Vriendin van Freud

De analyse van Marie Bonaparte bij Sigmund Freud leidde tot een innige band. Hanna Stouten schreef er een vertederend boek over.

In 1936, toen de nazi’s druk doende waren alles wat in hun ogen ontaard was te vernietigen, kwam Marie Bonaparte in Berlijn op het spoor van de brieven die Sigmund Freud tussen 1887 en 1902 aan zijn collega Wilhelm Flie had geschreven. Marie Bonaparte, die het vak van analyticus had geleerd door zichzelf als patiënte bij Freud aan te melden, kocht de verzameling voor omgerekend zo’n dikke vierduizend euro.

Haar verwachting dat Freud ingenomen zou zijn met deze vondst, werd niet bevestigd. Integendeel, Freud reageerde afwijzend en stelde voor de brieven te vernietigen, zoals hijzelf tot ongenoegen van Flie’ weduwe al eerder had gedaan met de andere helft van de correspondentie. Hij verduidelijkte zijn standpunt met een oud joods mopje over hoe je van een pauw een smakelijk hapje kunt maken.

“Eerst stop je hem een week onder de grond en daarna graaf je hem op.”

“En wat dan?”‘ vroeg Marie.

“Dan gooi je hem weg!” antwoordde Freud.

Maar Marie Bonaparte voelde niets voor weggooien. Ze schreef: “U, geliefde Vader, bent u misschien niet bewust van uw grootheid. Maar u behoort tot de geschiedenis van de mensheid zoals Plato, of, laten we zeggen, zoals Goethe. Wat zou het voor ons, voor de toekomst, niet een verlies zijn wanneer de gesprekken met Eckermann waren vernietigd, of de dialogen van Plato, dit laatste uit meeleven met Socrates, alleen omdat de nageslachten niet zouden mogen weten dat hij de knapenliefde bedreef met Phaedrus en Alcibiades? Niets van dat alles zal men in uw brieven aantreffen. Niets, want voor iemand die u kent, kan er niets in staan dat u zou kunnen schaden! Heeft u zelf niet, geliefde Vader, in al uw prachtige werken geschreven tegen de pogingen om ten koste van alles grote geesten te idealiseren?”


Zij wilde niet idealiseren, maar noemde Freud haar Vader – met een hoofdletter.

Wel kwam Marie gedeeltelijk tegemoet aan Freuds wens om de brieven níet te lezen, wat een bijna onmenselijke opgave voor haar moet zijn geweest. Helemaal wist ze haar nieuwsgierigheid niet te beteugelen, want een aantal brieven bladerde ze vluchtig door, maar ten slotte borg ze het pakket op in de safe van een Weense bank.

Deze anekdote, die ik gedeeltelijk ontleen aan de biografie Marie Bonaparte – A Life van Célia Bertin, vind ik een van de mooiste uit de geschiedenis van de psychoanalyse. De anekdote is typerend voor Freud, voor Marie Bonaparte, en voor Freuds verhouding tot zijn collega’s en zijn leerlingen.

Om redenen die hier te ver voeren, had Freud er alle belang bij wanneer de briefwisseling met zijn voormalige collega Flie werd vernietigd. Maar als leerling en als bewonderaarster deinsde Marie daarvoor terug. Ook uit historisch oogpunt had ze volkomen gelijk, al heeft ze meegedaan aan de hebbelijkheid van veel van Freuds volgelingen om documenten tot ver in de 21ste eeuw voor gesloten te verklaren. Ten slotte geeft de anekdote aan dat Marie Bonaparte een moedige vrouw was, die het heeft opgenomen tegen de nazi’s en die behalve Freud nog vele andere, in Duitsland en Oostenrijk woonachtige joden heeft geholpen om een veilig heenkomen te vinden.

In haar biografie heeft Célia Bertin het belang van Marie Bonaparte voor de psychoanalytische beweging duidelijk gemaakt. Onlangs heeft Hanna Stouten, emeritus hoogleraar Nederlandse letterkunde aan de Sobonne, daar nog het een en ander aan toegevoegd in haar boek: Marie Bonaparte 1882-1962 – Freuds prinses zoekt haar dode moeder.


Marie Bonaparte was een nazaat van keizer Napoleon. Zij trouwde, min of meer gedwongen, met prins George van Griekenland, de broer van de Griekse koning. Dat huwelijk werd, nadat de kinderen waren verwekt, nauwelijks meer geconsummeerd, vermoedelijk omdat George meer homoseksuele dan heteroseksuele neigingen had. De afwezigheid van een minnaar binnen het huwelijk leidde bij Marie Bonaparte tot wat zijzelf als een vaginale frigiditeit beschouwde. Vooral bij Stouten krijg je die indruk dat deze vorm van frigiditeit, die ook leidde tot een verschil van inzicht met Freud zelf, langzamerhand voor Marie een obsessie is geworden. Freud beschouwde de frigiditeit als een kwestie die met behulp van psychoanalyse kon worden opgelost, maar Marie had meer het idee dat haar clitoris te ver verwijderd lag van het punt dat het orgasme veroorzaakte. Daarom liet zij zich meer dan eens opereren, zonder dat het overigens echt geholpen heeft. Zij bleef naar haar gevoel frigide en beleefde te weinig plezier aan masturbatie en seksueel contact. Over frigiditeit bij vrouwen heeft Marie Bonaparte verschillende malen gepubliceerd. Ze schreef dus eigenlijk over zichzelf. Ook al deed zij dat doorgaans onder pseudoniem, haar man George vond haar onderwerpkeuze niet altijd even aangenaam. Het wordt niet expliciet vermeld, maar ik kan me zo voorstellen dat er in die tijd driftig over het echtpaar werd geroddeld.

Marie Bonaparte werd, zoals zo velen destijds, gegrepen door Freuds Die Traumdeutung. Zij besloot naar Wenen te reizen en zich bij de Weense wonderdokter aan te melden als patiënt. Freud nam haar genadiglijk aan. Het moet voor hem ook interessant zijn geweest een puissant rijke dame te kunnen analyseren die nog afstamde van Napoleon en kind aan huis was aan de Europese hoven. Zoals Hanna Stouten – Freud zou met die naam geen moeite hebben – laat zien, heeft Marie ook op vriendschappelijke wijze gecorrespondeerd met koningin Juliana.


Na verloop van tijd heeft zich tussen Freud en Marie een relatie ontwikkeld die verder ging dan die tussen arts en patiënt. Het werd vriendschap, en Marie zou haar Vader onvoorwaardelijk steunen toen het door de nazi’s te gevaarlijk werd in Wenen. Anderzijds kreeg ze van Freud de bevoegdheid om als leek zelf analyses uit te voeren. De lekenanalyse zou binnen de psychoanalytische beweging leiden tot een verhitte polemiek tussen degenen die vonden dat het in handen van medici moest blijven en degenen die meenden dat leken konden helpen om Freuds woord over de wereld te verspreiden. Later zou Marie, opmerkelijk genoeg, de kant van de biologische aanpak kiezen, en daarmee was zij beslist haar tijd vooruit.

Het boek van Hanna Stouten werkt op mij vertederend. Nog geen jaar geleden werd in Nederland besloten dat de verzekering niet meer automatisch de psychoanalyse zou vergoeden. Daardoor ontstonden even kringen in het water, maar erg lang heeft dat niet geduurd. Een storm van verontwaardiging heeft het niet opgeleverd, en nu lijkt het erop dat de tijd van de psychoanalyse definitief tot het verleden behoort. Mogelijk is ook dat sommige analytische begrippen zulk gemeengoed zijn geworden dat niemand het meer nodig vindt om erover te spreken.

Marie Bonaparte groeide op zonder moeder, die kort na de bevalling het leven liet. Inderdaad kun je haar verdere leven uitleggen als een zoektocht naar de moederfiguur. Eigenlijk ironisch dat zij daarvoor een vaderfiguur vond in de persoon van Sigmund Freud.

Hanna Stouten: ‘Marie Bonaparte 1882-1962 – Freuds prinses zoekt haar dode moeder’. Amsterdam University Press, €19,90. Ook via ako.nl.