Het belang van Frankrijk

Zonder Frankrijk kan de euro niet verder.

Terwijl Mark Rutte op bezoek in Groot-Brittannië stoere praatjes met zijn leeftijdgenoot David Cameron uitwisselde, en Nederland nog tot de solide landen in de eurozone denkt te behoren, heeft de eurocrisis Frankrijk al stevig in zijn greep. De Fransen zien hun banken en hun triple A-status in gevaar komen, hebben een te hoog begrotingstekort en raken steeds meer achter op de Duitse economie. Sinds de financiële markten Italië in het vizier hebben en Silvio Berlusconi is ontmaskerd als de clown die hij altijd was, is het ook voor Frankrijk menens geworden.

Anders dan de politieke klasse in Italië neemt de Franse bestuursklasse zichzelf uiterst serieus. Volgens de Fransen moet de economie door de politiek worden bepaald en niet andersom. Het is een voluntaristische visie die ze sinds jaar en dag uitdragen. Dan is het ook consistent dat Parijs een Europees economisch bestuur bepleit om de eurocrisis onder controle te krijgen. Nederland gruwt daarvan. Waar Duitsland ons economische ‘achterland’ is en wij ons in geldzaken graag Duitser dan Duits opstellen, wenden we ons tot de Britten (zie Rutte) als het in Europa benauwd wordt. Zij delen niet alleen onze vrijhandelsvoorkeuren, maar ook onze afkeer van de katholieke wereld. Die afkeer is met de ontkerkelijking niet minder geworden. En dat de Fransen zich aan God noch gebod lijken te storen, bevestigt in onze ogen hun arrogantie en dubbele moraal.

Ik zeg hiermee niets nieuws. Integendeel, het zijn clichés van de bovenste plank. Als VVD-minister merkte Annemarie Jorritsma ooit op dat Frankrijk zo’n leuk land was, alleen jammer dat er Fransen woonden. We hoeven niet diep te graven om nog meer van zulke wijsheden tegen te komen. Als het over Frankrijk gaat, zijn onze koopman en onze dominee het eens. Het ‘L’Europe, c’est moi’ dat elke Franse president uitstraalt, werkt op onze lachspieren. Wij kunnen die hang naar grandeur niet serieus nemen. Het getuigt van absurde zelfoverschatting, een euvel dat overigens niet typisch Frans is. Wat te denken van onszelf? En kijk eens naar David Cameron, die de eurozone de les denkt te kunnen lezen, terwijl zijn land zichzelf buiten de kern van Europa heeft geplaatst. Of zou dat Britse humor zijn?


Onze anglofilie zet ons op het verkeerde been. Ik denk dat Nederland zich nu veel serieuzer moet richten op Frankrijk en de andere zuidelijke landen, waarvoor de eurocrisis een existentiële crisis is. Zij zullen zich op alle manieren, ook de minder fijnzinnige, aan Noord-Europa blijven vastklampen. Ik heb niet het idee dat dit in Den Haag, waar nog steeds een luchtige stemming heerst, wordt beseft. Als het Nederland ernst is met het redden van de euro, moet het zich niet ‘Duitser dan Duits’ opstellen (de Pruisische tucht is ons ook te rigide), maar op zoek gaan naar een houdbaar Europees compromis. Dan heeft het weinig zin je te richten op verwante landen, maar is het zaak de landen die cultureel het verst van je afstaan politiek naar je toe te halen. Italië en Spanje dus, met Frankrijk als eerste aanspreekpunt.

Nederland heeft niet alleen belang bij de verankering van Duitsland in Europa, maar net zo goed bij die van Frankrijk, want zonder de Fransen kan de euro evenmin verder. Weliswaar zetten de Duitse eisen om de eurozone te disciplineren de toon, maar zonder Frankrijk lukt dat niet. Daarbij heeft de Europese Centrale Bank, eerst onder leiding van een Fransman en nu van een Italiaan, tegen de zin van de Bundesbank voor miljarden aan schuldpapier van probleemlanden opgekocht, waardoor zuidelijke schulden ook noordelijke schulden geworden zijn. Dat is niet meer weg te poetsen, ook niet met de opsplitsing van de eurozone in een neuro en een zeuro, waarvoor in Nederland stemmen opgaan. Geen reële optie, want dat trekt Frankrijk niet. Hoewel de Fransen nu weinig anders kunnen dan Duits genadebrood eten, zijn ze er goed in om van hun zwakte een kracht te maken. Franse ideeën over de toekomst van Europa zullen nooit van tafel zijn. Het is maar dat Mark Rutte het weet.