Zo moet het

Als iemand een meester is in het combineren van genres en in ritmisch schrijven, is het Willem Jan Otten wel. Hardop lezen, zijn nieuwe bundel.

Sommige boeken zijn vooral geschikt voor mensen die willen speuren naar intertekstualiteit, thematische gelaagdheid en formele experimenten. Andere boeken zijn vooral geschikt voor mensen die meegesleept willen worden, en zichzelf willen vergelijken of identificeren met de hoofdpersonen. Er is ook een derde, zeldzame categorie: de boeken die beide soorten lezers aanspreken. Boeken die je leest met een potlood, een woordenboek en een encyclopedie binnen handbereik – en die je tegelijkertijd een verhaal in sleuren, je ontroeren, op je hart mikken.

De vlek – Een vertelling is zo’n boek. Het is een soort checklist voor de liefhebbers van een academische benadering van literatuur. Verwijzingen naar de Bijbel en de Griekse mythologie? Check. Personages met betekenisvolle namen? Check. Subtiele verwijzingen naar andere ‘moeilijke’ kunstenaars? Check. Symbolen, eeuwenoude thema’s, een originele vorm die niet meteen binnen één genre te plaatsen valt? Check, check, en check.

Maar het boek is meer dan een literair cryptogram. Het is in de eerste plaats een aangrijpend, spannend verhaal over twee uit elkaar gegroeide tweelingbroers – Ton en Abel (!) Kans. ‘Verhaal’ is misschien niet helemaal het goede woord, De vlek is novelle en dichtbundel ineen. De geschiedenis van Ton en Abel wordt in een reeks gedichten verteld. Sommige beslaan een paar pagina’s, andere een paar regels. Soms zijn de gedichten nuchter en concreet, soms iets raadselachtiger, zoekend bijna. Ze bevatten zorgvuldig gestileerde dialogen, ook de personages praten dichterlijk, ritmisch. Soms is Ton de verteller, dan zijn de gedichten in de ik-vorm geschreven, maar er zitten er ook een paar tussen in de hij-vorm. Soms richt Ton zich rechtstreeks tot zijn broer.


Kortom, de gedichten bestrijken een breed spectrum aan gevoelens, aan vormen, en toch voelt het nergens alsof er stijlbreuken worden gepleegd. Het past allemaal, de overgangen zijn zo vloeiend dat ze niet als overgangen aanvoelen.

Hij is altijd al een veelzijdige schrijver geweest. Willem Jan Otten (1951) is thuis, of in elk geval geoefend, in alle genres: poëzie, romans, toneel, essays. Zijn laatste dichtbundel, Gerichte gedichten, werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs 2012. Het jaar daarvoor werd een essaybundel over geloof en kunst genomineerd voor de AKO Literatuurprijs, en het bekendst is hij misschien nog wel van de met de Librisprijs bekroonde roman Specht en zoon, uit 2005. Specht en zoon werd verteld vanuit het perspectief van een onbeschilderd doek – een kunstgreep die gemakkelijk irritant had kunnen uitpakken, maar die bij Otten verbazingwekkend natuurlijk en gepast was. Zoals ook De vlek niet gewild experimenteel aandoet. Dit was simpelweg de juiste, de enige vorm voor dit verhaal.

Abel Kans is een legendarisch saxofonist. Bij het grote publiek is hij bekend als Aby Chance. Bij zijn tweelingbroer Ton is hij bekend als het (drie kwartier) jongere broertje dat alles durft, een avontuurlijk artiestenbestaan leidt, of in elk geval leidde totdat hij uit zicht verdween. Zoals in veel avontuurlijke artiestenlevens zijn drugs en desastreuze relaties bij Abel nooit ver weg. Een wereld van verschil met Ton, die kalm is en verantwoordelijk, en aan de zijlijn staat.

De levens van de broers, die al jaren geen contact meer hebben gehad, raken elkaar weer na een medische fout. Er is bij Abel een enorme vlek op zijn longen geconstateerd, ‘een aswolk met vleugels’. Abel legt zich neer bij zijn aanstaande dood, hij lijkt ergens zelfs opgelucht dat hij binnenkort van de hele ellende af zal zijn. Dan komen de medici, Ton, en de lezer erachter dat Abels röntgenfoto verwisseld was met die van een priester, vader Josefsson. Iedereen komt erachter, behalve Abel zelf.


En dan moet Ton zijn broeders hoeder spelen: hij moet Abel zoeken, hij moet voorkomen dat Abel er zelf een einde aan maakt, hij is de enige die zou kunnen weten waar hij uithangt.

Er gebeurt, naast de zoektocht, buitengewoon veel in de amper negentig pagina’s. Een gedropte vondeling, een religieuze worsteling, een portret van een jeugd, zelfonderzoek, gekruid met verwijzingen naar onder anderen Andrej Tarkovski, Giuseppe Verdi en Joseph Conrad. Anders dan bij bijvoorbeeld Harry Mulisch voelt het niet aan als intellectuele borstklopperij, Otten wil de lezer niet constant inpeperen hoe slim hij is.

De kracht van De vlek zit in de personages en zo mogelijk nog meer in Ottens stijl. Ik betrapte me er herhaaldelijk op dat ik de zinnen hardop las. Dat gaat haast automatisch bij zo’n soepel ritme, zoals bij deze eenvoudige zin:

Ik ben mijn broer gaan zoeken aan de overzijde van het IJ.

Hier is voor het wat archaïsche ‘overzijde’ gekozen vanwege het ritme, vanwege de ij-klank en vanwege de net-niet-alliteratie met ‘zoeken’. Het past perfect, zoals elk woord, elke lettergreep perfect past. De vlek is geschreven met de nauwkeurigheid en de flow van het betere gedicht, en je leest het in het tempo van de betere roman. Als je genres wilt combineren, is dit de manier om het te doen.

Willem Jan Otten: De vlek – Een vertelling. Van Oorschot. € 17,50. Ook via ako.nl.

Dries Muus