Marja Pruis

Marja Pruis (Amsterdam, 1959) is schrijfster en journaliste. Haar zesde boek, Kus me, straf me, stond dit jaar op de shortlist van de AKO Literatuurprijs.

Wat is uw huidige gemoedstoestand?

Het is jammer dat ik net naast de AKO Literatuurprijs greep, maar ik kon het snel van me afzetten. Nu ben ik gewoon weer onrustig omdat ik het druk heb, met artikelen, lezingen, een nieuw boek. En blij omdat ik net weer een stuk af heb; zo gaat het altijd, van paniek naar opluchting.

Wie zijn uw helden?

Ik bewonder mensen die iets heel goed kunnen en niet bang zijn om dat te laten zien. Vooral op het gebied van zang en dans. Bijvoorbeeld Jenny Arean en Beyoncé, die zijn allebei zo sterk, levendig en expressief.

Aan wie ergert u zich?

Slecht eten voorgeschoteld krijgen in een restaurant, mensen die bellen in de trein en columnisten die vrijblijvend en vanuit een veilige positie commentaar leveren en dan ook nog niet in staat zijn om dat leuk of goed op te schrijven.

Wat zijn uw dagdromen?

Rijk en gelauwerd zijn en een zwembad hebben waarin ik elke ochtend mijn baantjes kan trekken.

Lijkt u op uw vader?

Ja. Dat zit ‘m in een driftigheid die mijn vader zelf wel goed heeft weten te beteugelen. Mijn ongeduld heb ik van hem en ik kan ook nogal bazig zijn, hoewel ik volgens mij bij veel mensen niet zo overkom.

Bidt u weleens?

Nee. Ik ben ermee opgevoed en weet hoe het moet. Maar als ik het probeer, vind ik mezelf al gauw blasfemisch en belachelijk.

Bent u aantrekkelijk?

Ik word regelmatig vastgepakt. Mensen, variërend van intimi tot mijn collega’s, vinden mij wel erg aanraakbaar. Ze denken dat ik heel zacht ben.

Als u iets aan uzelf zou kunnen veranderen, wat zou dat dan zijn?


Ik zou verbaal duidelijker en meer uitgesproken willen zijn. Ik zeg dingen eerder niet dan wel. Daar denk ik problemen mee te voorkomen, maar zo werkt dat niet. Bovendien weten mensen daardoor bij mij vaak niet waar ze aan toe zijn.

Wat is uw grootste angst?

Dat ik alles verlies en dat ik ten val kom. Ook in letterlijke zin. Ik kan geen trap op- of aflopen zonder de gedachte dat ik naar beneden kan vallen.

Wat is uw definitie van geluk?

Dat je niet verlangt om ergens anders te zijn dan waar je bent.

Waar schaamt u zich voor?

Voor een aantal slechte eigenschappen die ik heb. Zoals jaloezie, wat weer in verband staat met mijn heerszuchtige kant.

Bent u monogaam?

Ik kan het me niet anders voorstellen.

Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?

Zojuist nog. Ik huil vaak. Net was het omdat mijn dochter vertelde hoe een tv-serie afliep die we samen hebben gekeken. Ze kan heel levendig vertellen.

Hoe moedig bent u?

Voor een baan moest ik eens een psychologische test doen. Er kwam uit dat ik altijd conflicten uit de weg ga. Ik kreeg de baan niet. Ik werd er zo kwaad over dat ik een ferme brief heb geschreven. Daarna werd ik alsnog meteen aangenomen.

Lijkt u op uw vrienden?

Nee. Ik ben vrij stil en mijn beste vriendinnen zijn redelijk brutaal. Zij durven ook mensen ter verantwoording te roepen en ongegeneerd ruzie te maken. Daar kijk ik met bewondering naar.

Welke eigenschap waardeert u in een man?

Dat hij zichzelf goed verzorgt, intelligent is en toegewijd aan mij en aan wat hij doet.


Welke eigenschap waardeert u in een vrouw?

Moed en ambitie. Ik vind ook dat een vrouw mooi moet zijn. Maar als ik van iemand houd, vind ik haar eigenlijk altijd mooi.

Wat is uw dierbaarste bezit?

Het horloge van mijn vader. Ik heb het nu vijftien jaar om.

Wie is uw grootste liefde?

Mijn man.

Hoe ontspant u zich?

Door alleen te zijn, iets lekkers te eten te maken en een film te kijken.

Wat is uw grootste prestatie?

Dat ik mijn tweede boek heb geschreven. Mijn eerste was nogal negatief ontvangen. Het kostte tijd om dat te relativeren, moed te verzamelen en door te gaan.

Wat is uw grootste mislukking?

Dat ik mijn rijbewijs heb maar helemaal niet auto durf te rijden. Er is nooit iets dramatisch gebeurd maar ik vertrouw mezelf gewoon niet achter het stuur.

Gelooft u in God?

Nee. Maar ik vind het wel fijn dat iemand heeft verzonnen dat zoiets bestaat. En dat ik de keuze heb om niet te geloven in iets wat er misschien toch is.

Wanneer was u het gelukkigst?

Dat was tijdens een regenachtige vakantie in Bretagne. Ik ging met mijn dochter naar het strand, dat totaal verlaten was. Zij zag de zee, kleedde zich helemaal uit en rende enthousiast de duinen af, naar het water.

Wie hoopt u nooit meer terug te zien?

Ik heb met veel mensen gebroken. Zowel met liefdes als vriendinnen. Het lijkt me ongemakkelijk om hen terug te zien. Anderzijds ben ik ook nieuwsgierig.

Wat is de beste plek om te wonen?

In de bergen van Wyoming in de Verenigde Staten of aan de kust. Ergens waar het ruig en desolaat is, maar waar de beschaving wel in de buurt is.


Hoe is ongeluk te vermijden?

Zoals mijn moeder vorige week nog zei: één moment van onachtzaamheid zorgt dat men jaren schreit. Opletten dus maar.

Wat is uw devies?

Maak je nooit ergens makkelijk vanaf.

Ernest Marx