God in Brazilië

Keith Jarrett, Rio, 5 sterren.

Voor jazzmusici is the zone het hoogst haalbare: een extreem samenspel van creativiteit, de vibe van het publiek, de akoestiek van de zaal. Op zo’n avond voelt de muzikant zichzelf uit zijn lichaam treden om in een staat van opperste extase muziek te maken die niet meer wordt belemmerd door natuurwetten of andere remmingen van het aardse bestaan. The zone bereik je, helaas, hooguit een paar keer in je loopbaan. Na afloop van zijn concert in het Teatro Municipal van Rio de Janeiro belde pianist Keith Jarrett meteen zijn platenbaas Manfred Eicher om hem te vertellen dat hij een van de beste, zo niet hét beste soloconcert uit zijn carrière had gegeven. The zone – hij was er geweest, en hoe! De opnamen van die gedenkwaardige avond staan op Rio, een dubbelalbum dat niets meer of minder is dan een meesterwerk.

Jarrett had nog maar één keer eerder in Brazilië gespeeld, twintig jaar geleden, en verklaarde aan de vooravond van zijn recente tournee door Zuid-Amerika dat hij daar nog unfinished business had. Dat moet hem hebben geïnspireerd tot vijftien relatief korte, volledig geïmproviseerde stukken die zijn bijna goddelijke status bevestigen. Bill Evans, Claude Debussy, Bud Powell en Arnold Schönberg lijken Jarrett vanuit het hiernamaals hemelse ideetjes te hebben gedicteerd. Maar het is het genie van Jarrett dat van die eclectische oersoep een coherent geheel weet te maken. Als een ware expressionist sloopt hij het oppervlak van welk genre dan ook om het innerlijk van de muziek hoorbaar te maken. En die innerlijke muziek klinkt altijd weer als Keith Jarrrett zelf – en dat is misschien nog wel zijn grootste verdienste.

Ruud Meijer