Suikersnuitje

Ik werk in de mannenwereld die de televisie in Nederland is. ‘Suikersnuitje’, ‘lekker ding’ of, met een beetje geluk, ‘meissie’ zijn de kwalificaties waarmee ik aangesproken word. Als ik een vurig betoog afsteek tegen mijn leidinggevenden, reageert de een eerst met: “Zeg, je ziet er goed uit.” En de ander met: “Ze is mooi hè, als ze boos is.” Mijn medeverslaggevers (allen man) hebben er lol in mij ter ochtendbegroeting met geweld tegen de muur te pinnen/hard in mijn oor te kreunen/me in een houdgreep lucht te ontnemen/me gemeen hard waar dan ook te knijpen/me te swaffelen met een rubberen kunstpenis van een halve meter. In de montagekamer wordt bij menig item de grootte van mijn borsten besproken (te klein). En dus ook of ik ze niet eens moet laten ‘oppompen’. Vaak wordt dit in groepsverband nog wat uitgebreider ge-analyseerd. In de Verenigde Staten had ik hiervoor vijftig seksisme-rechtszaken kunnen aanspannen, én winnen. In Nederland prijs ik mezelf gelukkig een van de jongens te zijn, zij het eentje met tieten. Want onder dat vliesje apenrotsgedrag wordt er oprecht naar me geluisterd, word ik goed betaald, als journalist gewaardeerd, en net zo goed als ieder ander een probleemwijk in gestuurd waar klappen kunnen vallen. Mannen hebben, zeker in een mannenwereld, een beetje machismo nodig om overeind te blijven. Het heeft iets van een laatste strohalm in deze tijd van verschuivende rolverdeling, en daarmee iets vertederends. Ik gun het ze van harte.

Mannen die roepen ‘Ik ben een feminist’ vind ik eng. Die verdenk ik van onzuivere motieven. Aan dubbele-moraalridders als de Amerikaanse ex-politicus Eliot Spitzer, die ten strijde trok tegen de prostitutie ‘in al haar vrouwonvriendelijkheid’ en vervolgens een hoerenloper bleek.

Antiseksisme lijkt veelal een hol modewoord dat het goed doet in de publieke opinie, en als leidraad van links-socialistische stromingen. Paul Rosenmöller, wiens vrouw tijdens zijn fractievoorzitterschap van GroenLinks twee dagen in de week werkte en verder zijn onderbroeken streek, weet daar alles van. Ook de Occupy-beweging, die immers anti-alles is, laat zich voorstaan op haar antiseksisme. Ik was onlangs op het Beursplein voor een reportage. Een handvol vrouwen zag ik tussen de jungle van elkaar overschreeuwende mannen. Geen van hen sprak tijdens de General Assembly, de Occupy-versie van democratische besluit-vorming. Stilletjes hielden ze zich op, helemaal achterin bij de voedseltent.

Occupy Amsterdam is net zo antiseksistisch als antiglobalistisch. Ze voeren de actie en dragen de maskers die ze hebben afgekeken bij hun makkers elders op de aardbol, ze schrijven op een bord ‘Seksisme is als kapitalisme’ en duwen vervolgens hardhandig een vrouw weg voor mijn camera om zelf het woord te voeren. Doe mij maar een laagje geswaffel en daaronder gewoon gelijkheid, in plaats van andersom.

Jojanneke van den Berge