Minister Kwist, een feuilleton (8)

Wat flik je me nou, Kwist? Kom dat maar eens even uitleggen. Op mijn departement. En wel onmiddellijk.”
“Ik zit in een overleg. Ik kom straks na de lunch wel even bij je langs, Maxime.”
“Wie denk je wel dat je bent? Onmiddellijk, zeg ik. Begrepen?”

De verbinding werd verbroken. Kwist zuchtte. Vóór hem op zijn bureau lag het Dagblad van het Noorden. “Minister neemt afstand van eigen partij,” was de kop. Het artikel bood een getrouw verslag tvan wat hij de avond ervoor had gezegd tijdens zijn spreekbeurt in Emmen. En inmiddels stond het ook al op teletekst: “CDA-minister Ernest Kwist ziet geen toekomst voor het CDA.” Ongetwijfeld werd het ministerie platgebeld door journalisten, maar Kwist had zijn persvoorlichter de opdracht gegeven niemand door te verbinden en iedereen af te wimpelen met de mededeling dat de minister geen commentaar wenste te geven.
Hij had zijn ambtelijke top verzameld op zijn werkkamer voor crisisberaad.
“Dus,” zei Kwist. “Suggesties? Iemand?” Iedereen keek zwijgend naar de vloer, het plafond of naar zijn eigen schoenen. “Geelhoed?”
Bram Geelhoed was de secretaris-generaal van zijn departement. Een oude geslepen PvdA-regent die in zijn carrière al meer ministers had versleten dan hij zich kon herinneren. Maar nu zat zelfs hij even met zijn mond vol tanden. Zoiets had zelfs hij nog nooit meegemaakt. “Tsja,” zei hij en toen zei hij een hele tijd niets en toen zei hij: “Poe.” Hij haalde iedereen de woorden uit de mond. “Het is een nogal ongebruikelijke situatie,” zei hij ten slotte. “Het verstandigste is misschien om alles te ontkennen. En mocht die journalist daadwerkelijk met een opname op de proppen komen, kun je misschien zeggen dat het een grap was. PVV’ers komen daar de laatste tijd opvallend makkelijk mee weg.” Er werd ongemakkelijk gegrinnikt. “En intussen zou ik in alle stilte als de wiedeweerga investeren in het herstellen van het vertrouwen van je fractie. Deze kwestie beschadigt je, Ernest, dat valt niet te ontkennen. De kunst zal zijn de schade te beperken.”
Kwist keek zwijgend voor zich uit. Dat had hij allemaal zelf ook al bedacht. Maar het beviel hem niet. Het was een logische strategie, maar ook een laffe. Hoe meer hij erover nadacht, hoe meer hij besefte dat hij eigenlijk gewoon had gemeend wat hij in Emmen had gezegd.
“En wat als ik de aanval kies?”
“Wat bedoel je, Ernest?”
Kwist glimlachte. “Beleg een persconferentie,” zei hij. “Ik heb een verklaring af te leggen.”
“Zou het niet beter zijn om eerst met Maxime Verhagen te overleggen?”
“Nee.”
 Ze keken hem een ogenblik verbijsterd aan en barstten toen in lachen uit. Ze applaudisseerden en sloegen hem op de schouders. “Je hebt gelijk, Ernest. Let’s have some fun. Wij staan achter je.”
Die avond opende het achtuurjournaal met de korte verklaring die minister Ernest Kwist die middag op zijn departement had afgelegd, waarin hij bevestigde dat het CDA in zijn visie een vastgelopen machine was die geen enkele toekomst heeft zolang de partij haar eigen voortbestaan en haar traditionele machtshonger belangrijker vindt dan de mensen die zij vertegenwoordigt. Hij voegde daaraan toe dat dat overigens voor elke partij geldt. En hij verklaarde ten slotte nogmaals nadrukkelijk dat het belang van de mensen voor hem altijd boven het partijbelang gaat en dat hij bereid was zijn carrière daarvoor op het spel te zetten. “Kwist mengt zich in machtsstrijd CDA,” was de kop van een van de avondbladen.  •
    Zijn telefoon ging.
    “Hallo, Maxime.”
    “Achterbakse slang. Dit win je nooit. Ik maak je kapot, Ernest.”
    Kwist glimlachte. Hij zette zijn telefoon uit en schonk een groot glas sherry voor zichzelf in. “Het is begonnen,” zei hij tegen zichzelf. “Proost.”

Klik hier voor alle afleveringen van Minister Kwist, een feuilleton.

ilja leonard pfeijffer