Iedereen dezelfde rechten, kan dat wel?

Thomas Paine (1737-1809) was een controversieel man in zijn tijd. De filosoof, schrijver en Verlichtingsdenker verdedigde mensenrechten als algemeen stemrecht, gelijkwaardigheid, een eerlijk proces en een rechtvaardige beloning voor werk. Hij voelde zich wereldburger en was betrokken bij zowel de Franse Revolutie als bij de onafhankelijkheid van Amerika – hij woonde ook in die landen. Paines ideeën inspireerden latere denkers en politici, onder wie de opstellers van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens uit 1948. Tegenwoordig klinken vaak cynische geluiden over mensenrechten. Het zou niet haalbaar zijn overal hetzelfde rechtssysteem in te voeren. De rechten zouden alleen een dekmantel zijn voor westerse grootmachten die hun handelsbelangen willen veiligstellen. En mag je wel ingrijpen in culturen die ideeën over mensenrechten niet accepteren? Niemand zou moeten worden blootgesteld aan onvrijheid, marteling of genitale verminking, zo veel mogen we toch wel stellen. Moeten we daarom blijven streven naar universele aanvaarding van mensenrechten? Of is dat onmogelijk, of zelfs onwenselijk?

“We moeten zeker streven naar een juridisch afdwingbaar systeem dat mensen beschermt tegen exploitatie en onderdrukking. Daar wordt de wereld beter van. Maar ik ben er geen voorstander van dat systeem te baseren op een mensenrechtentheorie. Ik denk namelijk niet dat de mensenrechten goed genoeg te verdedigen zijn.

“Er zijn twee theorieën: een theorie van eigendomsrechten in brede zin, en een theorie van welzijnsrechten. Beide zijn nodig om tot mensenrechten te komen, maar ze zijn incompatibel. Een voorbeeld is het octrooirecht. Het eigendomsrecht zegt: jij hebt iets gemaakt, dus het is van jou. Maar wanneer je dit toepast op een geneesmiddel, leidt dat tot gebrekkige toegankelijkheid van de gezondheidszorg en schending van het recht op zorg.

“Bovendien is er momenteel sprake van mensenrechteninflatie: zowat alles wordt een recht. We moeten dezelfde opvattingen dus met meer pragmatische argumenten onderbouwen.

“Verder sta ik sceptisch tegenover cultuurrelativisme, de opvatting waarin alle culturen en praktijken even goed zijn. Leg mensen een uitspraak voor als ‘meisjes mogen niet naar school’ of ‘steniging is een prima straf’, en ze zullen zich realiseren dat helemaal niet alles relatief en even goed is.”

“We evolueren in de richting van een global village. Overal maken mensen kennis met wetenschap, dezelfde ideeën en dezelfde producten. Hierdoor gaan mensen meer en meer inzien dat we in essentie dezelfde wezens zijn, tot dezelfde mensheid behoren, en dus dezelfde rechten zouden moeten hebben.Uiteindelijk moeten de mensenrechten afdwingbaar worden gemaakt via een soort wereldregering. Je moet kunnen garanderen dat bepaalde groepen als rijken, geestelijken of mannen niet de macht in handen houden en anderen benadelen. Om te beginnen moeten Europa, de Noord-Amerikaanse staten, de Zuid-Amerikaanse landen enzovoort zich meer en meer verenigen, en moeten deelstaten aan dezelfde basiswetten voldoen. Uiteindelijk moet er een overkoepelend geheel komen dat kan ingrijpen wanneer landen of groepen de mensenrechten schenden.


“Waar moet die overkoepelende regering dan op toezien? De gelijkwaardigheid van man en vrouw moet wettelijk vastliggen en er moet een sanctie staan op vrouwenbesnijdenis. Iedereen moet vrije partnerkeuze hebben. Het onderwijs moet overal seculier zijn, zodat jongvolwassenen vrij kunnen kiezen welk geloof ze willen aanhangen. Ten slotte moeten we lichamelijk en mentaal gehandicapten helpen.

“Ik weet niet of dit een utopie blijft. We worden steeds meer één, maar stevenen tegelijkertijd op een catastrofe af door overbevolking en milieuvervuiling. Ik vrees dat die ontwikkelingen de komende vijftig jaar zulke grote rampen zullen veroorzaken dat ze eenwording in de weg staan. Toch kan geen mens leven zonder een zeker project, een doelstelling. Willem de Zwijger zei het al: ‘Het is niet nodig te hopen om iets te ondernemen, noch te slagen om te volharden.'”

“Om te beginnen moeten we de moraal niet ontwerpen op basis van de mensenrechten, maar andersom: wat de mensenrechten inhouden, hangt af van wat we als moreel goed beschouwen. Een voorbeeld zijn de vrijheid en gelijkwaardigheid van alle mensen. Maar als recht hebben deze morele uitgangspunten ook een rechtsorde nodig, via wetten en verdragen.

“Er zijn verschillende opvattingen over welke mensenrechten het belangrijkst zijn. De Verklaring van 1948 is bovendien het resultaat van een politiek compromis tussen verschillende landen en belangen. De mensenrechten liggen dus niet volledig vast, en er zijn door de geschiedenis heen andere accenten gelegd. We mogen ze dus ook ter discussie stellen.

“Het feit dat er altijd belangen in het spel zijn, is voor velen een reden tot cynisme. Toch is dat niet helemaal terecht. In de afgelopen vijftig jaar zijn de mensenrechten in veel landen in het recht opgenomen, ook in het internationaal recht. Er worden ook nog steeds stappen gezet. Hoe mensen ergens echt over denken kun je niet afdwingen, maar gedrag wél.


“Je hebt ook bepaalde ‘mensenplichten’ die voortvloeien uit de mensenrechten. Ook als je geen diplomaat of politicus bent, heb je de plicht om je in te zetten voor mensenrechten. Koop bijvoorbeeld geen producten van bedrijven die mensen uitbuiten tegen veel te lage lonen. Je kunt je inzetten voor onderwijs waarin het belang van mensenrechten wordt benadrukt, of je aansluiten bij een mensenrechtenorganisatie. Het is onmogelijk om in je eentje de wereld te verbeteren, maar je kunt je eigen rol daarin wel zo goed mogelijk maken.”

Isabelle Buhre