Van de ene dictatuur naar de andere

De Turkse regering van premier Erdogan heeft afgerekend met de ongebreidelde macht van het leger. De rechterlijke macht werd versterkt. Maar nu houdt díe de samenleving steeds steviger in zijn greep.

Waarom bezocht u gewonde demonstranten in het ziekenhuis? Waarom heeft u zo veel televisie- en radio-interviews gegeven? Waarom was u bij die persconferentie? Waarom heeft u geholpen de lijken van PKK-leden aan hun familieleden terug te geven? “Allemaal legale activiteiten,” zegt advocaat Reyhan Yalçinda, “maar Koerdische politici en activisten worden erover ondervraagd en ervoor opgesloten.” Yalçinda houdt praktijk in Diyarbakir, de grootste Koerdische stad in het zuidoosten van Turkije. Ze doet veel mensenrechtenzaken.

Het gaat niet om een enkele Koerdische politicus of activisten die is gearresteerd of opgesloten: in totaal zijn het er ongeveer vierduizend, sinds april 2009. Dat aantal loopt op, want nog altijd worden in alle delen van Turkije nieuwe verdachten opgepakt in wat de ‘KCK-processen’ is gaan heten. De KCK is een koepelorganisatie van Koerdische groepen, waar ook de afscheidingsbeweging PKK onder valt, een terroristische organisatie volgens Turkije, de EU en de Verenigde Staten. Nu vreedzame, democratisch gekozen politici en activisten onder KCK-vlag worden gearresteerd, is het uitoefenen van democratische rechten ineens een misdaad. Advocaat Yalçinda: “Dus kun je in een cel belanden voor het uitgeven van een persbericht, het bijwonen van een demonstratie of het roepen van een slogan.”

De kritiek op de stevige greep van de rechterlijke macht op verschillende oppositiegroepen in Turkije, zwelt flink aan. Aanvankelijk leek het er nog op dat de toenemende invloed van rechters en openbaar aanklagers, in gang gezet door de regering van premier Recep Tayyin Erdoan, die sinds 2002 in het zadel zit, de democratie ten goede zou komen. De rechterlijke macht pakte bijvoorbeeld de ‘diepe staat’ aan, een antidemocratisch netwerk van hooggeplaatste figuren in onder andere het ambtenarenapparaat, het leger, de geheime diensten en de maffia. De ongelimiteerde bevoegdheden en vrijheden van het leger werden teruggeschroefd, militaire rechtbanken voor burgers werden afgeschaft en militairen moeten voortaan voor bepaalde misdrijven voor civiele rechters verschijnen.


Ook Maya Arakon, socioloog en politicoloog en tot voor kort universitair docent aan de Yeditepe Universiteit in Istanbul, had vertrouwen in de manier waarop de AKP, de Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling van Recep Tayyip Erdogan, het leger aanpakte: “Sinds de oprichting van de republiek in 1923 heeft het leger de touwtjes altijd in handen gehad,” zegt ze. “Dus toen de processen tegen de ‘diepe staat’ begonnen, waren ik en vele anderen daar blij mee. Het is tenslotte niet verkeerd dat de regering meer macht heeft dan het leger. Maar dan moet die macht wél op de juiste manier en voor het juiste doel worden ingezet. Namelijk ten voordele van de bevolking; die moet er meer rechten en vrijheden door krijgen. En dat gebeurt nu niet, terwijl de regering wel volhoudt dat haar beleid draait om democratisering.”

De macht van de rechters en aanklagers keert zich inmiddels tégen de democratie, stelt Arakon: “De AKP zet rechters en aan-klagers in om opponenten de mond te snoeren. De KCK-processen zijn daar een voorbeeld van. De Koerdische partij BDP is de grootste concurrent voor de AKP in het Koerdische zuidoosten van Turkije.” Complotdenken? De eerste arrestaties in de KCK-processen zijn van begin april 2009; de lokale verkiezingen waarbij de Koerdische partij flink won, waren eind maart 2009.

Maar niet alleen Koerdische politici en activisten zijn het slachtoffer van de steeds steviger greep die de rechterlijke macht heeft op de samenleving. Ook de ooit zo machtige militairen ontkomen er niet aan. Een wonderlijke lotsverbondenheid: in de jaren negentig waren de militairen zo machtig dat ze met geheime eenheden meedogenloos en straffeloos konden afrekenden met de PKK en met iedereen die ze zelfs maar verdachten van sympathie voor de afscheidingsbeweging, nu zitten ze in zekere zin in hetzelfde schuitje als Koerdische activisten. Ze spelen niet meer onder één hoedje met de regering, zoals vroeger, maar zijn haar opponenten geworden. En delven het onderspit.


Een onderdeel van de processen tegen betrokkenen bij de ‘diepe staat’, is de zoge-heten Balyoz-zaak. Daarin gaat het om een groep hooggeplaatste, deels gepensioneerde, militairen die coupplannen zouden hebben gesmeed tegen de AKP-regering. Spectaculaire plannen waren het: ze zouden eerst grote maatschappelijke onrust hebben willen veroorzaken, bijvoorbeeld door een grote moskee in Istanbul op te blazen tijdens het vrijdaggebed of door een militaire confrontatie met Griekenland uit te lokken, en daarna zouden ze de regering omver hebben geworpen.

Advocaat Celal Ülgen, die onder anderen hoofdverdachte etin Doan en de andere ‘grote vis’ Dursun içek – ooit hoofd van de militaire eenheid die in de jaren negentig Koerden een kopje kleiner maakte – verdedigt, gelooft er niets van. Hij klapt zijn laptop open en zegt: “Zo, nu ga ik je er in een half uur van overtuigen dat die hele zaak nep is.” Hij start een presentatie en laat zien hoe er met bewijs is geknoeid. Het gaat over gekopieerde handtekeningen, over huiszoekingen bij verdachten, waarbij dan één cd werd meegenomen waarop toevallig net ál het nodige bewijs stond, over data die niet kloppen. Inmiddels zijn ook mensen die het leger níet per se gunstig gezind zijn, ervan overtuigd dat het bewijs in de Balyoz-zaak voor een deel geen zuivere koffie is.

Probleem voor zowel de KCK- als de Balyoz-verdachten is dat ze spelers zijn in een flink gepolariseerde samenleving en weinig bondgenoten hebben buiten hun eigen kring. Balyoz-advocaat Ülgen hoort vaak dat het bepaald niet voor het eerst zou zijn geweest dat een gekozen regering in Turkije door militairen opzijgezet wordt en dat het dus niet ondenkbaar is dat de militairen, die een diepe haat koesteren tegen de AKP, opnieuw dergelijke plannen hadden. Ülgen: “Zo denken veel mensen erover en dat maakt het extra moeilijk de buitenwereld ervan te overtuigen dat de Balyoz-zaak gebaseerd is op verzonnen bewijs.”


Voor veel Turken hangt om elke activistische Koerd automatisch een PKK-geurtje, of die nu de wapens oppakt of voor de Koerdische zaak opkomt als parlementslid of burgemeester. Sympathie is er in mensenrechtenkringen en onder liberale intellectuelen, maar dat is in Turkije nog altijd een kleine groep mensen.

Verzonnen bewijs, onwettig verkregen bewijs, aanklachten over het uitoefenen van democratische rechten, het zou in zekere zin overkomelijk zijn als de verdachten zouden kunnen vertrouwen op de onafhankelijkheid van de rechters in hun zaak. Maar dat doen ze niet. Ze hebben er weinig reden toe. Tijdens de processen blijkt dat internationaal aanvaarde rechtsnormen niet worden gerespecteerd – zoals recht op inzage in het bewijs – en dat dat rechters koud laat. KCK-advocaat Yalçinda: “Er zijn privégesprekken afgeluisterd, tegen alle internationale rechtsregels in. Die worden ruimschoots ingezet als bewijs, maar de advocaten hebben er geen toegang toe, omdat het om ‘geheim materiaal’ zou gaan.” Balyoz-advocaat Ülgen: “Ik wil inzage in het bewijs rond een bepaalde cd. Krijg ik niet. Dus kan ik mijn cliënten niet goed verdedigen.”

Nog een voorbeeld: de ellenlange voorarresten. Een deel van de verdachten zit al jaren in voorarrest, soms zonder aanklacht, soms zonder dat duidelijk is wanneer het proces begint of hoelang dat nog gaat duren. Hoe anders dat is voor regeringsgezinde verdachten in andere spraakmakende rechtszaken, zo werd in oktober pijnlijk duidelijk. In een grote fraudezaak tegen bestuurders van Deniz Feneri Dernei, een liefdadigheidsorganisatie die banden heeft met de AKP, besloten rechters alle verdachten na korte voorarresten vrij te laten in afwachting van hun proces.


“Door dit soort zaken neemt het vertrouwen van het publiek in de rechterlijke macht af,” zegt politicologe Arakon. “Mensen geloven niet meer dat er nog rechtvaardigheid is en dat is gevaarlijk, want ze zullen daardoor eerder het recht in eigen hand nemen. Natuurlijk kun je je afvragen of het vroeger beter was. Nee, dat was het niet, maar dat rechtvaardigt natuurlijk niet wat er nu gebeurt. De rechterlijke macht beschermt de belangen van de staat – en tegenwoordig die van de regering – in plaats van dat zij zich inzet voor burgerrechten en fundamentele vrijheden die burgers tegen de staat en de regering moeten beschermen.” Voor Koerdische politici, zegt ze, gaat het nog een stap verder: “In hun ogen zijn deze ontwikkelingen onderdeel van de vernietiging van het Koerdische politieke leven in Turkije, en dat kan ik goed begrijpen. Zij komen nauwelijks nog ergens anders aan toe dan aan het zich teweerstellen tegen al deze aanklachten en arrestaties.’

De Europese Unie ziet het, getuige het voortgangsrapport dat half oktober uitkwam, met lede ogen aan. De juridische tekortkomingen in de Balyoz-zaak en de KCK-processen worden expliciet genoemd. Het is allemaal nogal wrang: de veranderingen die onder druk van de EU moeten worden doorgevoerd en die democratisering tot doel hebben, zien er op papier prima uit, maar zoals wel vaker in Turkije lijkt er met de implementatie ervan iets ernstig mis te gaan. Europarlementariër en Turkije-rapporteur Ria Oomen-Ruijten: “Met wetgeving alleen los je de problemen inderdaad niet op. Daarom investeert de EU in het trainen van rechters en aanklagers.”


Maar als die vervolgens onder druk komen te staan om de ‘juiste’ vervolgingen in te stellen en uitspraken te doen? En als rechters en aanklagers op strategische momenten en in belangrijke zaken worden vervangen, en wel zo dat het de regering beter past? Oomen-Ruijten: “Er gebeuren inderdaad soms rare dingen, maar daarom volgen we het natuurlijk ook. Er is geen bewijs dat de regering direct invloed uitoefent. Ons uitgangspunt blijft dat Turkije een beschaafd land is.”

Socioloog en politicoloog Arakon verwacht weinig van de Europese Unie: “Europa heeft zijn eigen problemen. Ze sturen nog weleens een gezant deze kant op, maar hun belangstelling voor Turkije is niet oprecht.” Wat Oomen-Ruijten, een van die gezanten, van tafel veegt: “Mijn rapport over Turkije en de EU, dat in januari uitkomt, gaat over wederzijdse afhankelijkheid op allerlei gebieden, van economie tot terrorismebestrijding. Maar mensenrechten, dat is een ander vlak, boven alle andere verheven. Mensenrechten, de rule of law, dat zijn keiharde Kopenhagen-criteria (voorwaar-den voor lidmaatschap aan de Europese Unie – FG) en daar moet Turkije aan voldoen.”

Denkt Maya Arakon dat het tij binnen afzienbare tijd zal keren? “Dit is Turkije,” zucht ze. “Alles kan veranderen in een dag, en niets kan veranderen in jaren. Ik weet het niet, maar veel hoop heb ik niet.” De AKP zit stevig in het zadel: de partij won de verkiezingen eerder dit jaar met grotere overmacht dan ooit tevoren. Het grootste deel van de Turken heeft niet direct met ontwikkelingen in de rechterlijke macht te maken en voelt zich niet erg betrokken bij grote, ongrijpbare rechtszaken tegen Koerden en militairen. Ze kiezen op basis van veranderingen in hun eigen leven, met andere woorden: op basis van de groeiende economie en welvaart.


Balyoz-advocaat Celal Ülgen ziet Europa als houvast. Daarom staat hij Europese media ook graag te woord. “De bewustwording in Europa hierover moet groeien,” zegt hij. “Dan kan de EU de druk op Turkije misschien opvoeren.” Een paradox van jewelste, want het is nu juist door de druk van de EU dat de macht van het leger de afgelopen jaren definitief verschrompelde. Een nog grotere paradox is dat de hoop van de Balyoz-verdachten, militairen die nog altijd keihard vechten tegen de PKK, is gevestigd op de oplossing van de Koerdische kwestie. Ülgen: “Dat zijn terroristen, en mijn cliënten zitten ook vast op grond van terrorismewetgeving. Als er ooit een amnestiewet komt voor PKK-leden, dan is de kans dus groot dat daarmee ook mijn cliënten vrijkomen.” Die kans acht hij groter dan de kans dat een rechter eerlijk oordeelt.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Fréderike Geerdink