Lofzang op de trui

Nooit was ik een truiendrager. Alleen al het woord ‘wol’ was voldoende om meteen te gaan krabben. Een trui was ook te zeer een kledingstuk dat toebehoorde aan mannen die pijp rookten en die hun vrouw gedurende een oneindig huwelijk met ‘mammie’ waren gaan aanspreken. Wij droegen strak gesneden jasjes, of misschien eens een sweater in de vrije tijd, maar een wolletje, no way.
Ik kwam tot inkeer, toen ik in 2003 mijn baan verloor als gevolg van een reorganisatie. Ik vond in een sporttas een oude trui van mijn vrouw en trok die aan. Het was een donkerblauwe V-hals die iets te groot was, maar hij zat verder als gegoten. Later noemde ik hem ‘de Ties’, naar de oorspronkelijke eigenaar, een collega van mijn vrouw die ’m eens had aangeschaft voor een golftoernooi en ’m daarna aan haar had gegeven.
Lees verder en reageer

frans van deijl