Waarom zo pessimistisch?

Het is juist een klein wonder hoe goed Nederland er nog voor staat.

Rob Bijl, adjunct-directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), zei afgelopen week bang te zijn voor een ‘diepe en lange crisis’. Hij verwacht forse bezuinigingen ‘die aanzienlijke sociale gevolgen kunnen hebben. De bezuinigingen van het kabinet-Rutte zullen vrijwel iedereen raken. De kwaliteit van leven lijdt daar onder’.

Koren op de molen van de oppositie. Die ziet haar kritiek op het kabinet bevestigd. Ook kon zij wijzen op de nieuwste cijfers van het CBS, waaruit bleek dat de economie het laatste kwartaal is gekrompen. De conclusie: het kabinet voert een verkeerd economisch beleid, dat bovendien sociaal verkeerd uitpakt.

De kabinetspartijen stelden daar tegenover dat het nodig is om het huishoudboekje van de staat op orde te brengen. Zij vinden hun gelijk in de eurocrisis. Na Griekenland en Italië kwam deze week Spanje in de gevarenzone. Bovendien, stelden zij, ‘is het niet sociaal tegenover komende generaties om de staatsschuld te laten stijgen’.

Iedereen bekijkt de zaken dus weer vanuit het eigen denkraam. Maar hoe zit het nu echt met de ‘stand van ons land’, zoals in het rapport van het SCP beschreven, en hoe die wordt beleefd? Een paar feiten:

De welvaart in Nederland is constant en hoog. Vooral bij mensen met een laag inkomen, niet-westerse migranten en ouderen boven de 65 jaar is de kwaliteit van leven de laatste jaren vooruitgegaan, aldus het SCP.

Ruim 60 procent van de burgers is somber over de toekomst van het land. 25 procent vindt dat het juist de goede kant opgaat. Vrijwel niemand maakt zich echter zorgen om de eigen financiële situatie. Ondanks de crisis is meer dan 80 procent daar positief over.


De verschillen tussen bevolkingsgroepen zijn groot, vooral tussen hoog- en laagopgeleiden. Laagopgeleiden zijn pessimistischer over de samenleving, negatiever over de politiek en meer bezorgd over misdaad en materiële zaken. Hoogopgeleiden zijn optimistischer, toleranter en hebben meer vertrouwen. De belangrijkste kloof lijkt dus die tussen laag- en hoogopgeleiden. Zo’n 30 procent heeft maximaal vmbo, terwijl een even grote groep minimaal hbo heeft.

Daarnaast ontkracht het SCP een ander beeld: er is geen massa-immigratie. In 2010 waren de meeste immigranten terugkerende Nederlanders. De op één na grootste groep bestond uit Europeanen. De asielzoekerstroom daalt nog steeds gestaag.

Ander goed nieuws: het woningbezit onder allochtonen stijgt naar 29 procent. Armoede komt onder 65-plussers weinig voor: 2,4 procent is arm.

Dan de economie: de nieuwe CBS-cijfers zijn niet goed, maar de werkloosheid is laag, de krimp in het derde kwartaal volgt op twee kwartalen van groei. En op jaarbasis – het cijfer dat bepaalt of sprake is van een recessie – is geen sprake van krimp. Op jaarbasis groeide de economie het afgelopen kwartaal met 1,1 procent.

Sterker: het is een klein wonder hoe goed Nederland er nog voor staat. Sinds Griekenland in april 2010 te kennen gaf dat het zijn schulden niet meer kon betalen, werden er tien eurotoppen gehouden zonder dat een echte oplossing werd bereikt. Desondanks geven consumenten nog steeds massaal geld uit, al is het wat minder. Er zijn nog steeds bedrijven die mooie winsten maken.

Kortom, er is in Nederland een groot verschil tussen beeld en werkelijkheid. Het zijn de beelden die het vertrouwen doen dalen. En dat is riskant, want onze economie is steeds meer gebaseerd op vertrouwen. Je ziet dat volop op de beurs. De koersen dalen door verwachtingen, niet door feiten. We raken gevangen in een schijnwerkelijkheid: met mij gaat het goed, maar de rest gaat het slecht.


Wat is nog de publieke opinie? Geven peilingen het echte gevoel weer, of zijn het de peilingen die het gevoel bepalen? Ik denk steeds meer het laatste. De aandacht voor die peilingen in de media versterkt dat effect.

Het zijn de politici die daar – afhankelijk van hun eigen doelstellingen – weer op reageren. Mijn oproep: kijk naar de feiten en praat elkaar geen crisis aan!