Het geluid van de plee

Samen met de hoofdpersoon beleef je op Vastelaovond een heel leven in één stomdronken nacht. Met deze korte, rijke, associatieve roman – zijn derde – verdient Jan van Mersbergen het om door te breken. Credit auteur>door dries muus

Het is tien uur ’s avonds, vijftien graden onder nul, Ralf zit op veertig consumpties. Vooral bier, maar er zitten ook een paar flügels, jenevertjes en jägermeisters tussen. Hij is zijn stem kwijt. De roman is dan amper begonnen. Je zou zeggen, neem een taxi, een alka-seltzer en een weekendje rust – maar dat is geen optie. Het is Vastelaovend. Carnaval in Venlo.

Dat is iets heel anders dan het Brabantse carnaval, blijkbaar. Vastelaovend is meer dan zuipen, neuken en verkleedpartijen. Vastelaovend is een soort geestelijke loutering. Voor hoofdpersoon Ralf is het de eerste dag in vijf jaar dat hij van huis is, weg van zijn vriendin Sara en haar vier kinderen, weg van het constante zorgen.

Ralf, stratenmaker van beroep, voldoet aardig aan Tony Soprano’s idee van the strong, silent type. Zonder te klagen, onvermoeibaar en onvoorwaardelijk, ontfermt hij zich over zijn geliefden. Iedereen leunt op hem. Pas op Vastelaovend ervaart hij hoe zwaar die last al die tijd op hem gedrukt heeft, en wat hij de afgelopen jaren heeft gemist in zijn relatie met Sara.

Naar de overkant van de nacht is de vijfde roman van Jan van Mersbergen (1971). Sinds zijn debuut, De grasbijter, uit 2001, schreef Van Mersbergen elke twee jaar een roman. Zijn werk wordt doorgaans goed ontvangen, en een paar romans zijn inmiddels vertaald, in het Duits, Frans en Engels, maar echt bekend bij het grote publiek is hij nog niet. Daar zou Naar de overkant van de nacht weleens verandering in kunnen brengen.

Voor de lezers van beneden de rivieren is het waarschijnlijk een feest van herkenning. Een opluchting bijna: een schrijver die het wezen van Vastelaovend probeert te vatten, serieus neemt, zonder iets af te doen aan de uitbundigheid ervan. Integendeel. Voor de lezers van boven de rivieren is het een manier om carnaval van binnenuit mee te maken zonder jezelf meteen in een pekske te hoeven hijsen. Maar Naar de overkant van de nachtis meer dan een soort antropologische studie.


De roman beslaat elf hoofdstukken en één stomdronken nacht, een nacht waarin de belangrijkste momenten uit Ralfs leven telkens terugkomen. Via flashbacks krijgen we inzicht in zijn eenzame jeugd (hij was een schipperskind), zijn vrij treurige adolescentie, en zijn leven als vriend van Sara en stiefvader van haar kinderen.

Je zou Naar de overkant van de nacht kunnen samenvatten als één lange associatiestroom – al klinkt dat chaotischer en ongestructureerder dan de roman is. Vrijwel elke zin, elke op het eerste gezicht willekeurige observatie, houdt verband met een belangrijke herinnering, of beter gezegd, elke observatie roept een belangrijke herinnering op.

De cruciale scènes en beelden uit Ralfs leven zitten dicht tegen de oppervlakte aan, er is weinig voor nodig om ze te triggeren. Het is een wisselwerking: aan de ene kant brengen Ralfs observaties hem telkens terug in het verleden, aan de andere kant worden Ralfs observaties door zijn verleden gestuurd. Wat hij heeft meegemaakt bepaalt waar hij naar kijkt, wat hem opvalt.

Van Mersbergen schakelt snel heen en weer. Van de Vastelaovend naar jeugdherinneringen, van de jeugdherinneringen naar Ralfs leven met Sara en de kinderen, soms in één zin: “En dan het geluid van de plee die doorspoelt en alles kolkend en bruisend laat verdwijnen, zoals het bier dat een van die Geel-rooien me in mijn handen duwt kolkt en bruist in mijn keel alsof de schroef van een zandschip daar draait.”

‘De plee’ is hier de plee thuis, die Ralf voor zich ziet omdat hij aan zijn opgroeiende stiefdochter denkt, die tampons in de pleepot achterlaat. Van de stiefdochter wordt overgeschakeld naar het bier op Vastelaovend, en van Vastelaovend naar een zandschip, waardoor we weer even moeten denken aan Ralfs jeugd als schipperskind. Er zijn schrijvers die minder weten te zeggen in één zin.


Het knappe is dat Van Mersbergen de chaotische gedachtestroom in volstrekt heldere, toegankelijke zinnen weet te vatten. Ook zonder de associaties met Ralfs verleden werkt de zin: de vergelijking van de draaiende schroef is treffend, en ook het kolken van het bier is een levendig en functioneel beeld.

Terwijl Ralf zich – letterlijk en figuurlijk – staande probeert te houden, komt hij op Vastelaovend steeds dichter bij de kern van zijn problemen. Misschien komt hij niet tot de oplossing, maar in ieder geval tot een paar verhelderende inzichten over Sara en de kinderen: “Ze hebben mij nodig. Of heb ik het nodig er voor hen te zijn? Is dat het wat ik vijf jaar lang heb gevoeld?”

Een simpele formulering voor een allesbehalve simpel conflict. Maar Ralfs worsteling is niet hoogdravend. Het is geen intellectueel dilemma, het is puur emotioneel. En het komt daardoor alleen maar sterker aan. Een korte, rijke roman, samen met de hoofdpersoon beleef je een heel leven in één nacht. Maar mijn God, je moet niet denken aan die kater.

Jan van Mersbergen: Naar de overkant van de nacht,

Cossee, €18,90. Ook via ako.nl.