Uilskuiken van de week: Hans Hoogervorst

Iedere week een artikel in zijn geheel op de site. Deze week de column van Joris van Casteren.

Het getuigt van moed, zoals econoom Mark Cliffe vorige week deed in een ingezonden stuk in de Volkskrant, om het juist nu op te nemen voor de euro. Vrijwel iedereen, betoogt Cliffe, lijkt te zijn vergeten hoeveel voordelen de euro Nederland heeft gebracht: grotere export, verhoogde productiviteit en zo’n honderdduizend extra banen.
Wie dingt naar de gunst van het volk schetst liever doemscenario’s. Er is een schuldencrisis gaande, dus dient de invoering van de gemeenschappelijke munt als een mislukking te wordenbeschouwd. Een volgende commissie-De Wit zal worden geformeerd om verantwoordelijken onder ede te horen; het is een kwestie van tijd alvorens er koppen gaan rollen, die van oud-minister Zalm vermoedelijk als eerste.
Zalms opvolger Hans Hoogervorst, minister van Financiën tijdens het kabinet-Balkenende I, voelt de bui al hangen. Vandaar dat hij deze week in het programma Andere Tijden verklaart dat de euro wat hem betreft ‘mislukt’ is. Hij noemt de munt, waar zijn voormalige partij de VVD mede verantwoordelijk voor is, een ‘misgeboorte’, iets ‘dat we beter niet hadden kunnen doen’.
In de jaren negentig zette Hoogervorst als financieel specialist binnen de VVD-fractie de monetaire lijnen uit. Met Gerrit Zalm is hij de belangrijkste liberaal die invoering van de munt mogelijk heeft gemaakt.
Te gast bij Pauw & Witteman deed Hoogervorst vorige week of hij nooit echt voorstander van de munt is geweest. Hij vervulde destijds een soort verzetsrol, omdat hij geprobeerd had ‘de Italianen erbuiten te houden’. Helaas had hij bij het gevecht tegen de Italianen ‘helemaal geen steun’ gekregen. Uiteindelijk stemde hij toch maar voor, ook omdat het kabinet anders misschien wel was gevallen.
Achteraf moet dat uiteraard niet als een fout worden beschouwd: hij had zich immers ‘tot het uiterste ingezet om een goed besluit te maken’. Het is alsof de ingenieur van de Titanic zegt: ik kende de gebreken, dus u kunt mij niet verwijten dat die boot is uitgevaren en gezonken.
Als minister van Financiën in het kabinet-Balkenende I was Hoogervorst enthousiast over de munt die tussen 1999 en 2002 geleidelijk werd ingevoerd. Tijdens een Kamerdebat in december 2002, waarin de invoering werd geëvalueerd, nam hij het op voor de munt. Het was onzin dat het leven in Nederland met de euro duurder was geworden. Volgens hem heerste er slechts ‘het gevoel’ dat we er op achteruit waren gegaan; ‘gevoelsinflatie’ noemde hij dat.
In 1997, vlak voor de invoering, toen hij nog financieel woordvoerder van de VVD was, stelde Hoogervorst zich inderdaad kritisch op ten opzichte van de Italianen. Dit gesputter, op aandringen van zijn eurosceptische leermeester FritsBolkestein, was vooral voor de bühne; achter de schermen waren partijgenoot Zalm, Van Mierlo, Kok en Duisenberg allang tot een akkoord gekomen. Vanwege de ondertekening van het verdrag van Maastricht was het sowieso onmogelijk dat Nederland nog van deelname af zou kunnen zien.
Dit gegeven gebruikte Hoogervorst later ook als argument toen vanuit de samenleving de roep om een referendum over de euro steeds luider klonk. Hij herhaalde het nog eens toen zeventig prominente Nederlandse economen in 1997 de noodzaak van de Europese Monetaire Unie betwistten.
Het heeft iets treurigs om achteraf op een ogenschijnlijk veilig moment je gelijk te halen. Misschien is het inderdaad uit angst voor de wrekende hand van een volgende onderzoekscommissie, maar het zou ook iets anders kunnen zijn.
Hoogervorst is momenteel voorzitter van de International Accounting Standards Board (IASB), een orgaan dat zich bezighoudt met regelgeving op het gebied van de boekhoudkunde. Wellicht is hij ongelukkig met die functie. In dat geval was het niet nodig om de eurocrisis erbij te slepen. Hij had ook kunnen zeggen: ik vind mijn baan niet leuk en ik zoek iets anders.

joris van casteren