Pepperspray moet voor vrouwen vrij verkrijgbaar zijn

In een Amsterdams ziekenhuis ligt een vijftigjarige man op sterven. Hij werd vorige week door vier mannen betrapt toen hij aan het inbreken was. De vier timmerden hem vervolgens in elkaar. Geweld gebruiken tegen inbrekers mag, maar met mate en ‘proportioneel’, zegt VVD-premier Mark Rutte. Ben ik het met Rutte eens? Reken maar – pacifist was ik op mijn achttiende. Was er in dit geval sprake van proportioneel geweld? Natuurlijk niet. Volkomen terecht dus dat één van de verdachten vast zit op verdenking van poging tot doodslag.

Vanochtend toverde een vrouwelijke kantoorgenote een klein busje pepperspray tevoorschijn, een bijtend goedje dat door de politie wordt gebruikt om agressieve verdachten af te stoppen. “Heb ik altijd bij me. Voor noodgevallen,” zei ze achteloos. Mijn kantoorgenote is strafbaar. Pepperspray is in Nederland een verboden wapen – het bezit ervan wordt bestraft met een forse geldboete of zelfs een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaar. Maar ik vind het prima dat ze het busje bij zich draagt. Wat mij betreft mag élke vrouw zich wapenen met pepperspray.

Iedereen weet dat vrouwen heel veel vaker slachtoffer van aanranding en verkrachting zijn dan mannen. Een vriendin van me is in het vorige decennium ‘s nachts op straat aangevallen door een man op een fiets. Ze was volkomen kansloos. Dat zou ze niet zijn geweest als ze pepperspray in het gezicht van haar belager had kunnen spuiten. Wie dat spul in zijn ogen krijgt wil nog maar één ding: die ogen als de gesmeerde bliksem uitspoelen.

Een tijdje later ging een vriend van me naar Oostenrijk. Ik had het incident met hem besproken. “Zal ik in Oostenrijk een busje pepperspray voor haar kopen?” vroeg hij. “Dat spul is daar vrij verkrijgbaar.” “Doe maar,” zei ik zonder aarzelen. Mijn vriendin protesteerde flauwtjes. “Dat spul is wettelijk verboden. Straks krijg ik een boete, of erger.” Ik vertelde haar over een gesprek dat ik ooit voerde met een Amerikaanse politieman. Hij zei: “Je moet in eerste instantie jezelf beschermen, want de politie komt bijna altijd te laat.”

Sindsdien reist het busje pepperspray mee in haar tas als ze ‘s nachts alleen over straat moet. Als het niet in haar tas zit, staat het op de hoedenplank bij haar voordeur. Ook een inbreker die te veel lawaai maakt heeft dus een probleem.

Ik ben, kortom, van mening dat elke vrouw pepperspray bij zich moet kunnen dragen. Zonder zo’n verdedigingsmiddel legt een vrouw – die vier jaar judoën in haar kindertijd ten spijt – het in 99 procent van de gevallen af tegen een man. Heel belangrijk hierbij is dat pepperspray niet tot blijvende oogschade leidt. Het doet wat het moet doen: een agressief individu afstoppen, meer niet. Er is dus prake van ‘proportioneel geweld’. Ik blijf fel tegen messen en vuurwapens.

Wat mij betreft mag pepperspray dus ook in Nederland gewoon worden verkocht. Maar dan alléén aan vrouwen, die de aankoop moeten laten registreren, zodat er zicht blijft op wie er met dat spul rondloopt. Elke vrouw mag slechts één busje kopen, en dat uiteraard alleen in noodgevallen gebruiken – het strenge oordeel over de proportionaliteit is aan de rechter.

Ja, de kans is aanwezig dat sommige vrouwen dat busje aan een man zullen geven. Wat mij betreft blijven die mannen (je zou kunnen discussiëren over de vraag of je voor bejaarden een uitzondering moet maken), en ook de vrouw die hen het busje heeft verstrekt, dan wél strafbaar. Je moet nu eenmaal ergens een grens trekken.

[[poll uid=572]]

boudewijn geels