Dan gaat de bel

Dat een boek voor suspense geen plot nodig heeft, bewijst Jeffrey Eugenides in Huwelijk. Zelfs de inhoud van een boekenkast weet hij spannend te beschrijven. Razend knap!

Twee mannen – de een mysterieus en zelfverzekerd, de ander trouw en verlegen – willen met dezelfde vrouw trouwen. Hoe kun je met zo’n afgezaagd uitgangspunt alle lezers en critici verbazen? Nou, je kunt bijvoorbeeld eerst een debuutroman schrijven over een gezin met vijf maagdelijke dochters, die een voor een zelfmoord plegen (The Virgin Suicides, 1993). Negen jaar later breng je een langverwachte tweede roman uit (Middlesex), een familiesaga die drie generaties beslaat, met een hermafrodiet als hoofdpersoon en een klein beetje incest om het af te maken. Dan, na weer negen jaar wachten – een periode waarin je een Pulitzerprijs wint en miljoenen boeken verkoopt – kom je met de zeldzaam conventionele derde roman. Dat is in ieder geval de aanpak van de Amerikaanse schrijver Jeffrey Eugenides (1960). Een buitengewoon succesvolle methode.

Huwelijk, Eugenides’ derde, verscheen in het Engels als The Marriage Plot. Er zal vast een goede reden zijn voor de aanpassing van die titel, maar ik ben er nog niet opgekomen (het woord ‘huwelijksplot’ komt ook regelmatig voor in de Nederlandse vertaling). Het is het soort roman dat Jane Austen geschreven had kunnen hebben. Tenminste, als Jane Austen in de jaren tachtig van de twintigste eeuw had gestudeerd aan een Ivy League-universiteit, en in werkgroepen was doodgegooid met Franse deconstructivisten.

Hoofdpersoon Madeleine Hanna, 22 jaar oud, studente Engels, is een buitenbeentje op Brown University. Ze draagt namelijk verdacht weinig veiligheidsspelden in haar kleren, wast haar beddengoed één keer per week, en ze verkiest Victoriaanse liefdesdrama’s boven onleesbare postmoderne filosofen.

De roman begint met een globale beschrijving van de inhoud van Madeleines boekenkast. Een slim, origineel idee, en zoals bij zoveel slimme, originele ideeën vraag je je af waarom dit eigenlijk nooit eerder is gedaan. Toon mij uw boekenkast, en ik zeg u wie u bent – is dat niet het gezegde? Eugenides doet in ieder geval wat elke fatsoenlijke literatuurnerd doet: hij vertelt, aan de hand van Madeleines literatuurcollectie, onmiddellijk welke conclusies we over haar persoonlijkheid moeten trekken. ‘Ongeneeslijk romantisch’, is het oordeel. Madeleine had op ‘artistiek’ of ‘gepassioneerd’ gehoopt.


We ontmoeten Madeleine op de ochtend van haar afstuderen. Ze heeft een kater en ze doet haar best om iets ellendigs te vergeten. Dan gaat de bel. Eugenides neemt eerst de tijd voor een kalme, bijna lyrische beschrijving van de campus in het ochtendlicht, en onthult dan pas wie er voor de deur staan. Er zitten nog maar twee romanpagina’s op, maar we hebben al een duidelijk beeld van de hoofdpersoon achter de rug, een bescheiden cliffhanger, en een belangrijke, nieuwsgierig makende vraag: wat is er precies met Madeleine aan de hand?

Maar eerst, de bel. Het zijn haar ouders, die erop staan om met hun bijna-afgestudeerde dochter te ontbijten. Terwijl Madeleine zichzelf langzaam weer tot leven probeert te wekken, ontdekt ze een onheilspellende vlek op haar geleende jurk, en ontdekt de lezer dat ze er de vorige avond met iemand tussenuit is geknepen. Meer spanning, meer nieuwsgierigheid. Elk antwoord roept een nieuwe vraag op.

En zo gaat het de hele roman, bijna vierhonderd pagina’s lang. Dat is misschien nog wel het knapst aan Huwelijk.

Eugenides weet je constant bij de les te houden, met allerlei kleine en grote vragen. Wat er gebeurt is vaak niet enorm sensationeel. Liefdesverdriet, moeizame relaties, vriendschappen die toch niet helemaal platonisch blijken, zorgen over werk, intellectuele ontwikkeling, gepeins over mystiek en geloof – kortom, weinig dingen die je niet in de gemiddelde coming of age-roman aantreft. Maar de manier waarop Eugenides de informatie doseert, maakt dat je in hoog tempo verder leest, alsof er naar de ontknoping van een bizarre serie moorden wordt toegewerkt.


In zes delen schakelt de schrijver heen en weer tussen Madeleine en haar twee aanbidders, Mitchell en Leonard. Alle drie de hoofdpersonen zijn streberig, intelligent, getalenteerd en grappig – in één woord, uitzonderlijk – en toch zijn ze heel normaal, in de zin dat je ze zo zou kunnen tegenkomen op een studentikoos feestje of in een werkgroep. In toegankelijke, vermakelijke zinnen, vaak jaloersmakend trefzeker, laat Eugenides zijn personages op hun best en op hun slechtst zien. En zowel op hun best als op hun slechtst kun je je met ze identificeren.

Huwelijk is een veelzijdige, complete roman. Het is een overtuigend, vaak hilarisch tijdsbeeld, maar ook een geloofwaardig portret van een jonge man met een bipolaire stoornis, of beter gezegd, van een relatie met iemand die aan een bipolaire stoornis lijdt. Het is een liefdes- of huwelijksdrama, maar ook een typische bildungsroman, een verslag van een wereldreis, met sterke karakteriseringen van de bezochte plekken (bijvoorbeeld van Parijs en haar ‘pittoreske bouwvalligheid’). En last but not least is het een feest van herkenning en een grote stimulans voor iedereen met ook maar een beetje leeshonger. Een vreemde ervaring: nadat ik Huwelijk dichtsloeg, had ik veel zin om Franse deconstructivisten te lezen.

Jeffrey Eugenides: Huwelijk. Vertaald door Jan de Nijs en Gerda Baardman. Prometheus. €19,95. Ook via ako.nl.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Dries Muus