Hanna Bervoets

Hanna Bervoets (Amsterdam, 1984) is columniste en schrijfster. Onlangs verschenen haar columns uit het Volkskrant magazine in boekvorm als Leuk zeg doei. Intro credit auteur>door renate van der zee, foto jos lammers

Wat is uw huidige gemoedstoestand?

Wel goed, eigenlijk. Ik had het een tijd erg druk, maar tegenwoordig heb ik een echt weekend. Er is dus iets om naar uit te kijken.

Wie zijn uw helden?

Mijn vrienden. Ik vind het ongelooflijk om te bedenken dat als ik nu acuut naar het ziekenhuis zou moeten, ik iemand kan bellen die dan zeker weten naar Amsterdam-Noord rijdt om me op te halen.

Aan wie ergert u zich?

Aan mensen die anderen veroordelen op basis van persoonlijke voorkeuren. Ik heb het in mijn omgeving meegemaakt dat mensen al neerkeken op personen die niet van Deense arthousefilms hielden.

Lijkt u op uw vader?

Ja. Ik vond het als kind vreselijk stom dat mijn vader elke week de wetenschapsbijlage zat te spellen. Nu spel ik hem zelf. Ik ben helemaal bij op het gebied van transgenese.

Wat zijn uw dagdromen?

Ik krijg soms opeens het onrustige gevoel dat ik moet reizen. Dan denk ik: ik ben 27, heb geen gezin, geen hypotheek, ik moet op reportage! Maar ik kan niet kiezen waarheen. Dus ga ik niet weg.

Wat is uw grootste angst?

Afhankelijk te worden van anderen. Ik vind hulp vragen moeilijk. Ik doe altijd alles zelf en als ik moet verhuizen, huur ik Polen in.

Bidt u weleens?

Nee. Ik heb het misschien één keer gedaan. Als kind. Toen ik mijn moeder kwijt was.

Bent u aantrekkelijk?

Mensen zijn niet aantrekkelijk, ze worden aantrekkelijk gevonden. Dat is inherent aan de term aantrekkelijk. Ik weet bijvoorbeeld dat er mensen zijn die mij wél en mensen die mij niet aantrekkelijk vinden.

Wat is uw definitie van geluk?

Geluk is een uitzondering.


Waar schaamt u zich voor?

Ik vind mezelf soms belachelijk en kan mezelf vreselijk haten, maar daar schaam ik me niet voor. Ik vind het begrijpelijk.

Bent u monogaam?

Als ik meer dan één keer met iemand afspreek of meer dan één keer seks met iemand heb, raak ik al onrustig van de gedachte dat ik monogaam zou moeten zijn.

Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?

Laatst had ik ruzie met iemand over een dronken misverstand op een feest. Daar gingen we over bellen en toen ben ik in tranen uitgebarsten. Ik haat conflicten.

Hoe moedig bent u?

Moedig is een positieve term voor onbezonnenheid. En ja, ik ben weleens onbezonnen geweest.

Wat is uw grootste ondeugd?

Filmpjes van vallende mensen bekijken op YouTube.

Van wie heeft u het meeste geleerd?

Van mijn moeder. Van haar onafhankelijkheid. Ze heeft niemand nodig en verwacht ook niet van mensen dat ze haar nodig hebben.

Wanneer was u het gelukkigst?

Het gaat bij mij in periodes. Ik heb ongelukkige periodes en tijden waarin dat niet zo is.

Welke eigenschap waardeert u in een vrouw?

Empathie en zelfspot.

Welke eigenschap waardeert u in een man?

Hetzelfde.

Als u iets aan uzelf kon veranderen, wat zou dat dan zijn?

Als in mijn huis iets kapot gaat, komt het nooit meer goed. De kraan lekt en het ganglicht doet het al twee jaar niet, maar het lukt me niet om die problemen op te lossen.

Hoe ontspant u zich?

Heel klassiek, voor de televisie. Ik neem de series die ik volg op en om tien uur doe ik het licht uit en ga ik kijken. Ik zap nooit.

Wie is uw grootste liefde?

Die heb ik niet. Ik heb maar één echte relatie gehad en dat was toen ik zestien was.


Van wie houdt u het meest?

Dat heb ik ook niet. Ik heb wel een paar heel goede vrienden, maar niet één beste.

Wat beschouwt u als uw grootste mislukking?

Er mislukt zelden wat bij mij. Misschien komt het omdat ik laag inzet. Ik zeg nooit: nu ga ik de Nobelprijs voor de Literatuur winnen.

Wat is de beste plek om te wonen?

Amsterdam-Noord. Heel fijn om ergens te wonen waar niet zomaar vrienden op de stoep staan en waar ik in mijn joggingbroek naar de supermarkt kan.

Welk leed heeft u anderen berokkend?

Ik kan geen nee zeggen. Dus als ik in het verleden iets met een jongen had en wilde dat het stopte, sms’te ik gewoon niet meer terug.

Waaraan bent u het meest gehecht?

Ik gooi juist veel weg. Ik haat troep. Ik heb ook geen kasten. Mijn boeken zet ik op de vensterbank. Gordijn ervoor, zie je ze niet.

Wie hoopt u nooit meer terug te zien?

Mijn huisgenoot in New York. Ik huurde van hem een kamerscherm met een bed erachter. Zijn computer stond daarnaast en zijn vrienden deden er tot vijf uur ’s ochtends schietspelletjes op.

Gelooft u in God?

Nee. Mijn vader heeft op het seminarie gezeten, maar is van zijn geloof gevallen. Daar heb ik toch wat van meegekregen.

Hoe is ongeluk te vermijden?

Niet. Ik heb een heel steile trap en ik vraag me nooit af óf, maar wanneer ik daarvan af ga vallen.

Wat is uw devies?

Durf van gedachten te veranderen.

Volgende week: Bastiaan Ragas