Quasiklassiek

Paul McCartney Ocean’s Kingdom

Paul McCartney mag dan met Ocean’s Kingdom zijn eerste balletmuziek hebben gecomponeerd, toch moet je hem dan niet meteen vergelijken met Stravinsky, Tsjaikovski of Prokofjev. Natuurlijk gebeurde dat wel – en opmerkelijk is dat McCartneys muziek na de première door het New York City Ballet niet eens het hardst onderuit werd gehaald. Het dunne verhaaltje – de zwakte van zelfs de beroemdste balletten – werd hem vergeven en zelfs de muziek werd – ‘prettig, melodieus, maar niet grensverleggend’ – met enige welwillendheid ontvangen. Nee, het was de choreografie van NYCB’s balletmeester Peter Martins die de meeste kritiek kreeg; dat krijg je wanneer je zo nodig in de schoenen van Balanchine wilt gaan staan.

Ook zonder de danspasjes erbij te zien, is de muziek van Ocean’s Kingdom – als je de grootste componisten van de afgelopen twee eeuwen niet als ijkpunt gebruikt – te goed om haar als slecht te betitelen.

McCartney’s neoklassieke partituur zweeft, met name door de afwezigheid van melodische wondertjes als For No One of Yesterday – ergens tussen ‘matig’ en ‘best wel aardig’ in.

De vraag is echter wel waarom hij zo nodig quasiklassiek wil componeren. Het zal wel weer ijdelheid zijn. Terwijl iedereen weet dat hij met een rockscore die het midden houdt tussen ‘de medley’ van Abbey Road (met zes korte in elkaar overlopende songs, waaronder Golden Slumbers)en het satanische Helter Skelter de wereld veel meer plezier zou doen.

Ruud Meijer

Mylo Xyloto (1) – Coldplay

Tot ziens, Justine Keller (-) – Spinvis

21 (2) – Adele After All (-) Waylon

Alles blijft anders (-) – Bløf

Scherp de zeis (6) – De Dijk


Bad As Me (4) – Tom Waits

Making Mirrors (8) – Gotye

Nothing but the Beat (7) – David Guetta

Time Will Heal Our Senses (3) – Di-rect

Tussen haakjes de klassering van vorige week. Deze toptien is tot stand gekomen op basis van de verkopen bij GfK Dutch Charts.