‘Gelukkig heb ik geld zat’

We wilden Charlotte Mutsaers eens spreken over wat ze doet wanneer ze níet schrijft of schildert. Ze blijkt druk in de weer met Facebook, waar ze ruim tweeduizend vrienden heeft. We ontmoetten haar met een van hen, de mysterieuze Louis Nanet. ‘Soms laat ik hem overvliegen.’

Voor een interviewreeks over de hobby van Bekende Nederlanders mailden wij Charlotte Mutsaers. Wij vonden haar interessant, en we wisten dat ze van dieren hield. En van accordeon spelen.

We wilden graag naar Oostende rijden, voor een gesprek en een foto op de boulevard. Met haar hondje of met haar accordeon. Misschien wel met allebei.Bovendien zat ze hele dagen op Facebook. Hobby’s genoeg dus, dachten we.

Mutsaers mailde al snel terug: ze vond het een erg leuk idee. Maar hobby’s… Nee, die had ze niet echt. Al haar vrije tijd ging op aan het rondrijden van de rolstoel van de miskende Vlaamse dichter Louis Nanet door het Westerpark. Kenden wij Louis Nanet?

Ja, we kenden Louis, een fictief personage op Facebook en Twitter die dingen schreef als “Ja hallo, Louis Nanet hier. Zo ziek als een hond, maar zo potent als een konijn” en “Waar een wil is ben ik weg.” Zijn profielfoto toonde een bedrukte vijftiger met een snor en een indrukwekkende serie onderkinnen. Zijn belangrijkste werk was een zeven-honderd pagina’s tellende dichtbundel, Motorkamers en verschuttingen. Geschreven op een Esso-tanker. Gerrie Komrij had hem prachtig gevonden.

We wilden het met Mutsaers eigenlijk liever hebben over haar hond, of haar accordeon, maar als dit haar hobby was, dan moest dat maar.

We spraken af in de Amsterdamse Balie. Mutsaers kondigde aan Nanet mee te zullen nemen; wij gingen ervan uit dat dat een van haar grapjes was.

De dag voor onze afspraak won Louis Nanet de Nobelprijs voor de Literatuur, volgens Louis Nanet. Op Facebook schreef hij: “Hoppa, weer drie miljoen rijker.”


Even later stuurde Mutsaers een mailtje. Wisten wij wel dat Louis Nanet zojuist de Nobelprijs had gewonnen? Het bericht over die Zweedse dichter die gewonnen dacht te hebben, klopte niet.

Misschien, dacht Mutsaers, kon er wel een glaasje champagne vanaf, morgen.

“Tja, hobby’s…” Mutsaers keek ons indringend aan. “Een hobby is niet eenduidig. Het is iets wat je buiten je betaalde werk doet, zo zie ik dat. De een houdt kippen, een ander spaart postzegels. En ik, ik heb dan… Nou ja, Louis is natuurlijk geen hobby. We hebben vroeger een relatie gehad, en nu zijn we elkaar weer op Facebook tegengekomen. Het was meteen weer vlam in de pan. Nu rijden we iedere dag anderhalf uur in het Westerpark. Hond mee, sla ik toch twee vliegen in één klap. Een hobby zou ik het niet willen noemen. Eerder mantelzorg. We hebben het over immigratie, over Marokkanen. Louis heeft een duidelijke mening over Marokkanen.”

Ze wees op de man naast zich. Louis Nanet leek in de verste verte niet op zijn profielfoto, hij leek meer op een jonge schrijver met twee goed ontvangen romans op zijn naam.

Hij zat niet in een karretje, hij had een goede dag vandaag.

“Ik woon op drie plekken – Amsterdam, Oostende en de Bourgogne – dus ik kan er niet altijd voor hem zijn als er wat met hem gebeurt. Gelukkig heb ik geld zat, ik laat hem gewoon overvliegen. Vroeger hoefde dat niet, toen we nog samenwoonden.”

Louis: “Parijs…”

Toen was je nog gezond?

Louis: “De meeste jonge mensen zijn gezond.”

Charlotte: “We waren twee kunstenaars in de dop, toen.”

Louis: “Wat een tijd, hè. Al hadden we ook mindere dagen, toch Lo?”


Charlotte: “Ja, nou. Wat waren we arm. Maar wél mooi op de verjaardag van Brigitte geweest!”

Brigitte?

Charlotte: “Bardot. Die had ook een hond, daarom kregen we een uitnodiging. Ze was toen nog ongelooflijk leuk. Iedereen zat daar gitaar te spelen, er was zolder-kamerromantiek, alles.”

Louis: “We kenden elkaar van een steeg waar Charlotte altijd kwam om straatkatten eten te geven. Ik was daar ook vaak.”

Charlotte: “Ik werkte daar toen als au-pair bij heel erge mensen.”

Hoe komen een dichtende clochard en een au-pair op de verjaardag van Brigitte Bardot?

Charlotte: “Ze was toen nog met Roger Vadim. Die kenden we uit het café. Wij waren ontzettend getalenteerd en hij zag dat onmiddellijk. Moesten we op haar verjaardag komen. Zo gaat dat.”

Louis: “Geld voor een cadeau hadden we niet. Wat we toen gedaan hebben… Laat maar zien, Lo.”

Mutsaers begon te graven in een Albert Heijn-tas en haalde er twee honden uit. Een houten hond en een stoffen hond. De houten hond reed op wieltjes. Als je aan een touwtje trok, ging zijn bek open. En weer dicht.

“Jullie wilden over hobby’s praten,” zei Charlotte, terwijl ze de hond heen en weer reed, “maar dit is dus géén hobby.”

Louis: “Het was noodzaak.”

We keken even naar de houten hond.

Charlotte: “We maakten eerst vissen van papier-maché, maar mensen hebben niet zoveel met vissen.”

Louis: “Maar: geen hobby.”

Charlotte: “Wij zijn geen hobbymensen, wij doen alles met volle inzet. Mensen met hobby’s vervelen zich.”

Louis: “Altijd maar creëren.”

Schreven jullie toen al?

Charlotte: “Jahaaa! En musiceren! Ik op de accordeon, en Louis zong. Hij heeft een pracht van een stem.”


Louis: “We organiseerden avondjes. Karel Appel was er ook vaak bij. Die heeft toen nog eens alle muren beschilderd met vogels en weet-ik-veel-wat. Moest ik alles weer witten.”

Hoe kwam die tijd in Parijs ten einde?

Charlotte: “We hoeven niet alles te vertellen.”

Louis: “De houten honden verkochten niet meer, er zat geen toekomst in. En toen zag ik een advertentie om op een Esso-tanker te gaan werken.”

Charlotte: “Je begon met zo’n thee-lepeltje. ‘Tanker-cleaning’.”

Louis: “Ik zou na een jaar terugkomen, maar voor ik het wist, zat ik te dichten. Het ene gedicht na het andere. We belden nog wel. En toen was jij opeens weg, Lo.”

Charlotte: “Praten we niet meer over. Doet te veel pijn.”

Louis: “Ik had ook veel pijn. Ik heb altijd veel pijn.”

Charlotte: “Later, veel later dacht ik: ik ga naar Spoorloos.”

Louis: “Vijftien jaar later, ja. En ik had je nog zoveel brieven gestuurd, vanaf die tanker.”

Charlotte: “Zó’n pak brieven, allemaal schitterend. Maar je kunt niet alles bewaren, hè?”

Louis Nanet is inmiddels alweer jaren getrouwd met Tiny Haeck. “Ze is tweede keus, en dat weet ze. Ze begrijpt het ook.” Ook Mutsaers zocht haar liefdesheil elders en trouwde met Jan Fontijn. “Jan is dol op Louis. Toen hij die kop voor het eerst zag, sloot hij hem in zijn armen. Letterlijk.”

Geen jaloezie?

Charlotte: “Dit is een ander soort relatie.”

Spiritueler?

Charlotte: “Nee, het is ónze relatie.”

Een punt van grote zorg was Nanets almaar verslechterende gezondheid, be-nadrukten beiden. Daar wisten we alles van. Nanet was terminaal ziek, al jaren. Hij schreef er veel over op Facebook. Dat hij nog altijd leefde, was een wonder. Minderen met drank, vet eten en sigaretten was geen optie. In de medische wereld had hij maar weinig vertrouwen. De laatste tijd ging hij veel naar klinieken in Zwitserland. En hij had dan die hart-longmachine thuis staan, om de druk een beetje van het lichaam te krijgen.


Mutsaers zag de toekomst zonnig in: “Hij wordt wel weer beter, moet je kijken hoe fris hij er nu bij zit.”

Nanet maakte inderdaad niet echt een terminaal zieke indruk. Twee keer kuchte hij tijdens het interview, waarschijnlijk een gevolg van de vijf pakjes sigaretten die hij dagelijks zei weg te paffen.

We probeerden het gesprek in de richting van ons onderwerp ‘hobby’ te duwen en bleven doorvragen over Facebook.Waarom zaten ze erop? Wat sprak ze zo aan? Was het een inspiratie voor hun schrijverschap? Zouden ze het misschien een hobby kunnen noemen? Hoeveel vrienden had ze? Was Facebook een verbreding van het leven, iets waar Mutsaers vaak over had verteld?

Mutsaers zat sinds mei op Facebook, zei ze. Ze had haar account geactiveerd toen de vrienden van de vermiste Gijs Thio bij hun zoekactie veelvuldig van Facebook gebruik hadden gemaakt. Ze had nu al meer dan tweeduizend vrienden. Ze zat er twee uur per dag achter. Mensen die ermee stopten, die moesten maar opsodemieteren. En als het schrijven eronder zou gaan lijden, zou ze misschien minderen.

“Maar het is veel te leuk. Je kunt Facebook in zonder een aperitiefje te drinken en zonder je kamer op te ruimen. En iedereen is lief. Vroeger zat ik met mijn vakantiefoto’s bij mijn ouders en was niemand geïnteresseerd, nu zeggen ze: God Charlotte, wat leuk, en wat doet dat ezeltje daar?”

Louis: “Het gaat wel veel over Facebook.”

Charlotte: “Facebook is geen hobby. Dat hebben wij niet gezegd, verdomme. Komt dat woord, ‘hobby’, in de lead?”

Louis: “Verschrikkelijk woord.”

Charlotte: “Helemaal geen mooi woord.”

Louis: “Ik heb geen hobby’s.”

Charlotte: “We hebben allebei geen hobby’s.”


Er werd gezwegen. We begonnen te vermoeden dat Charlotte Mutsaers niet de ideale persoon was voor onze hobbyreeks. Maar nu zaten we er toch. U zit sinds mei op Facebook. Blijft u er voorlopig actief?

Charlotte: “Waarom niet?”

Misschien kost het te veel tijd.

Charlotte: “Nee.”

Charlotte: “Ik vind dat toch zo merkwaardig, wat je vraagt. Ik ben ergens mee bezig en dan ga jij vooruitlopen op de vraag of ik er misschien weer mee ga stoppen.”

Louis: “Het is wel actueel, Lo, stoppen met Facebook. Joost Zwagerman, Ronald Giphart, Menno Wigman. Menno ziet trouwens alles, via het account van zijn vrouw. En Zwagerman ook hoor, die kijkt ook mee onder een andere naam.”

Charlotte: “Tjongejonge. Armoedig.”

Na de bundel Motorkamers en verschuttingen (110 drukken) en de essaybundel Negers zijn ook mensen? werd bij uitgeverij Prometheus een nieuw werk van Nanet aangekondigd. Een brievenboek, met schrijver en psycholoog Jamal Ouariachi. Thema: de literaire wereld in Nederland. Verschijningsdatum: voorjaar 2012.Een aantal mensen zou er slecht van af komen.

Louis: “Ik krijg berichten van recensenten met de boodschap: spaar me!”

Stel: jullie briefwisseling wordt slecht besproken.

Louis: “Dat zou prachtig zijn. Maar die kans lijkt me klein. Arie Storm heeft me beloofd: voor iedere keer dat jullie me noemen, krijgen jullie een ster. Heb ik zwart-op-wit. Ik denk dat we hem acht keer gaan noemen. Het gaat trouwens ook over andere belangrijke zaken. Parmaham bijvoorbeeld. Wij houden van lekker eten. Drie keer per week zitten we in een restaurant. Te schransen.”


Charlotte: “Of bij de Benniekorf.”

De…?

Charlotte: “Benniekorf. Daar bovenin.”

Hoe heb je Ouariachi leren kennen?

Louis: “Ik was ongelukkig, dus ik maakte een afspraak. Ik was er drie kwartier te vroeg, toen heb ik in de wachtruimte een vrouw aangerand en daarna de boel ondergekotst. Jamal stuurde me een brief dat hij me als patiënt moest weigeren; daar kwam een briefwisseling uit voort.”

Het was niet de eerste keer dat Louis Nanet zich weinig gelegen liet liggen aan de wetten van de zedelijkheid. Hij was net terug van een korte vakantie naar Maleisië met zijn vriend Tonnie Konijnslagers. Die had zo’n drie weken geduurd.

Louis: “Ik bakte spiegeleieren voor de minderjarige hoertjes daar. Als mensen dat horen, zeggen ze meteen: bah, wat een vieze man. Ik krijg regelmatig doodsbedreigingen via Facebook.”

Is dat niet wrang, een terminaal zieke die bedreigd wordt met de dood?

Louis: “Vind ik wel.”

Charlotte: “En hij is toch zo flink, hè. De flinkheid van een dier heeft-ie. Hij braakt bloed en kijkt een beetje verbaasd.”

Louis: “Je moet het aanvaarden: ik kots bloed, dus kutdag. Zo is het.”

Charlotte: “En iedereen houdt van hem, hè. Wat dat betreft is hij echt een godenkind.”

Omdat we vermoedden dat het onderwerp ‘hobby’ niet meer al te vaak ter sprak zou komen, gingen we over tot het maken van de foto.

Louis wilde er niet op en vluchtte het invalidentoilet op, waar hij niet meer van af kwam.

Charlotte wilde niet naar buiten. “Je kunt toch flitsen.”

Op de trap van De Balie poseerde de winnares van de P.C. Hooftprijs 2010 met een houten hond zoals Brigitte Bardot er ooit een had gekregen.

Frank Heinen en Maarten van Riel