Televisie kan best goed zijn

The Sopranos, Dexter, Mad Men – wat is het geheim van hun succes? Hoe Amerikaanse betaal-tv-zenders kwaliteit op de buis brengen.

Salman Rushdie liet afgelopen zomer weten dat hij even niet aan een nieuwe roman werkte. Hij ging een tv-serie schrijven, een sciencefictionserie zelfs. Een titel was er al: The Next People. De scripts waren reeds door pay-tv channel HBO besteld. Zo is Rushdie de volgende kunstenaar die zich committeert aan een betaal-tv-zender – en zich afwendt van Hollywood.

Het meest geruchtmakend was wel regisseur Martin Scorsese die – voor twintig miljoen dollar, dat wel – de pilot van Boardwalk Empire maakte. Matthew Weiner, de architect van Mad Men, werkte als schrijver voor de comedyserie Becker, toen hij werd weggelokt voor The Sopranos. Het script voor Mad Men zat vijf jaar in zijn computer. HBO paste, het concurrerende AMC ging strijken met de eer: de Emmy voor beste dramaserie is Mad Men geen seizoen (van de vier) ontglipt.

Toen de Verenigde Staten televisie kregen, werd die meteen in bezit genomen door de commercie. Geen wonder dat de belangstelling groot was toen reclamevrij aanbod van de grond kwam. Kabel en satelliet maakten subscription TV, ofwel betaaltelevisie, technisch mogelijk. HBO begon in 1972, met boksen, en brak het ijs. Showtime volgde in 1976, en gooide het op popconcerten: Rod Stewart, Pink Floyd, ABBA. Twaalf jaar later voegde AMC (vanaf 1987) – niet voor niets de afkorting van American Movie Classics – daar ‘original programming’ aan toe. HBO zond de eerste ‘made for pay-TV movie’ al in 1983 uit, maar het duurde tot 1997 voor het zijn eerste eigen dramaserie – OZ, dat zich afspeelde in een gevangenis – in het uitzendschema zette. Daarna ging het hard. Sex and the City startte in 1998, The Sopranos debuteerde in 1999. De maffiaserie zou gedurende zes seizoenen 111 Emmy-nominaties krijgen en 21 keer in de prijzen vallen.


Wat doen de pay-tv-kanalen anders en zelfs beter dan de ouderwetse networks? Het is vooral lef. HBO en co. geven de kijkers iets waarvan ze niet wisten dat ze het wilden. Geen network-serie komt op de buis zonder voorafgaand onderzoek in meedogenloze focusgroepen; HBO geeft daar geen cent aan uit. En terwijl tv-stations ABC, CBS, NBC en Fox minimale voorbereidingstijd nemen en de schrijvers vaak met moeite voor kunnen blijven op de productie, hebben de pay-tv-spelers liever eerst alle scripts voor er een meter film wordt verschoten. De networks bestellen dertien afleveringen voor een seizoen en vragen er bij gebleken succes nog snel negen bij. De betaalconcurrent beschouwt dertien als een mooi maximum voor een seizoen en bestelt dan sneller een vervolgserie. Die heeft ook meer geduld, zodat zelfs een matig presterende serie als In Treatment (bij ons In therapie) het toch tot 106 afleveringen wist te schoppen (die was ook niet zo duur…).

Een deel van het succes van de pay-tv-kanalen schuilt ook in het feit dat ze een speelfilm doorgaans tien maanden na de bioscooprelease kunnen vertonen. Bovendien kunnen ze zich meer permitteren qua seks, geweld en taalgebruik, omdat de programma’s achter de decoder schuilgaan. En dat spreekt nou precies de klasse aan die zich een abonnement kan veroorloven.

Voor 15 dollar per maand heb je toegang tot HBO; 28 miljoen Amerikanen hebben een abonnement, Showtime heeft er 20 miljoen. Niet in de laatste plaats dankzij Mad Men hield AMC stand als kop-loper. Maar de competitie slaapt niet. Chris Albrecht stapte na 22 jaar op bij HBO; sinds 2009 is hij de grote man achter kabelzender Starz. Trouw aan zijn adagium ‘betting on quality’ doorbrak hij het traditionele dramaturgische patroon door van de schrijvers karakters te verlangen die niet per se geliefd hoefden te zijn maar wel interessant. Die les drong ook door tot de networks, want zo’n schatje is House niet – en dat ook nog op Fox. Albrechts opende bij Starz met Spartacus,en dat bleef niet onopgemerkt. De serie, hier uitgezonden door RTL, bracht niet alleen zeer bloedige gevechten in slowmotion, maar ook de meeste blote borsten in de geschiedenis van het televisiedrama. Albrecht heeft inmiddels laten weten dat de BBC zijn nieuwe ijkpunt zal zijn.


Biedt dit Amerikaanse verhaal hoop voor de Nederlandse televisie? Wie weet. Bijna dertig miljoen Amerikanen hebben HBO, dat is zo’n 25 procent van alle Amerikaanse huishoudens. Zou je 1,8 miljoen Nederlanders – een vergelijkbaar percentage – verleiden tot een abonnement (Eredivisie Live heeft al bijna 600.000 abonnees), dan levert dat 1.800.000 x 12 maanden x 15 euro = 324 miljoen euro op. Daar kun je mooie dingen van maken.

Bert van der Veer