Bomaanslagen en zelfkastijding op sjiitische feestdag

Het is wellicht de meest bloedige feestdag ter wereld: Ashura. Wereldwijd vieren sjiieten de tiende dag van het nieuwe jaar. Bloederig omdat zij ter ere van de dood van Hussein, kleinzoon van profeet Mohammed, overgaan tot zelfkastijding. Maar ook omdat de feestdag vaak wordt aangegrepen voor bomaanslagen.

De afgelopen jaren wordt de feestdag aangewend door zelfmoordterroristen. In 2004 vielen meer dan 170 doden in de Iraakse stad Karbala, waar op dat moment duizenden sjiieten op bedevaart waren. Ook dit jaar vielen er in Irak doden, een explosief maakte een einde aan het leven van minstens twintig burgers, voornamelijk vrouwen en kinderen. Twee aanslagen op sjiietische heiligdommen in de Afghaanse steden Kabul en Mazar-e Sharifin maakten ruim vijftig slachtoffers.

Tegenstrijdigheid kenmerkt Ashura. Aan de ene kant is het een dag waarop sjiieten elkaar uitnodigen om couscous en gedroogde schapenstaart te eten en thee te drinken. Ze blikken dan vooruit, maar herdenken ook de overledenen van het afgelopen jaar. Ondernemers maken bovendien op de feestdag 2,5 procent van hun vermogen over aan de armen.

Toch kennen buitenstaanders Ashura dus vooral door de beelden van bloedende mannen op straat. Het massale zelfkastijden komt onder meer voor in Afghanistan, Pakistan, Iran en Irak. In Libanon snijden sjiitische mannen zichzelf volgens traditioneel gebruik in het voorhoofd, waarna ze met de blote hand herhaaldelijk op de snijwond slaan.

matthijs prinzen