‘Duitsland en ik’

Donkere wolken pakken zich samen boven ons land, voorspelt het SCP, maar zodra minister van Financiën Jan Kees de Jager zich vertoont, schijnt ineens de zon. Zien we hier de nieuwe politiek leider van het CDA?

Voorafgaand aan het algemeen overleg over de Europese schuldencrisis in de Thorbeckezaal geeft De Jager eerst alle aanwezige Kamerleden, tien stuks, een hand, maakt een dolletje en slaat her en der op een schouder. Dan neemt hij plaats naast de voorzitter van dit overleg, de VVD’er Charlie Aptroot, raadpleegt meteen zijn mobiele telefoon en slaat behoedzaam aan het typen. Niet met zijn vingers, want die zijn te dik voor de toetsen, maar met zo’n pennetje. Tegelijkertijd fluistert een ambtenaar naast hem iets in zijn oor. De vragen die de tien Kamerleden vervolgens op hem afvuren, lijken De Jager te ontgaan. Hij wrijft vaak over zijn neus, over het glimmende voorhoofd, alsof hij een vers laagje vergaderzweet afveegt, en hij loert in de zaal, waar twee cameraploegen aanwezig zijn – twee maar, zie je hem denken. Nu en dan onderdrukt hij een geeuw, en dan kijkt hij betrapt om zich heen. Niemand heeft het gezien, niemand zou het hem kwalijk nemen. Van alle portefeuilles heeft hij de zwaarste. Werkdagen van twaalf, dertien uur zijn normaal geworden. Eenmaal gaan de ogen dicht als het ChristenUnie-meisje het woord heeft, maar de power nap duurt nog geen vijf seconden.

Ronald Plasterk en mevrouw Blanksma gunt hij amper een blik waardig, al lijkt dat niet te gebeuren uit disrespect. Maar het verhaal van de PvdA kent hij van achteren naar voren en mevrouw Blanksma is een schat uit Eindhoven en behoort tot de eigen CDA-club. Pas als Ewout Irrgang van de SP het woord neemt, gaat De Jager verzitten en richt hij zich nadrukkelijk tot de spreker. Irrgang is de pienterste van het stel, zo zal gaandeweg blijken, en misschien vindt hij hem wel een ‘lekker ding’. Niets menselijks is Jan Kees de Jager vreemd, weten we sinds hij in De Telegraaf onthulde dat hij een liefdesrelatie heeft met een mannelijke purser van de KLM. Nog waarschijnlijker is dat Irrgang altijd de juiste en de lastigste vragen stelt, en dat bewijst hij opnieuw in deze bijeenkomst: of de regering een plan-B heeft voor het geval Italië failliet gaat en de eurozone uit elkaar valt? Desnoods, stelt Irrgang voor, brengt de minister de Kamer ‘vertrouwelijk’ op de hoogte, dat wil dus zeggen: achter gesloten deuren. Zover komt het niet, maar de negen ambtenaren om Jan Kees de Jager heen sms’en en pennen er meteen driftig op los.


Mooi om te zien trouwens, hoe die ambtenaren het voorbereidende werk verrichten, waardoor de minister zich volledig kan concentreren op de grote lijn van het debat, op de toon wellicht. Als je die ambtenaren wat langer volgt, is er onder hen een rangorde te ontdekken. Naast de minister zit de hoogste ambtenaar, daarnaast twee vrouwen en een man die veelvuldig overleggen met vijf jonge mannen op de rij achter hen. Dat zijn de jonge talenten van het ministerie, dat stralen ze uit – wij spelen in het eerste, wij mogen mee met de minister in de leeuwenkuil. De vrouwen noteren de vragen van de Kamerleden, rubriceren ze en voegen doublerende vragen samen. Soms is er tumult, weliswaar ingehouden, maar je merkt dat ze een beetje in paniek zijn over een vraag waarop niemand het antwoord weet. De knullen achter de vrouwen krijgen opdracht te zoeken naar een datum, een toezegging of wat dan ook, en sms’en meteen naar de collega’s die op het departement zijn achtergebleven. De antwoorden worden steeds ruim op tijd gevonden en doorgespeeld aan de vrouwen.

Jan Kees de Jager en de negen ambtenaren vormen een team. De minister hoeft letterlijk niet naar hen om te kijken. Slechts één keer wendt hij zich direct tot een van hen, uitgerekend een van de knullen, maar het contact is kort, wat niet wegneemt dat de knul in kwestie bloost van opwinding. Vanavond zal hij tegenover zijn vrienden in het studentenhuis waar hij na zijn studie is blijven hangen, hoog opgeven van de bijzondere band tussen hem en Jan Kees (“Ja, ik noem hem bij zijn voornaam”).


Bij de beantwoording heeft De Jager het over waarborgen van bepaalde terugbetalingen die ‘Duitsland en ik’ hebben gekregen, waar hij natuurlijk bedoelt zijn Duitse ambtgenoot en hij, maar alleen Ronald Plasterk merkt de verspreking op en moet erom grinniken. Voor de rest verloopt het betoog van de minister vlekkeloos en bedient hij de Kamer ook op haar wenken. Dus als de Kamer inzage wil in alle denkbare scenario’s over de toekomst van de euro, dan krijgt ze dat. Ook in alle ondenkbare scenario’s, voegt de bewindsman eraan toe, en dat lijkt een heel grote toezegging, maar is het niet. Organisatorisch zijn de ambtenaren van Financiën op alles voorbereid. Het zou wat zijn als ze daar de dingen maar op zich af zouden laten komen.

De Kamerleden tonen zich er niet minder verguld om, en in de tweede termijn gedragen sommigen zich als kinderen wier handjes royaal zijn gevuld. Vooral het CDA-Kamerlid Blanksma, die het bestaat Griekenland nog eens voor de laatste maal te waarschuwen, is zichtbaar verrukt van elk woord dat de minister wijdt aan een antwoord op haar vraag. En al die aandacht genereert bij haar weer nieuwe vraagjes, waarvan iedereen de strekking ontgaat, maar waar die goedige, geduldige Jan Kees de Jager nog serieus op ingaat ook.

Nog een paar woorden over PVV’er Tony van Dijck, die zich in de nesten werkt met zijn mededeling dat zijn partij onderzoek laat doen naar de mogelijke terugkeer naar de gulden, uitgerekend door een bureau dat eerder de euro bestempelde als een ‘absurd concept’. Of die vooringenomenheid wel past bij een bureau dat ‘onafhankelijk’ pretendeert te zijn? De omsingeling van de wilde honden begint met Plasterk, wordt daarna fijntjes overgenomen door het getalenteerde SGP-kamerlid Elbert Dijkgraaf, waarna GroenLinks-Kamerlid Braakhuis de ‘kill’ mag toedienen. Een makkie, want bij elke riposte draait Van Dijck zich vaster in de modder. Ten slotte verlost voorzitter Aptroot de arme Van Dijck uit zijn lijden. Het hele lichaam van minister De Jager drukt uit dat daar iemand van binnen zit te gieren van het lachen.

Frans van Deijl