Kantoor aan huis

De flexwerker is verlost van de file, maar verliest het contact met de werkgever.

Thuiswerken is heerlijk. Ik kan het iedereen aanbevelen. Je kunt je eigen dag indelen, een roze badjas aantrekken, postpakketjes aannemen en het werk afwisselen met boodschappen doen en een wasje draaien. En je hoeft niet in de file. De reistijd speelt een hoofdrol in een onderzoek naar de macro-economische effecten van ‘het nieuwe werken’, waartoe de Stichting Natuur & Milieu opdracht heeft gegeven. Als mensen vaker een of twee dagen thuis zouden werken, zou dat de maatschappij twee miljard euro opleveren, stelt de stichting. Op dit moment bestaat zo’n tien procent van de beroepsbevolking uit ‘nieuwe werkers’ en dat percentage zou verdubbeld moeten worden, luidt de aanbeveling. Dat geeft meer productiviteit, minder files, minder verkeersslachtoffers en minder CO2-uitstoot. Bijkomend voordeel is dat er meer ouderen en gehandicapten aan het werk kunnen.

Bij zo veel ondubbelzinnig gunstige effecten rijst de vraag waarom het nieuwe werken niet al veel eerder is ingevoerd. Waarom blijven bedrijven en organisaties krampachtig vasthouden aan routines uit de negentiende eeuw? Het voor de hand liggende antwoord op die vraag is dat veel werk helemaal niet in aanmerking komt om thuis te worden gedaan. Leraren, crèchewerkers, artsen, verpleegkundigen, bouwvakkers, loodgieters, winkelpersoneel, trambestuurders, obers, tuinmannen, politieagenten, verloskundigen, vrachtwagenchauffeurs, reisleiders, secretaresses, receptionisten en marktkooplieden werken allemaal buitenshuis.

Het lijkt misschien wel alsof iedereen tegenwoordig z’n werk achter een computer doet, maar het meeste werk is samenwerking en vereist persoonlijk contact, hetzij met klanten, hetzij met collega’s. Het werk dat het meest geschikt is voor thuis bestaat uit solowerk, waarbij geen anderen nodig zijn en de contacten telefonisch kunnen worden afgehandeld. De meeste thuiswerkers zijn dan ook freelancers oftewel zzp’ers die in opdracht werken. Dit is een totaal andere categorie dan de kenniswerkers (ambtenaren of werknemers van bedrijven) die met de baas hebben afgesproken dat ze een dag per week thuis mogen werken. De zzp’er werkt voor zichzelf, de werknemer heeft een dienstverband.


Beeldschermwerkers kunnen met hun laptops en smartphones in principe overal aan de slag. Ze hebben geen door de werkgever geoutilleerd kantoor meer nodig. Niet alleen de filekosten, ook de kosten van de werkplek kunnen aanzienlijk omlaag: minder ruimte, minder computers, minder kantines. Toch verdwijnt er iets met toenemende flexibilisering: het bezield verband van het werk. Hoe meer mensen een of twee (of vijf) dagen per week thuiswerken, hoe meer ze van de organisatie afdrijven. Het gaat er niet zozeer om dat de baas geen zicht heeft op wat de werknemers uitvoeren (zolang de output naar tevredenheid is, laat het de baas onverschillig waar die tot stand is gekomen), maar dat de werknemers geen zicht hebben op wat er zich op kantoor afspeelt. Je ziet dat aan deeltijdwerkers en aan ouderen die recht hebben op meer vrije dagen. Die zijn minder aanwezig op de zaak en hebben daardoor minder in te brengen. Je ziet het ook aan de weigerachtigheid van werknemers om zorgverlof op te nemen. Soms hebben zelfs mensen die drie weken met vakantie zijn geweest hier al last van. Tijdens hun afwezigheid heeft iemand aan hun stoelpoten zitten zagen.

Werknemers die minder aanwezig zijn bij het dagelijkse reilen en zeilen op kantoor verliezen de greep op de organisatie, en op den duur hun macht. Als toegewijd thuiswerker gaat hun positie meer lijken op die van een gewaardeerde freelancer, iets wat het voor een werkgever die wil bezuinigen heel aantrekkelijk maakt om van hen een echte freelancer te maken: ontslag plus een aanbod om als zzp’er door te gaan. De zzp’er is de voorbeeldige nieuwe werker van de toekomst. Maar de categorie ‘zzp’ bevat veel uitgerangeerde ouderen en duidt vaak op verborgen werkloosheid. Misschien is de file zo gek nog niet.