Weg met de aftrek!

Dit keer was het Nederlandsche Bank-president Klaas Knot die over de hypotheekrenteaftrek begon. Die moet aangepakt worden, zo liet hij weten. Knots voorganger Wellink vond dat ook, evenals een leger economen. De afgelopen tijd voegde de Eerste Kamer zich bij hen, en zelfs de grootste hypotheekverstrekker van het land, Rabobank, liet weten dat de aftrek aan revisie toe is.

De druk op de hypotheekrenteaftrek neemt dus toe -hoe hard coalitiepartners VVD en CDA ook roepen dat ze er niet aan tornen omdat er rust nodig is op de huizenmarkt.

Die mantra wordt steeds lachwekkender, met die boze ondertoon van ‘foei Knot, wat onverantwoord om burgers te vertellen hoe het zit, straks liggen ze er ’s nachts wakker van en kopen ze geen huizen meer!’ Want rust op de markt dwing je niet af per decreet. Vraag maar aan Silvio Berlusconi, die de rente op Italiaanse staatsleningen al maanden omlaag probeert te praten door te zeggen dat alles goed komt. Knot heeft gelijk als hij het kabinet erop wijst dat mensen niet gek zijn. Ze zien een wankele economie, steeds meer overheden en particulieren die gebukt gaan onder schulden, en steeds meer argumenten tégen de renteaftrek. Deze coalitie mag de aftrek dan met rust willen laten, de volgende kan wellicht niet meer om een beperking van de subsidie heen.

Voor echte rust is duidelijkheid nodig, geen misplaatste daadkracht.

Het gaat niet eens over de vraag of de hypotheekrenteaftrek moet verdwijnen. Ik durf te stellen dat iedereen het daarover stiekem eigenlijk wel eens is, zelfs premier Mark Rutte. Het probleem zit hem in de vraag hoe de pijn te verdelen. Kijk maar naar de argumenten die voor- en tegenstanders gebruiken. Die verraden de eigen agenda.

Allereerst Knot en de Rabobank. Hen gaat het om de financiële stabiliteit. Te veel Nederlandse huishoudens zijn niet bestand zijn tegen dalende huizenprijzen. Ruim de helft van alle hypotheken is aflossingsvrij, en een fors deel van de Nederlanders woont in een huis dat minder waard is dan de schuld die erop rust. Bewoners van zo’n huis die de komende jaren werkloos worden of gaan scheiden, komen, als ze verder geen spaarpot hebben, flink in de problemen: ze blijven zitten met een restschuld. En zij niet alleen, de banken bij wie ze hun hypotheek afsloten ook.


Niet alleen wegens de financiële stabiliteit willen economen de aftrek aanpakken, maar vooral om de woningmarkt te saneren. Die wordt nu op allerlei manieren verstoord: door kunstmatige huurprijzen, huurtoeslag, renteaftrek en een raar bouwbeleid. In totaal is jaarlijks zo’n 25 miljard euro met die verstoring gemoeid, bijna de helft daarvan betreft de hypotheekrenteaftrek. En ja: daar hebben we allemaal vreselijk last van. Starters bijvoorbeeld: die kunnen geen huis kopen door de hoge prijzen. En ook wie net meer verdient dan modaal: die kan niet huren in de sociale sector, en moet vrijwel altijd huren voor 800 euro of meer. Wie de huizenmarkt wil aanpakken, kan niet om de aftrek heen.

Toch is dat niet de belangrijkste reden voor de linkse oppositie om in te grijpen. Sterker: links vreest oplossingen voor de woningmarkt, zodra die ook de – lage – huren en de toeslag raken. Het gaat links erom dat hoge inkomens ten onrechte meer van de aftrek profiteren dan lage. Bij PvdA, SP en GroenLinks staat de hypotheekrenteaftrek dan ook op het lijstje van mogelijke bezuinigingen, waarvoor rijk de rekening betaalt.

Precies om die reden wil Mark Rutte, en dan is het cirkeltje rond, voorlopig niet aan de aftrek tornen. Ooit was de VVD hard op weg zich uit te spreken voor afschaffing van de aftrek, juist omdat het een marktverstoring is en een subsidie. Maar dat was in de goede tijden, toen er ruimte was om de ingreep te compenseren met lagere belastingen. Die tijden zijn voorbij. Voor Rutte is de aftrek een correctie op de – naar zijn mening – te hoge belastingen op hoge inkomens.


Iedereen wil van de aftrek af, de pijn zit hem in het verdelen van de opbrengst.