Een goed gesprek met Max Westerman & Emmy Verhey

Ze heeft een hekel aan het woord – vooral als het op haarzelf slaat. “Wonderkind? Ik moet echt heel hard werken, eindeloos repeteren om het beste uit mijn viool te halen. En dan heb ik soms nog het idee: ik kan er niets van!”

Al een halve eeuw is Emmy Verhey (62) bezig zichzelf ervan te overtuigen dat ze dat toch best aardig kan. Ze is een van de beroemdste violistes die Nederland ooit heeft voortgebracht, speelde met de groten der aarde en in de beste concertzalen. In december gaat ze op tournee met de oudejaarsconference van Youp van ’t Hek. Dat ze al vijftig jaar op het podium staat viert ze diezelfde maand met een jubileumconcert in de Amsterdamse Amstelkerk.

Had je gedacht dat je het zo lang zou uithouden?

“Nooit. Ik dacht altijd: dit doe ik twintig, dertig jaar, niet langer dan nodig. Maar financieel is het niet gelopen zoals ik me had voorgesteld. Ik moest gewoon doorwerken, en moet dat nog steeds. Het gekke is dat ik er nu steeds meer plezier in begin te krijgen. Ik kan me haast niet meer voorstellen dat ik ermee op zou houden.”

We ontmoeten elkaar in haar woonplaats Zaltbommel. Ooit gekozen met wijlen haar echtgenoot Paul, vanwege de rust en het mooie middeleeuwse centrum, maar vooral om de locatie: in het midden des lands, de ideale uitvalsbasis voor musici – ook hij was violist – die stad en land moeten afreizen. We lunchen in het perfecte decor voor een klassieke vedette, restaurant La Provence: chique ambiance, exquise gerechten. Een goede keus voor de fijnproever die bekend is met menutermen als duxelles en brunoise, maar ook voor wie, zoals ik, culinair minder onderlegd is maar wel proeft dat de gerechten hier met liefde zijn bereid. Voilà, de amuses: een cappuccino van kreeft en toastjes met huisgerookt hertenkalf en compote van rode uien.

Even terug naar het begin. Jij was zeven jaar oud…

“…mijn vader was tweede concertmeester in Friesland en begon mij vioolles te geven. Waarom? Mijn broers hebben nooit een instrument leren spelen maar ik denk dat mijn ouders bij mij aanleg vermoedden; ik was altijd aan het zingen, en zuiver.”


Je speelde binnen een jaar het ‘Vioolconcert in a’ van Bach. Een van zijn allermoeilijkste, heb ik me laten vertellen.

“Ja, alle andere eenvoudige concertjes waarmee ze je op de muziekschool opleiden, kon ik meteen overslaan. Maar ik heb dat helemaal niet als bijzonder ervaren, ik wist niet beter. Tegen die term ‘wonderkind’ die ik om me heen hoorde heb ik me altijd verzet. Een wonderkind is in veel dingen tegelijk goed. Mozart was er één. Yehudi Menuhin ook. Die kon al viool spelen zonder dat hij er les in had gekregen. Dat was ook zijn tragiek, vind ik. Want hij had geen goede basistechniek.”

Je debuteerde vijftig jaar geleden, op je twaalfde, als solist bij het Frysk Orkest.

“Met een stuk waaraan ik een enorme hekel heb: de Havanaise van Saint-Saëns. Ik speel het nooit meer. Wat een stom stuk.”

Het maakte iedereen wel duidelijk dat er een toekomst voor jou lag buiten Friesland. Je hebt les gekregen van grootheden als Herman Krebbers, de Hongaar Bela Dekany en uiteindelijk in Moskou van David Oistrach, die wel de grootste violist van de twintigste eeuw is genoemd.

“Helemaal mee eens! Oistrach had een heel eigen klank, zo ontroerend. En hij had een geweldige persoonlijkheid, lief en betrokken, en totaal geen sterallures. Ik kijk nog weleens naar oude optredens van hem. Er is er één waarop hij aan het eind van zijn fantastische spel onzeker om zich heen kijkt, zo van: het ging geloof ik wel redelijk, hè? Geweldig!”

Diezelfde haast verlegen houding zag ik in Amersfoort, de avond voor onze lunch. Verhey leek oprecht dankbaar voor die tweehonderd overwegend oudere muziekliefhebbers die de Aegtenkapel opvulden. “Er zitten ook weleens weinig mensen in de zaal,” vertelt ze. “Dat is echt heel vervelend.” Verhey speelde met nog een violist, een altviolist en een cellist het Rosamunde Kwartet van Schubert. Als leek op het gebied van klassieke muziek begrijp ik nu pas hoe bijzonder dat was.


“Kwartet spelen met vier strijkinstrumenten is het allermoeilijkste, echt hogeschool. Ik heb het mijn hele leven al willen doen, maar omdat ik als solist meestal optredens gaf met grote orkesten, was het er nooit van gekomen.”

Klopt het dat je eerst een beetje nerveus was?

“Zeker. Een paar dagen geleden zag ik het nog helemaal niet zitten. Ik vroeg me echt af of ik nog wel viool kon spelen. Dat heb ik vaker, dan denk ik: het loopt niet meer, het klinkt niet, het is vals. Maar het wordt beter. Ik kan steeds meer relativeren, leg mezelf niet meer de hele tijd onder de loep. Ik ben minder gefocust op het presteren, ga meer op in het samen plezier maken. Gisteren was zo’n avond. Een heleboel dingen gingen vanzelf, en dan denk ik: waarom zit ik toch altijd zo te mekkeren?”

De voorgerechten arriveren. Voor Emmy een salade met, onder meer, gebraden kwartel, en – daar heb je hem – een brunoise van appelgelei. Voor mij gepocheerde coquilles Saint-Jacques op roergebakken zeekraal.

Er waren tijden dat je bijna ieder dag een concert gaf met een groot orkest. Hoe is dat nu?

“Het afgelopen jaar was moeizaam. Met grote orkesten heb ik maar een paar keer gespeeld. Dat is dan een heel lastige periode, je moet maar zien hoe je financieel rondkomt. Ik ben gek op kamermuziek, maar optreden met kleinere gezelschappen is ook pure noodzaak. De tijd van de grote concerten lijkt een beetje voorbij.”Hoe komt dat?

“De markt is totaal veranderd. Ook mijn vakgebied is geglobaliseerd. Vroeger waren er grenzen; die zijn weg en nu kan iedereen hier komen en optreden. Daarnaast wordt er bezuinigd, is er de recessie, en wordt het publiek grijzer; daar is dus een afvalrace gaande.”


En er is een nieuwe generatie solisten opgestaan. Sommigen door jou zelf opgeleid.

“Ja. Iedereen wil natuurlijk het podium op en zijn brood verdienen, en er zijn steeds minder mogelijkheden. Dat de conservatoria nog steeds zo veel studenten aannemen, is idioot. Eén vacature bij een orkest, en er staan tegenwoordig honderden violisten of klarinettisten in de rij.”

Toen ik een muziekkenner vertelde dat ik je ging interviewen, vroeg hij: “Speelt zij dan nog?” Violisten als Janine Jansen, Isabelle van Keulen en Simone Lamsma staan meer in de belangstelling. Denk je dan ook: goede marketing?

“Ja, heel goed, uitstekend. Hun platenmaatschappijen doen daar ook alles aan. Ik ben het niet overal mee eens hoor, maar de pr is veel professioneler geworden en daar ben ik helemaal niet goed in.”

Dat was me al opgevallen. Er is zo veel over je geschreven maar je hebt niet eens een persmapje. Dat hebben alle BN’ers tegenwoordig!

“Ik weet het. Ik word iedere keer wanhopig als iemand me vraagt naar eerdere interviews. Dan denk ik: waar liggen ze ook weer?. Heb ik ze nog wel?”

Het pleit voor je dat je er niet mee bezig bent.

“Maar het is niet goed. De wereld van de klassieke muziek is natuurlijk veranderd in die halve eeuw dat ik erin meedraai. Je moet aan de weg timmeren. Vroeger waren er een of twee tv-zenders, en als je er dan opkwam riep iedereen de volgende dag op straat: ‘Hé Emmy!’ Je werd ook netjes betaald. Tegenwoordig moet je halsbrekende toeren uithalen om grátis op tv te komen. En alles is veel meer op het uiterlijk. Zo veel toeters en bellen.”


Dat trekt wel publiek. Kijk maar naar André Rieu.

“Dat is geen klassieke muziek, dat is entertainment, dat is een show.”

Hij speelt toch klassieke muziek?

“Nou ja, korte, hapklare brokken. Het is een performance. En dat publiek blijft daar toch zitten, dat gaat niet naar een echt concert. Die mensen houden van toeters en bellen, en daarbij hoort dan toevallig ook muziek.”

Kijk je erop neer?

“Nee, helemaal niet, ik vind het ongelofelijk knap wat hij heeft bereikt. Ik vind het voor Nederland ook heel bijzonder, de hele wereld kent hem. Het is alleen niet wat ik ambieer, ik moet er niet aan denken.”

Speelt hij goed viool?

“Hij speelt op een andere manier viool dan ik.”

Ze lacht. Ons wordt het hoofdgerecht voorgezet: gebakken snoekbaars op risotto van Italiaanse vialonerijst met truffel, een vleugje ansjovis, groene asperge en blanke botersaus.

Verhey wil even iets rechtzetten. Dat ze van de klassieke muziek geen showbizz wil maken, betekent niet dat ze tegen vernieuwing is. Ze verheugt zich enorm op de tournee met Youp van ’t Hek, met wie ze al eerder in Carré stond en wiens oudejaarsconference ze nu met haar spel gaat begeleiden. (De show heet De tweede viool, wat slaat op Nederland, dat zijn voortrekkersrol in de wereld kwijtraakt). Bovendien begon ze zelf vijf jaar geleden met behulp van sponsors en de gemeente Zaltbommel het Emmy Verhey Festival. Ieder jaar drie dagen lang klassieke muziek. Ze wil dat het laagdrempelig is, niet door een repertoire van evergreens, maar door andere dingen. “De toegang is gratis. Ik praat de boel aan elkaar en het is heel informeel. Je kunt in- en uitlopen. We doen ook iets niet-klassieks. Dit jaar heb ik met de Parking Lot Pickers countrymuziek gespeeld. Onder meer een liedje van Dolly Parton. Echt ongehoord mooi: I Still Miss Someone.”


Ze mist zelf nog steeds haar echtgenoot, die dertig jaar geleden overleed. “Ik was zeven maanden zwanger van onze jongste dochter. We kwamen terug van een plaatopname in Engeland en gingen babyspullen kopen in Amsterdam. Daar is Paul ingestort. Een hartinfarct, op zijn 37ste. Hij heeft het overleefd, maar fysiek en mentaal was hij daarna kapot. Spelen kon hij niet meer. Ook het gevecht met de instanties was vernederend. Ze hadden totaal geen benul van wat iemand in dit vak beweegt, zeiden gewoon: ‘Nou meneer, dan gaat u toch gewoon in een platenzaak werken?’ Drie jaar later was hij dood.”Hoe sleur je jezelf na zo’n gebeurtenis weer het podium op?

“Ik heb er bijna de brui aan gegeven. Paul was mijn steun en toeverlaat. In de laatste jaren van zijn leven heeft hij bijna alles wat hij bezat, ook zijn eigen viool, verkocht om voor mij een Stradivarius te kunnen kopen. Gewoon omdat hij vond dat ik die nodig had; de concurrentie was toen al moordend. Hij reisde veel met me mee, regelde van alles en gaf adviezen. Ik ben een enorme angstkikker, en toen hij wegviel voelde ik me stuurloos. Onder aanmoediging van onze vrienden ben ik doorgegaan. Maar aanvankelijk speelde ik als een robot; ik voelde er niets bij, alleen maar spanningen. Ik ben lang boos gebleven. Jonge weduwen hebben dat vaker.”

Waar was je dan boos op?

“Op het leven. En ook wel op hem, omdat hij ertussenuit piepte. Hoe was de snoekbaars?”

Je bent nooit hertrouwd, waarom niet?

“Ik heb andere relaties gehad. Die zijn niet goed gegaan. Wellicht heeft dat met mij te maken. Als je boos bent op iemand die verdwijnt, blijft dat in de weg zitten.”


Wat niet is, kan nog komen.

“Precies, wat je zegt! Daar heb ik zat voorbeelden van. Vrienden van mij zijn onlangs op hun 78ste met elkaar getrouwd. Overigens heb ik wel twee geweldige dochters met leuke mannen en drie schatten van kleinkinderen.”

Vijftig jaar sta je nu op het podium. Hoe lang ga je nog door?

“Ooit dacht ik: tot ik mijn schaapjes op het droge heb. Nu denk ik: tot ik fysiek niet meer kan. Het is zwaar werk. Mijn fysiotherapeut noemt viool spelen ‘topsport op de vierkante centimeter’. Ik kan nu wel veel meer genieten van de muziek. Misschien juist omdat ik met kleinere gezelschappen speel. Die musici worden je vrienden; het spelen en vooral ook het repeteren is heel intiem, gezellig en bijzonder. Ik voel me bevoorrecht dat ik dit nog mag doen. Dat er nog mensen zijn die ernaar willen luisteren. Dat zo’n zaal echt aan je vingers hangt; geen kuchje is te horen, geen geschuifel van voeten. Er valt ook niemand in slaap, geloof ik. Op zulke momenten voel ik mij intens gelukkig.”

Het jubileumconcert is op 7 december. Info op www.emmyverhey.nl.

De conference van Youp van ’t Hek is op oudejaarsavond op tv.