‘Elk huis in Homs kent zijn doden’

Deze week zagen we hoe een Franse tv-ploeg onopgemerkt Syrië binnen kwam. Na een urenlange wandeltocht door de bergen en met hulp van de opstandelingen bereikten ze Homs, waar al maandenlang in alle hevigheid wordt gevochten. De in Nederland woonachtige Syriër Musanna is net terug uit deze brandhaard. Hij vertelt ons zijn verhaal.

“Het was een plan van mijn broer. Ik zou naar Syrië komen en mijn familie in Homs veilig naar Libanon brengen. Daarvoor moest ik eerst zelf stiekem de grens over. Ik word door de veiligheidsdienst gezocht, dus het kon niet anders. Maar het ging heel makkelijk – ik ken de mensen bij de grens omdat ik er jarenlang een dokterspraktijk heb gerund. Toen ik Homs had bereikt, heb ik mijn familieleden met de auto dicht bij de grens gebracht. Vanaf daar was het nog vijftien a twintig kilometer lopen naar Libanon.

In Libanon hoorde ik dat er twee vrienden van mij waren doodgeschoten. Ik ben teruggegaan om de begrafenissen bij te wonen. Alleen al in Homs zijn 3.000 doden gevallen, vooral soennieten. De alawieten vechten aan regeringszijde – ze zijn allemaal gewapend, ook de vrouwen en kinderen. De christenen in Homs doen veel voor de revolutie, maar wel in het geheim. Ze zijn nog altijd heel erg bang voor de veiligheidsdienst van Assad. En sommige christenen zijn bang voor de toekomst: ze denken dat er een islamitische regering komt als Assad weggaat. Maar dat is onzin: we hebben geen extremistische moslims in Syrië. Toch zie je dat veel christenen zich bij de opstand aansluiten, ze geven ook financiële ondersteuning. 

In Homs trof ik veel armoede aan. Mensen hebben niets meer, geen werk en geen eten. Sommige wijken zijn helemaal afgesloten en omsingeld door het leger. 

Elke dag verloopt hetzelfde. Van drie uur ’s middags tot negen uur ’s avonds gaan mensen gewoon de straat op en wordt er gebeden in de moskee. Zodra het donker wordt, komen de opstandelingen uit hun huizen. Velen hebben wapens. Het leger van Assad en de veiligheidstroepen trekken zich dan terug; ze vinden het te gevaarlijk op straat. Het leger is zwak geworden, veel soldaten zijn gedood. Ze hebben de controle verloren.

We weten niet hoe lang het nog gaan duren, maar het zou wel eens heel lang kunnen zijn. De meeste Syriërs willen dat er militair wordt ingegrepen door de NAVO. Ze zijn boos op Burhan Ghalioun (voorzitter van de Syrische oppositieraad in Istanbul, red). Hij zei eerst op tv dat hij wil dat de NAVO gaat ingrijpen, nu zegt hij opeens dat hij dat niet meer wil. Iedereen is bang om wat te doen. Syriërs voelen zich in de steek gelaten, ook door de Arabische Liga. Die geeft alleen maar meer tijd om te doden.”

irene de zwaan