. Weg was het beeld dat na de top in Brussel de eurocrisis onder controle was gebracht.

Dat neemt niet weg dat alle Europese leiders hun crisisbeleid op den duur aan hun kiezers zullen moeten voorleggen. Daarom deed alle paniek nogal overtrokken aan en hebben ze zichzelf bij alle klachten over een vermeend democratisch tekort in Europa ook nog eens extra verdacht gemaakt. Voor de eurosceptische buitenwereld was het prijsschieten. Daarbij had een Grieks referendum een eind kunnen maken aan de nu al twee jaar slepende onzekerheid. Als de Grieken hadden ingestemd met het voortgaan met de euro, had dat het Europese crisisbeleid een minimum aan democratische legitimiteit verschaft, al was het met het mes op de keel. Bij een Grieks ‘nee’ zouden de Grieken zelf hebben besloten uit de euro te stappen. Dan verklaren de Grieken zichzelf niet alleen bankroet, maar ook tot ‘geval apart’ dat niet meer te helpen is. Het besmettingsgevaar naar andere landen is dan ineens een stuk kleiner geworden. Een Grieks referendum had voor Europa niet rampzalig hoeven uitpakken, juist omdat iedereen daarover bij voorbaat al panisch deed en er niet veel meer te verliezen is en misschien wel veel te winnen.

Dat klinkt paradoxaal, maar de beurzen zullen een Grieks failliet inmiddels wel in de koersen hebben verwerkt, en het grootste gevaar zit in landen als Italië en Spanje en de angst dat de Noord-Europese landen niet meer voor de euro willen instaan. Ik denk dat de steunpakketten die in Brussel zijn afgesproken, laten zien dat die laatste vrees ongegrond is, terwijl de Griekse odyssee zo grillig en exclusief is geworden dat de Grieken hun escapades niet langer op de rest van Europa kunnen verhalen. Zij zijn na een lange omzwerving weer thuis en hebben nog een hele koude kermis voor zich. Bovendien lieten Angela Merkel en Nicolas Sarkozy voor het eerst onomstotelijk weten dat de eurozone desnoods ook zonder Grieken verder kan. Dat is winst, want een Grieks vertrek, tot vorige week taboe, is nu geen probleem voor hun geloofwaardigheid meer. Duitsland en Frankrijk hebben de handen vrij om zich van de Griekse molensteen om hun nek te verlossen.


Voor de Griekse bevolking, die dankzij het bedrog van de eigen leiders met een Europees ‘dictaat’ wordt geconfronteerd, is dit uiterst pijnlijk, maar het verwijt dat Duitsland Griekenland zou willen koloniseren raakt kant noch wal. Het probleem is en blijft dat de Grieken er zelf zo’n puinhoop van hebben gemaakt. Nu mag het land als bakermat van de democratie pas echt bewijzen wat zelfbestuur vermag. Het is gemakkelijk roepen dat Europa een ondemocratisch monster is, maar landen die er op kosten van de rest een potje van maken, moeten tot de orde worden geroepen. Tot nu toe ontbrak het Brussel daarvoor aan machtsmiddelen. Maar het Griekse voorbeeld heeft daar een eind aan gemaakt.

Zeker voor Duitsland draaide de Europese eenwording om ‘nie wieder Krieg’. Daardoor slikte het veel. Ook nu nog waarschuwen Merkel en Sarkozy voor het uiteenspatten van de eurozone, dat tot hernieuwd oorlogsgevaar kan leiden. Bangmakerij, vinden velen (ik niet). Naar mijn mening staat de Europese pacificatie wel degelijk op het spel, omdat er een pandemonium uitbreekt als staten in een muntunie zomaar van hun schulden kunnen weglopen. Daar móet een zware sanctie op staan. Griekenland laat aan alle eurolanden zien hoe het niet moet en wat de consequenties zijn als je het vertrouwen van de markten verliest. ‘Nie wieder Griechenland’ is het nieuwe Europese devies. En het werkt: zie Italië, dat zich ‘uit vrije wil’ onder curatele van het IMF laat plaatsen.