Trouwen aan de balie

De ChristenUnie wil van het huwelijk een lokethandeling maken.

De Tweede Kamer heeft vorige week een motie van GroenLinks aangenomen om een definitief eind te maken aan het voortetterende fenomeen van de weigerambtenaar. Een mooi en principieel besluit, waarin de rechtsstaat zijn tanden laat zien: religieus fundamentalisten moeten niet denken dat zij hun persoonlijke geweten boven de wet kunnen stellen. Als zij onderscheid willen maken tussen homo’s en hetero’s, dan doen ze dat maar in hun vrije tijd of in de kerk, maar niet op hun werk. Trouwambtenaren mogen niet langer wegduiken voor trouwlustige homo’s. Weer een misstand uit de weg geruimd.

Vervolgens gebeurde er iets heel merkwaardigs: Arie Slob van de ChristenUnie lanceerde het idee om van de huwelijksvoltrekking op het stadhuis een puur administratieve lokethandeling te maken, waar verder geen ceremonieel vertoon aan te pas komt. Op die manier komen alle feestelijkheden, witte jurken, plechtige ja-woorden en andere romantiek voor verantwoordelijkheid van het bruidspaar als privépersonen en kan de ambtenaar buiten schot blijven. Dit kun je met recht een wanhoopsoffensief noemen. Om het vege lijf van de weigerambtenaar te redden, moet het hele ritueel van het burgerlijk huwelijk voor alle Nederlanders worden afgeschaft. Alsof niemand meer soep mag eten, omdat een enkeling allergisch is.

Dat dit voorstel uit de koker van de ChristenUnie komt maakt het des te curieuzer. Ideeën over een terugtredende overheid die zich niet met privézaken van burgers moet bemoeien en pleidooien voor afschaffing van het huwelijk als zodanig vind je doorgaans eerder in libertaire kringen dan in een conservatief-confessionele partij als de ChristenUnie. Die is juist van de gemeenschapszin en hecht aan tradities. In de traditionele visie, die trouwens in de hele bevolking leeft, is het huwelijk niet zuiver een privé-aangelegenheid, maar iets wat belangrijk genoeg is om formeel door de staat te worden bekrachtigd en geregistreerd. Juist omdat het huwelijk geen vrijblijvende onderneming is, maar een institutie waarin rechten en plichten worden verankerd, gaat het gepaard met formaliteiten en rituelen. Men trouwt niet alleen ten overstaan van familie en vrienden, maar ook ten overstaan van de staat.


Slobs idee is een pertinente anomalie binnen het christelijk gedachtegoed. Overigens is het niet aannemelijk dat het reduceren van de huwelijksvoltrekking tot een lokethandeling het geweten van de weigerambtenaar zal ontlasten. Als iemand onoverkomelijke religieuze bezwaren heeft om het jawoord van twee homo’s met egards te formaliseren, dan zullen die bezwaren niet ineens verdampen als hij twee homo’s aan het loket vraagt om hun handtekening op de stippellijn te plaatsen. In beide gevallen wordt er immers getrouwd. De lokethandeling is misschien nog wel indringender dan het gedoe met tierelantijntjes, want in het administratieve geval staat de ambtenaar er moederziel alleen voor als vertegenwoordiger van de staat.

Afschaffen van het ceremonieel heeft geen zin. Bovendien vinden de meeste mensen het leuk om wat plechtigheden te doorlopen. Voor degenen die daar geen boodschap aan hebben, bestaat sinds jaar en dag de mogelijkheid om zonder poespas te trouwen. Veel gemeentes bieden de optie van het maandagochtendhuwelijk: gratis trouwen, zonder publiek in de zaal, zonder toespraken, alleen het bruidspaar dat het ja-woord uitspreekt in aanwezigheid van twee desnoods van straat gehaalde getuigen. Binnen vijf minuten afgehandeld.

Niemand is verplicht om te trouwen, maar als mensen (homo of hetero) willen trouwen, dan kunnen ze de huwelijksvoltrekking zo pompeus of sober inrichten als ze willen. De enige ongelukkige in deze situatie is de weigerambtenaar. Daar lopen er honderd van rond in Nederland, van wie vijf in Bunschoten. Na het illegaal verklaren van tweehonderd boerkadraagsters worden nu honderd weigerambtenaren wettelijk aangepakt. Het wachten is op een wet om vijftig vrouwelijke Sinterklazen te verbieden.