Duivelskind

Een waarschuwing aan de toeschouwer is misschien wel op z’n plaats. We Need to Talk About Kevin (naar de gelijknamige bestseller van Lionel Shriver) is een onbehaaglijke en verontrustende film. Voorbeeldje. Een vrouw (Tilda Swinton) doet de deur van de badkamer open en ziet hoe haar tienerzoon (Ezra Miller) daar staat te masturberen. Ze schrikt, stamelt een verontschuldiging en doet de deur snel weer dicht. Heel anders is de reactie van de betrapte jongen. Die heeft geen last van schaamte of verlegenheid en blijft onverstoorbaar doorgaan zichzelf te bevredigen. Er verschijnt zelfs een vilein spottende uitdrukking op zijn gezicht. Hij beleeft eigenlijk wel plezier aan het ongemak dat hij bij zijn moeder teweeg heeft gebracht.

Die jongen is het titelpersonage. En Kevin – daar is iedereen het over eens – is anders dan andere kinderen. Eigengereid. Nukkig. Bazig. In zichzelf gekeerd. Zijn ouders krijgen geen vat op hem, en specialisten evenmin. Ook al omdat Kevin zich onder observatie heel anders gedraagt dan thuis. De leraren en doktoren die te horen krijgen dat hij zich onhandelbaar, opstandig en manipulatief gedraagt, trekken dat openlijk in twijfel. In hun aanwezigheid laat hij zich kennen als lief en meegaand. En dus kan Kevin regelmatig met een duivels lachje toekijken hoe zijn moeder weer eens op belerende of bestraffende toon wordt toegesproken door deze of gene opvoedkundige.

Indirect treitert Kevin ook de toeschouwer. Zelfs de meest fervente aanhangers van de opvatting dat je een kind nóóit mag slaan, zullen gaandeweg de aandrang voelen hem een stevige klap voor z’n kop te geven. Ook aan het engelengeduld van zijn moeder komt een einde. Bij de zoveelste provocatie smijt ze hem tegen de grond, waarbij hij ongelukkig terecht komt. Gevolg: arm gebroken. De kijker verwacht dat Kevin dit buitenkansje zal aangrijpen om zijn moeder het leven nóg zuurder te maken. Maar dat gebeurt niet. Later zal hij haar zelfs prijzen om haar woede-uitbarsting. Want: “Je maakt een jonge hond zindelijk door hem met z’n neus in z’n eigen stront te duwen.” Maar als hij die wijsheid debiteert, zit Kevin al in de gevangenis voor een misdrijf dat we niet zullen verklappen. De gevangenis is ook het decor van een hartverscheurende scène. Twee vrouwen die een karrevracht aan verdriet op hun schouders dragen, zitten naast elkaar in de wachtkamer als de een haar hand op de arm van de ander legt. Meer gebeurt er niet. Maar je moet van steen zijn om er niet door geraakt te worden. Misschien werkt die scène wel zo goed omdat het een zonnestraal van warmte in een verder betrekkelijk kille film is. En natuurlijk verdient de vertolkster alle krediet. Want in weerwil van een knappe acteerprestatie van Ezra Miller is het vooral Tilda Swinton die de show steelt.


We Need to Talk About Kevin gaat immers niet alleen over een manipulatief ettertje dat niet wil deugen, maar vooral ook over een vrouw die het vertikt te bezwijken onder de ellende die over haar wordt uitgestort. Geen gemakkelijke film. Wel een goede.

We Need to Talk About Kevin. Regie: Lynne Ramsay. Vanaf 1 december in de bioscoop.

Erik Spaans