Twijfelen is goed. Of toch niet?

Nadat de traditionele partijen hun spreektijd hadden volgemaakt, gaf de voorzitter van de Tweede Kamer het woord aan de vertegenwoordigster van de sceptische fractie. “Voorzitter. Graag zou ik mijn verontwaardiging uiten over het feit dat ik nu alwéér een mening moet hebben. Ik zeg trouwens liever niet ‘het feit dat’, want ik weet niet precies wat feitelijk is. “Ik wil geen meningen hebben, het liefst helemaal niet. Je zou voor iedere mening argumenten kunnen aandragen. En iedere aanname zou weer op een andere gebaseerd zijn. Hoe weet ik dan wat waar is?” Na tien minuten getwijfel hamerde de voorzitter het betoog maar af. Het scepticisme is de filosofische stroming die stelt dat we niets echt zeker kunnen weten. Vanzelfsprekend kun je daar geen politiek op baseren. Maar columnisten en politici slingeren de ene na de andere mening de lucht in als betrof het de absolute waarheid. Wie het niet zeker weet, wordt voor een zwakkeling aangezien. Waarom is er zo veel waardering voor de mening en zo weinig voor de twijfel? En zouden we meer moeten twijfelen?

“De gebrekkige waardering voor twijfel hangt samen met de invloed van de televisie op ons denken. In een tv-programma moet iemand binnen een vaste tijdspanne zijn mening geven. Laat hij een stilte vallen van meer dan drie seconden, dan accepteert men dat niet en wordt er een muziekje ingevoegd. De invloed daarvan, ook op onze communicatie, is groot. Als mensen het over politiek hebben, herhalen ze vaak het ene zinnetje dat ze gehoord hebben, en dan ook nog buiten de context.

“In Vlaanderen was onlangs grote heisa over een radioprogramma waarin dichter Leonard Nolens het waagde om meer dan een halve minuut stilte in te lassen voor hij antwoord op de vraag gaf. Zijn stilte leidde tot opiniestukken in kranten. Kun je nagaan hoe absurd de situatie vandaag geworden is! Wie twijfelt over een antwoord, wordt als een freak gezien, of als een ‘excentrieke’ dichter.

“Twijfel is geen synoniem voor labiliteit of onzekerheid, integendeel. Je kunt heel sterk zijn, maar je moet wel voortdurend vragen blijven stellen. Dat hangt ook samen met verwondering: openstaan voor de mening van een ander. Lezen, muziek luisteren en reizen helpen daarbij. Ik mag hopen dat er aan mijn opinies gesleuteld wordt, en dat ik nieuwe inzichten opdoe.”

“We maken onderscheid tussen filosofisch scepticisme en wetenschappelijk scepticisme. Bij de filosofische variant is de opdracht: twijfel aan alles. De eerste sceptici in het oude Griekenland, zoals Pyrrho van Elis, werden daar nogal gelaten van. Als je nooit zeker kunt weten wat je moet doen, waarom zou je dan überhaupt iets doen? Georgias zei: ‘Er is niets, en zelfs als er iets was, zou ik het niet kunnen kennen. En zelfs al zou ik het kunnen kennen, dan zou ik het niet kunnen meedelen.’ Dit leidde tot extreme situaties. Diezelfde Pyrrho zag zijn leermeester eens in het water vallen en bijna verdrinken. Pyrrho stond erbij, maar deed niets. Voorbijgangers die hem wel redden, beschuldigden Pyrrho van nalatigheid. Maar de meester vond dat Pyrrho het best begrepen had wat hij moest doen: niets.


“Wetenschappelijk scepticisme is veel werkbaarder. De basishouding is: we kunnen wel degelijk betrouwbare kennis opdoen, maar die moet wel streng getoetst worden. Momenteel hoor ik bijvoorbeeld vaak de uitdrukking ‘de beurzen zijn zenuwachtig’. Ik vraag me dan af wat dat betekent. Lopen er zenuwachtige mensen rond? Of is het een metafoor, en zo ja waarvoor precies? Nog eentje: er is een miljard euro ‘verdampt’. Hoe in vredesnaam?

“Er mag zeker meer worden getwijfeld, al is het maar omdat we de neiging hebben om alles te geloven wat in de krant of op internet staat. Je kunt niet overal expert in zijn, maar wel leren om kwaliteitsoordelen uit te spreken en in te schatten welke experts het betrouwbaarst zijn, bijvoorbeeld door drogredenen te herkennen. Maar ook moet een scepticus bereid zijn tot zelfkritiek, en zich soms afvragen: ben ik nu niet té kritisch?”

“Hans van Mierlo was zo ongeveer de laatste politicus die durfde te zeggen dat hij iets niet zeker wist. Dat is erg jammer. Tegenwoordig worden meningen zo snel gevraagd dat ze aan de feiten voorbij-snellen.

“Denken kost tijd en impliceert dat je soms twijfelt. Maar doordat de kloktijd ons steeds sneller voortdrijft, willen we ook vlugger een reactie. Met name de media dragen hieraan bij. Politici denken dat ze als ware comedians hun oneliners paraat moeten hebben. Het is een van de oorzaken dat men politici nauwelijks meer gelooft. Mensen kunnen heus wel horen of iets oprecht is gezegd of wordt ingegeven door angst om stemmen te verliezen.

“Media en politiek lijden aan grote onderschatting van het volk: iedereen denkt dat mensen simpele tv-programma’s en simpele oneliners willen hebben. Volgens mij snakt Nederland juist naar bestuurders die nadenken, een langetermijnvisie hebben én durven te twijfelen. Daarvoor is rust nodig, in tegenstellig tot het voortrazen van nu.


“Die vereiste snelheid kost ons ook geld: zo’n vier tot zes miljoen euro per jaar om stressverschijnselen te bestrijden. We laten ons gek maken door een zelfverzonnen kloktijd. Dat houdt verband met het gebrek aan twijfel, want voor scepticisme is rust nodig om vraagtekens te plaatsen bij eerder gehoorde meningen.

“Wil de politiek weer geloofwaardig worden, dan moeten politici weer durven twijfelen en hardop nadenken. Het is moeilijk voor de enkele politicus om van het patroon af te wijken, maar hij moet niet bang zijn. En wij moeten ermee ophouden om mensen af te keuren als ze niet heel snel een antwoord paraat hebben.”

Isabelle Buhre