AZ: hoe ’t ook kan!

Ajax heeft een begroting van 65 miljoen euro, die van AZ is 25 miljoen. Boven de ArenA hangt permanent een zwarte rookpluim, in Alkmaar is het al jaren rustig. Ajax staat vierde, AZ blijft de trotse koploper. Wat is het geheim van AZ? Of moeten we zeggen: wie? Een fan van het eerste uur gaat op onderzoek uit.

Het kan niet.
Je kunt niet eerst kampioen worden, enkel en alleen doordat een of andere rijkaard tientallen miljoenen in je club pompt, en daarna, nadat de suikeroom helemaal en jij bijna failliet zijn gegaan, gewoon weer bovenaan staan.
De middenmoot, hoogstens de subtop – meer zit er met je gekrompen budget niet meer in. Met een beetje pech is het verval niet meer te stuiten en degradeer je uiteindelijk.
Dat heb ik eerder zien gebeuren bij AZ. Destijds, in 1981, waren het de gebroeders Molenaar van warenhuis Wastora die de club kampioen maakten. Daarna bouwde Wastora de steun af, en als een betalende ramptoerist zag ik AZ steeds verder afglijden – in 1988 zelfs naar de eerste divisie.

Tweeënhalf jaar geleden deed cowboybankier Dirk Scheringa Alkmaar juichen. Wat was de stad blij met de sympathieke selfmade miljonair. Ik ook. Prima vent, die Dirk. Ik had eind 2007 nog bijna een hypotheek bij hem afgesloten. Alleen omdat dat de innemende DSB-adviseur Esther – ze was twee keer bij me op bezoek geweest – op
decision day niet bereikbaar was, koos ik voor de Postbank.

Soms moet je een beetje geluk hebben in het leven.
Toen DSB in oktober 2009 failliet ging, werd een curator de baas bij AZ. Mijn cluppie zou het in het vervolg gewoon weer moeten hebben van jonkies, gescout op de amateurvelden van Heerhugowaard, en van goedkope Scandinaviërs. Daar kun je best een keer vijfde mee worden, als alles meezit. Maar in geen geval kun je er maandenlang mee boven Ajax en PSV staan, clubs met een dik twee maal zo hoge begroting, laat staan dat je een serieuze kampioenskandidaat kunt zijn.
Toch is dat wat er nu gaande is in Alkmaar. En dus is de vraag: hoe kán dat?

Donderdag 17 november, kwart over tien. De mist hangt als een klamme deken boven het AZ-stadion. Op het trainingsveld voor de hoofdingang is niemand te zien. Dat is gek, want op de clubwebsite staat dat het eerste elftal hier om 10.15 uur zal trainen. Trainer Gertjan Verbeek staat erom bekend dat hij van stiptheid houdt. Ik pak de roltrap naar de receptie, die wordt bevrouwd door één medewerkster – haar collega is na het faillissement van DSB wegbezuinigd. Ik tref het, perschef Daan Schippers staat daar toevallig ook. Afspraken met clubmensen komen altijd tot stand via bemiddeling door de perschef. Maar ik heb Schippers niets gevraagd. Wat doe ik hier dan, zie je hem denken.
Ik leg hem uit wat ik kom doen.

Oké.”
Kan hij interviews met clubbestuurders regelen?

Ja. Maar Verbeek geeft geen interviews. Wel geeft hij elke vrijdagmiddag een persconferentie. Morgen is het vrijdag.”
Wil Schippers alvast iets belangwekkends zeggen?
De perschef kijkt bedenkelijk.

Lees het hele artikel in de HP/De Tijd van deze week.

boudewijn geels