Monumentje voor de verstrijkende tijd

Een gepensioneerde man ziet zich geconfronteerd met gebeurtenissen uit zijn jeugd die hij had verdrongen. Geen bijzonder thema, maar wat een weergaloos proza.

Eigenlijk heeft Julian Barnes de Man Booker Prize 2011 gekregen voor zijn hele oeuvre, stond in diverse commentaren. Dat suggereert dat zijn roman Alsof het voorbij is (The Sense of an Ending) die onderscheiding niet op eigen kracht in de wacht kon slepen. Dat Barnes de prijs had ontvangen omdat hij al drie keer was gepasseerd en er nu langzamerhand recht op had. Dat men de prijs liever had gegeven aan een wat minder schrale roman; een die meer dan 150 pagina’s telt, niet eentje die je wat denigrerend een opgeblazen novelle zou kunnen noemen.

Liever verdiep ik me niet in wat er omgaat in de hoofden van een jury, want vaak is het niet helemaal pluis in de bovenkamers van al die literatuurkenners. Maar dat Barnes die prijs niet heeft gekregen voor deze ene roman maar voor zijn hele oeuvre, zou waar kunnen zijn. Zelf houd ik het erop dat de jury dit keer gewoon het beste boek heeft bekroond. Dat komt ook voor; misschien niet in Nederland, maar soms wel aan de overkant van de Noordzee.

Julian Barnes is een Britse schrijver met een aangename stijl. Om de een of andere reden doen zijn boeken me altijd denken aan Brief Encounter, de prachtige film van David Lean, over die getrouwde vrouw die op een Engels stationnetje zomaar ineens verliefd wordt op een vreemde man. Aan het eind van de film wordt de geheime romance beëindigd en keert zij terug naar haar echtgenoot. Het drama is ogenschijnlijk afgewend, maar ondertussen weet de kijker dat niets meer is wat het lijkt.

Alsof het voorbij is ademt die sfeer. Ook hier gaat het om beschaafde mensen, die herinnerd worden aan ongelukkige situaties waarin ze ooit verzeild raakten. Omdat ook ik me graag beschaafd voordoe en omdat ik in hetzelfde jaar geboren ben als Barnes, herken ik altijd veel in zijn boeken en lees ik ze graag.


Deze kleine roman gaat over het verstrijken van de tijd, maar anders dan Harry Mulisch theoretiseert Barnes nauwelijks over het fenomeen ‘tijd’ an sich. Of het heden wel bestaat, en zo ja, of dat heden dan langer duurt dan zeven luttele seconden, daarover schrijft hij niet. Bij Barnes wordt een man op een klassieke manier ouder, en eenmaal gepensioneerd zal een gebeurtenis uit het verleden hem confronteren met het feit dat hij van alles heeft verdrongen. Er is niets vernieuwends aan het proza van Barnes, en evenmin is er iets vernieuwends aan de structuur van zijn boek. Maar de roman is gewoon verschrikkelijk goed geschreven.

Alsof het voorbij is heeft ook een plot, en die zal ik niet verraden, want hij is verrassend genoeg; maar stellig is de plot niet waar het om draait. Het gaat om de superieure stijl, de observaties die terloops lijken opgeschreven, maar die in hun eenvoud telkens to the point blijken. Het verhaal gaat over een man van in de zestig, Tony Webster, die het gevoel heeft dat hij in zijn leven is ontsnapt aan de grote drama’s. Hij is tamelijk gelukkig geweest, ook zonder dat hij ergens in heeft uitgeblonken. Het had misschien allemaal wat meeslepender gekund, maar hij is er toch maar doorheen gerold. Zelfs de scheiding die hem heeft getroffen – zoals zo velen van zijn generatie – is in feite met een sisser afgelopen. Webster en zijn ex zien elkaar nog regelmatig en zijn min of meer vrienden geworden. Met hun enig kind, een dochter, lijkt alles te verlopen zoals het hoort: studie klaar en getrouwd. Niets aan de hand, het leven kabbelt naar het einde.

Webster is oprecht genoeg om zichzelf middelmatig te vinden, maar daarmee kan hij tevreden zijn – tot op een dag een brief van een notaris in zijn bus valt. Hem zijn vijfhonderd pond plus een dagboek van een jeugdvriend nagelaten. Dit douceurtje zet zijn geheugen in werking.


Van Vladimir Nabokov weten wij dat het geheugen ons literaire poetsen kan bakken, en dat gebeurt ook in de roman van Barnes. Het is altijd een cliché te schrijven dat aan het eind de puzzelstukjes in elkaar vallen. Toch is dat wat gebeurt in Alsof het voorbij is. Barnes geeft de lezer het gevoel dat hij het raadsel opgelost ziet worden in hetzelfde tempo als de hoofdpersoon.

Het geërfde dagboekje is van zijn jeugdvriend Aiden Finn, die later ook zijn studiegenoot wordt. Maar Finn pleegt zelfmoord. Tony Webster gaat op zoek naar de rol die hij destijds bij de zelfmoord heeft gespeeld. Het is geen detectiveverhaal – hoewel, toch een klein beetje – maar meer een geval van zelfreflectie waardoor de ramen opengaan.

Het verhaal gaat terug naar Veronica, de eerste vriendin van Webster, die hij na een tijdje aan de kant zet. De getalenteerde Aiden neemt haar over, wat bij Webster tot een jaloerse reactie leidt. Wat er daarna gebeurt moet u zelf maar lezen; wel vraag ik me in dit soort kwesties altijd af hoe het mechanisme van de verdringing eigenlijk werkt. Het zou mooi zijn als gebeurtenissen uit het verleden in rook opgaan, vervolgens ergens worden bewaard, om jaren later bij een plotselinge gebeurtenis ineens als hagelstenen uit de lucht te vallen. Dat is de theorie, maar gaat het in werkelijkheid ook zo? Bij Barnes in elk geval wel, en misschien zit er daardoor iets schematisch’ in de roman.

Niettemin laat Alsof het voorbij is zich in één ruk uitlezen. Het is het soort roman dat de komende jaren vaker te verwachten is in deze wereld van vergrijzing. Karakteristiek is een observatie als deze: “De tijdloochenaars zeggen: veertig is niks, met vijftig ben je in de kracht van je leven, zestig is het nieuwe veertig, enzovoort. Zoveel weet ik wel: dat er een objectieve tijd bestaat, maar ook een subjectieve, het soort dat je aan de binnenkant van je pols draagt, naast de polsslagader. En deze persoonlijke tijd, die de echte tijd is, wordt gemeten in jouw relaties tot de herinnering.”


Hoe ouder de mens wordt, hoe uitgestrekter het landschap van de herinnering en hoe groter het gebied van de herinneringsliteratuur. Ideeënliteratuur daarentegen zal meer iets voor jonge mensen worden. Dat soort literatuur gaat het dus verliezen, want jongeren komen er relatief steeds minder.

Julian Barnes: ‘Alsof het voorbij is.’ Atlas, €14,95. Vertaling: Ronald Vlek. Ook verkrijgbaar via www.ako.nl.