De eindstreep of niet?

Punten genoeg waarop de coalitie kan klappen.

Dit kabinet zal de rit niet uitzitten. Dat denkt althans een meerderheid van de Nederlandse bevolking, volgens een peiling van Maurice de Hond afgelopen weekend. Verschillende nieuwssites meldden dan ook: “Kabinet valt voor 2013.” (Houdt u hierbij in gedachten dat uitslagen van peilingen de publieke opinie steeds meer bepalen, zoals ik vorige week betoogde.)

Nadere bestudering van de cijfers van De Hond leert dat die meerderheid vooral bestaat uit de achterban van de oppositiepartijen. Coalitiepartijen en PVV verwachten dat het kabinet de eindstreep nog wel haalt, van de CDA-stemmers is dat zelfs meer dan veertig procent. Voeg daarbij de categorie die geen antwoord weet te geven en het percentage loopt op naar bijna vijftig.

Wie het kabinet ziet vallen, kan kiezen uit drie prognoses: dat gebeurt in de eerste helft van volgend jaar, in de tweede helft, of in de twee jaren erna. Ook daarom al niet zo vreemd dat de optelsom van die drie antwoorden een negatief beeld oplevert.

Het totaal aantal respondenten dat het kabinet in de eerste helft van 2012 ziet vallen, is echter slechts 25 procent. Dat valt mee: er zijn op dit moment genoeg conflicten die een hoger percentage zouden legitimeren.

Zo was er het conflict over de publieke omroep, dat leidde tot crisisoverleg in de coalitie. De PVV wilde niet accepteren dat er tien miljoen euro extra zou gaan naar de combinatie VARA/BNN. Premier Rutte moest eraan te pas komen om iedereen weer in het hok te krijgen.

Dan is er de ontwikkelingssamenwerking. Wilders riep tot grote irritatie van het CDA dat daar – als er extra bezuinigd moest worden – nog wel vier miljard af kan. Verhagen had al getwitterd dat ‘weinig origineel’ te vinden. Coalitieoverleg was nodig om Wilders zijn toon te laten matigen. Dat lukte – tot staatssecretaris Knapen bij de begrotingsbehandeling van Buitenlandse Zaken de Kamer liet weten dat het kabinet pal blijft staan voor de norm van 0,7 procent. Daarover was de PVV weer ‘not amused’.


Dus werd een ander pijnpunt weer op de agenda gezet: het migratiebeleid. Uit onvrede over het Groenboek van de Europese Commissie stelde Wilders voor dat Nederland – bij monde van Gerd Leers – maar moet bepleiten dat Nederland ‘net zoals Denemarken een opt-out krijgt in het asielbeleid’. Europees commissaris Cecilia Malmström zette hij weg als ‘linkse asielhippie’. En dat in een week dat de geplaagde minister Rosenthal van Buitenlandse Zaken manmoedig blijft verdedigen dat het optreden van de PVV de internationale statuur van Nederland niet schaadt.

Trouwens, ‘weigerambtenaar’ is het belangrijkste woord van 2011, volgens het Genootschap Onze Taal. Dat is weer zout in de wonde bij de VVD. Om de coalitie heel te houden, gieten de liberalen steeds meer water bij de wijn van hun beginselen. Niet alleen wat betreft de weigerambtenaren, maar ook inzake de koopzondagen heeft de VVD haar idealen moeten inleveren. Nooit eerder zagen wij een voorman van de SGP zo veel in de media verschijnen. Het noodzaakte premier Rutte op het VVD-congres duidelijk te stellen dat hij bij onderwerpen als abortus en euthanasie geen achteruitgang zal accepteren: “De huidige wetgeving is de bottom line.”

Niet voor niets werken liberale bestuurders de volgende keer liever samen met D66, zo bleek uit een enqute van NRC Handelsblad. De VVD is steeds bezorgder over de zichtbaarheid van het eigen gedachtegoed. Als die achttien miljard is bezuinigd, wat is dan de visie? Niet dat er veel van deze discussie naar buiten komt: de VVD weet door sterke regie de eenheid naar buiten toe goed te bewaren. Het is een herkenbare reflex van de grootste regeringspartij die de premier levert. Het CDA zal daar met weemoed aan terugdenken. Maar gevaarlijk is het ook: het behouden van die positie wordt een doel op zichzelf. In de peiling van Maurice de Hond is het optimisme over het voortbestaan van het kabinet dan ook veruit het grootst bij de VVD-achterban.


Maar ja, dat is maar een peiling…