Frontsoldaat in Libië

Een van de rebellen in Libië komt uit Rijswijk en is de zoon van de hoogste Libische diplomaat in Den Haag. Een gesprek in Misrata met een jongen die niet hoefde maar móest vechten. ‘Ja, ik heb gedood. Dat is het idee van een oorlog.’

“Hé hallo,” zegt Kamal Tabuli op vriendelijke toon terwijl hij zijn hand uitsteekt. Samen met drie vrienden ploft hij neer in de dikke, lederen stoelen van een hotellobby in Misrata, een deels verwoeste Libische stad die maandenlang werd omsingeld door troepen van de gewezen dictator Kadhafi “Doe maar cappuccino,” vervolgt Kamal, die vorige maand achttien is geworden.
Als je Kamal zo ziet – leren jack, designer-spijkerbroek-met-gaten – zou je denken dat hij net van school komt of fijn is wezen stappen. Maar niets is minder waar. Kamal komt net terug uit de oorlog. Terug van de gevechten bij Misrata en de veldslag bij Sirte.
Dat hij niet dood is, is een klein wonder, lacht hij. Het gevaarlijkste moment? “Oef, er waren er zo veel,” zegt Kamal, die redelijk Nederlands spreekt. Hij denkt even na. “Ik lag eens achter een muur door een gaatje te kijken. Maar in plaats dat ík de vijand zag, ontdekte een Kadhafi-sluipschutter juist míj. Drie, vier kogels vlogen rakelings langs me heen. Dat ging maar net goed.”

En dan hebben we het natuurlijk nog niet over alle andere kogels en granaten die vlak bij hem ontploften. “Ik had geen verstand van wapens, geen militaire achtergrond,” legt Kamal uit. “Dus de eerste keer dat granaten en raketten in de buurt inslaan, ben je bang. Maar na een paar dagen raak je eraan gewend. Echt, het went, en dan ben je gewoon minder bang.” Heeft hij mensen gedood? “Ja, natuurlijk”, zegt hij, zonder aarzelen. “Dat is het idee van een oorlog. Zij doden ons en dan winnen zij, of wij doden hen en dan winnen wij.”Kamal Tabuli is de Libische Soldaat van Oranje. Een hedendaagse Erik Hazelhoff Roelfzema. Een jongen die zijn leven niet hoefde te riskeren, maar het toch deed. Een jongen die bereid was te sterven voor de vrijheid van zijn land, terwijl niemand hem daartoe dwong of er zelfs om vroeg.

Lees het hele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

harald doornbos