Bitchfight

Ik had een tijdlang veel ruzie. Met Hugo Borst nadat ik de telefoon erop had gegooid tijdens een onredelijk gesprek. Met Paulien Huizinga toen ik tien seconden over het weer praatte met haar toenmalige man Michiel Mol. Met Aaf Brandt Corstius toen ik haar interviewde, en had opgeschreven wat ze had gezegd. Met Orlando Engelaar om dezelfde reden. Met een Amerikaanse redneck ex-soldaat die een lofrede hield op de Irakoorlog en die ik vervolgens honderden meters door de nacht achterna liep terwijl ik hem tuffend uitschold voor Filthy! Bush! Voter! (ik was een beetje dronken). Met Nina Brink omdat, nou já, zij ruzie maakte met iedereen.

Het verschil tussen kiften met de mannen en met de vrouwen was opvallend. De mannen waren hevig maar kort gepikeerd, om daarna weer tot de orde van de dag over te gaan. Met Hugo maak ik weer vrolijk gein. Orlando mag ik gewoon weer Ollie noemen, en met de redneck dronk ik uiteindelijk op de wereldvrede. Met de vrouwen daarentegen kwam het niet meer goed. Paulien prikt nog steeds het liefst mijn ogen uit. Aaf beantwoordde een verzoeningspoging met: “Don-der op!” En Brink, die had al twintig advocaten op je losgelaten voordat je de ‘Ni’ voor ‘-na’ had uitgesproken.

Het vermogen om ‘zand erover’ te zeggen, is een eigenschap die ik in de andere sekse zeer bewonder. Het is onontbeerlijk om een geschil tot een goed einde te brengen. Vrouwen zijn wrokkiger, vileiner en in staat ongenoegen jarenlang ondergronds te laten woekeren. Zeker in een gelijkgeslachtelijk dispuut. Daar wordt altijd het oertijdcliché bijgesleept. Mannen moesten vroeger samenwerken om de vijand te verslaan. Vrouwen concurreerden in de strijd om het sterkste mannetje. Aldus zijn mannen instinctief bondgenoten, vrouwen vijanden. Dit heb ik lange tijd een zeer seksistische en ook nare benadering gevonden. Maar toen zelfs überfeminist Hedy d’Ancona haar kamergenoot en mede-europarlementariër Leonie van Bladel met haar handtas om de oren sloeg, sloeg ik aan het twijfelen. Ik heb kibbelende vrouwelijke collega’s een hap uit elkaars oor zien nemen. Vriendinnen elkaar achter de rug om horen afmaken. Laatst nog zagen we staatssecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten PvdA-Kamerlid Pauline Smeets nog net niet in de neusamandelen grijpen met een shut up-gebaar, rechtstreeks uit de Jerry Springer Show. Komt nooit meer goed. En als Sarkozy een vrouw was geweest, was uit al dat geruzie met Merkel geen rotsvast ‘Merkozy’ ontstaan.


Toch denk ik niet dat vrouwen elkaars vijanden zijn. Wél incapabel op het ruziefront. Wellicht omdat we qua oefening achterlopen op de heren. Wellicht omdat we te veel naar soaps als Gossip Girl kijken, waar vrouwen elkaar even gemakkelijk elimineren als ze ademhalen. We moeten onszelf ver-mannen in het vete-voeren. Paulien, Aaf en Nina, zullen we elkaar nog één keer goed verrot schelden, en dan gewoon een biertje doen?

Jojanneke van den Berge