Verrukkelijke eenvoud

Recensenten zien films in de regel in aanwezigheid van andere recensenten. Dat gebeurt ’s ochtends vroeg in kleine zaaltjes ten burele van een distributeur. Die gang van zaken is min of meer onvermijdelijk, maar hij is verre van ideaal. Aan het beroepshalve bekijken van grote hoeveelheden films kleven namelijk risico’s. De recensent dreigt afgestompt, blasé of verzuurd te raken.

Het strekt dus tot aanbeveling om zo nu en dan ter afwisseling ook eens een ‘gewoon’ bioscoopbezoekje af te leggen tussen ‘echte’ mensen. Maar ook daar zijn nadelen aan verbonden. Zo belandde ik onlangs tussen een roedel pubers die het veel te druk hadden met allerhande besprekingen om zich op de film te concentreren.

Nee, de beste manier om een film te zien is tijdens een filmfestival. Daar loopt het publiek over van toewijding, concentratie en enthousiasme. Ik prijs mezelf dan ook gelukkig The Artist te hebben bekeken in het Elgin Theatre in Toronto, waar een weldadige opwinding heerste die deed denken aan een spannende sportwedstrijd. De Franse regisseur Michel Hazavanicius was er na afloop een beetje beduusd van.

Na met oorverdovend gejuich te zijn onthaald, beantwoordde hij vragen uit het publiek en legde uit dat hij eindeloos met het scenario had moeten leuren omdat niemand in de commerciële perspectieven geloofde. The Artist is namelijk een stomme film, gedraaid in stemmig zwart-wit. In een bioscoopaanbod dat gedomineerd wordt door transformers, interplanetaire apen, kapitein Jack Sparrow en de toverstaf van Harry Potter lijkt een film die is opgezet als een hommage aan de zwijgende cinema van de jaren twintig op voorhand kansloos. Maar zie: het moet raar lopen als The Artist geen commercieel succes gaat worden. Ik voorspel in ieder geval een lang roulement in de Nederlandse filmzalen.

The Artist gaat over een ster van de stomme film (Jean Dujardin) die anno 1929 aan de bedelstaf raakt als de talkies hun intrede doen in Hollywood. Zijn neergang wordt gespiegeld aan de opmars van een ambitieuze actrice (Bérénice Bejo) die haar carrière als figurante in stomme films is begonnen. The Artist is gemaakt in een idioom dat veel gelijkenissen vertoont met films uit de jaren twintig maar er tegelijkertijd ook een commentaar op is. Hazavanicius speelt een behendig spelletje met de verwachtingen van de toeschouwer door op tactische momenten de regels van het genre te negeren.


Overigens is hij beslist niet de eerste of enige contemporaine regisseur die de stomme film nieuw leven tracht in te blazen. Uiteenlopende filmmakers als Philippe Garrel (Les hautes solitudes), Rolf de Heer (Dr. Plonk), Peter Sellars (The Cabinet of Dr. Ramirez), Aki Kaurismäki (Juha) en vooral de Canadees Guy Maddin hebben in de afgelopen jaren geëxperimenteerd met het genre. Daarbij zat de eerbied voor het verleden de genietbaarheid vaak in de weg. Prettig aan The Artist is nu juist de verrukkelijke eenvoud van het verhaaltje met een lach en een traan op de vertrouwde momenten. Oud en tóch nieuw – of andersom. The Artist is een lichtvoetige traktatie in verpletterend zwart-wit. Gaat dat zien.

The Artist. Regie: Michel Hazavanicius. Vanaf 24 november in de bioscoop.

Transformers 3: Dark of the Moon (1) – Michael Bay

Sint (2) – Dick Maas

Pirates of the Caribbean: On Stranger Tides (3) – Rob Marshall

Life (re) – David Attenborough

Gooische Vrouwen (4) – Will Koopman

Harry Potter and the Deathly Harrows: Part 1 (re) – David Yates

Fast & Furious (6) – Justin Lin

Thor (5) – Kenneth Branagh

X-Men: First Class (7) – Matthew Vaughn

Blitz (-) – Elliott Lester

Tussen haakjes de klassering van vorige week. Deze toptien is tot stand gekomen op basis van de verkopen bij GfK Dutch Charts.

Erik Spaans