Nog niet zo lang geleden waren dit soort PvdA-perikelen per definitie interessant. Die tijden zijn veranderd.

Tjonge, wat is er de laatste weken weer veel te doen over de PvdA. Eerst was er Hans Spekman die zich kandidaat stelde voor het voorzitterschap van de partij. Daarna meldden zich ook een kandidaat uit Groningen (een zekere Piet Boekhoudt) en een kandidaat uit Rotterdam (een zekere René Kronenberg). In een reeks debatten zijn ze momenteel hun krachten aan het meten; pas op 21 december zullen we zodoende te horen krijgen dat Spekman heeft gewonnen. Hij zal dan op het partijcongres van 21 januari officieel in functie treden.

Na enkele weken radiostilte in acht te hebben genomen, meldde ook de veelgeplaagde partij- en fractieleider Job Cohen zich vorige week terug aan het front. In Felix Meritis hield hij een lezing waarin hij het verschil benadrukte tussen sociaal-liberalen en sociaal-democraten en waarin hij zich verzette tegen de term ‘hardwerkende Nederlander’. Niemand minder dan Arnon Grunberg stelde vervolgens vast dat Cohen zich had bezondigd aan ‘verheerlijking van ellende, kortom: miserabilisme’ en hedenochtend viel in de Volkskrant (opnieuw) een tamelijk vernietigende analyse van Cohens speech te lezen.

En dan was er nog de Amsterdamse PvdA-wethouder Lodewijk Asscher, die zondag acte de presence gaf in Buitenhof en daar – heel slim – verzuimde tegen te spreken dat zijn partij snakt naar een opvolger voor Cohen. Hij wilde er alleen niet ‘te vroeg’ over praten, want ja, opvolgers ‘die komen er altijd wel’.

Nog niet zo lang geleden waren dit soort PvdA-perikelen welhaast per definitie buitengewoon interessant. Maar die tijden zijn veranderd. Het aantal sociaal-democratische premiers dat Nederland sinds Joop den Uyl (1973-1977) heeft versleten bedraagt welgeteld één en we moeten terug naar de jaren negentig van de vorige eeuw voor de laatste Kamerverkiezingen waarbij de PvdA als grootste uit de bus kwam. Sterker nog: volgens de peilingen van Maurice de Hond is de PvdA al geruime tijd niet eens meer de grootste partij op links. Die rol is overgenomen door de SP, terwijl ook D66 op weg lijkt om de PvdA voorbij te streven.  

Is elke gedachte die we nog aan de partij van Cohen wijden derhalve verspilde moeite en zonde van de tijd? Nee, maar er komt zo langzamerhand wel een grens in zicht. In elk geval zou de PvdA een hoop kunnen leren van de man die morgen als ‘Nederlander van het jaar’ op de cover van HP/De Tijd zal prijken. Méér zeggen we (nog) even niet.

roelof bouwman