Nieuwe vermoedens

Nog steeds is niet alle materiaal van de Commissie van Drie vrijgegeven, al werd dat in 2010 wel met enige bombarie beweerd. Sommige delen blijven tot 2025 en andere zelfs tot 2050 gesloten. Wat daarvan de reden is, zal pas bij opening duidelijk worden.

Via een WOB-procedure, aangespannen door het KRO-televisieprogramma Reporter, is een beperkt deel van het archief in juni 2011 vrijgegeven. Dat de geheimhouding van materiaal door de overheid soms bizarre vormen heeft aangenomen, wordt treffend geïllustreerd door inventarisnummer 12524, met als omschrijving ‘Visitekaartje, 1974 Afschrift’. In de inventaris is er zelfs een apart nummer aan het afschrift van het kaartje gewijd, terwijl de betrokken persoon met voor- en achternaam (Jean-Pierre Viret) gewoon in het rapport van de Commissie van Drie voorkomt, inclusief zijn functie bij de Société de Banque Suisse Genève. Daar beschikte prins Bernhard over een bankrekening waarop hij in 1974 zijn smeergeld van Lockheed gestort wilde hebben.

Intrigerend is een handgeschreven ‘Zeer geheim’ document uit het archief van de Commissie van Drie over Gerard Aalbertsberg, die van 1959 tot 1961 perschef van Fokker was geweest. In het document wordt een relatie gelegd met J.F. (Johan) van Diermen en een internationale handelscorporatie, gevestigd op het Buitenhof 47 in Den Haag. “Deze firma zou verband houden met de Bataafse (de Bataafse Petroleum Maatschappij; een dochter van Shell – red.) en de contacten A/v.D (Aalbertsberg/Van Diermen) zouden betrekking hebben op de wapenhandel.” Die contacten vonden plaats op kantoor Buitenhof 47 ‘maar niemand mocht de heren samen zien’.

Buitenhof 47 stond inderdaad bekend als een centrum van internationale wapenhandel. Prins Bernhard onderhield via zijn intermediair Jan Willem Duyff contacten met dit bedrijf, dat in verband werd gebracht met illegale wapenhandel op Indonesië, het land waar Aalbertsberg was geboren. Van Diermen zat in het bestuur van de Prins Bernhard Stichting, een fonds voor hulp aan militairen, dat in 1949 in opspraak kwam door frauduleuze praktijken.