Boefjes en conservatiefjes

De oude tijden van Gimmick! herleven, de roman van Joost Zwagerman over de Amsterdamse kunstscene in de jaren negentig van de vorige eeuw. Kunstschilder Peter Klashorst, die een spoor van zwangere negerinnetjes achterliet in Afrika, heeft zijn memoires geschreven. Afgelopen week was de presentatie van Kunstkannibaal in de beroemde Supperclub in Amsterdam.

Cineast en publicist Jan Eilander, die sinds zijn documentaire over Herman Brood gezien wordt als de expert op het gebied van de schilderende zelfkant, was speciaal aangetrokken om het eerste exemplaar uit te reiken. Voor wie het nog niet wist: in het boek is de verhouding olieverf en sperma ongeveer één op één. Met dit boek lost Klashorst zijn collega Jan Cremer af, die een halve eeuw recordhouder was.

In de Supperclub was de rafelrand in volle glorie aanwezig. Foto twee is van de Amsterdamse fotograaf Paul Blanca, die erop stond om samen met zijn sponsor afgebeeld te worden. De eerste sponsor van Blanca was een fotozaak waar Blanca zijn eerste camera stal door een baksteen door de etalageruit te gooien. Toen had hij er meteen drie. De uitbater van de winkel had toen nog geen idee dat hij aan de basis stond van een nieuw boefjestalent.

Het boek van Klashorst is de zoveelste loot aan de succesboom van Mai Spijkers.

De uitgever was in dit morsige gezelschap de enige die in strak driedelig rondliep, en was dat de volgende dag weer, toen een totaal ander clubje zijn opwachting maakte, ditmaal op de uitgeverij zelf. De conservatieven, want over hen gaat het, hebben een jeugdig boegbeeld in de persoon van Ad Verbrugge, een muzikant annex filosoof, en bovenal een niet te stelpen spraakwaterval. Verbrugge was gevraagd om de bundel Revolutionair verval en de conservatieve vooruitgang in de achttiende en negentiende eeuw van Thierry Baudet en Michiel Visser feestelijk ten doop te houden. Dit boek is een sequel op de alom geprezen eerste bundel van dit tweetal met eveneens portretten van Conservatieve Grote Denkers. Hier herkent men de hand van Mai Spijkers: als een boek goed loopt, laat hij direct een vervolgboek produceren. De eerste bundel heet overigens Conservatieve vooruitgang – De grootste denkers van de twintigste eeuw, maar dit terzijde. Frits Bolkestein vond het een geweldig boek, willen we maar zeggen. Het jeugdige talent naast Baudet is Ruben Bunder van de Amsterdamse conservatieve galerie Vriend van Bavink, met 25 jaar een van de jongsten in het kunstmetier.


Conservatisme is opeens toppie onder jonkies, maar op de valreep kwamen de oudjes dan toch aanzetten. Bolkestein liet zich niet zien, maar monseigneur Antoine Bodar voelde zich in dit gezelschap jongeheren uitstekend thuis. Zijn fraaigestrikte gesprekspartner is de academische docent Thomas van Leeuwen, die bouwkunde doceert aan postdoctorale studenten. Solide, conservatieve gebouwen, dat spreekt vanzelf.

Jan Zandbergen