De zweep van het IMF

Is inmenging van de internationale geldschieter een goed idee?

De eurolanden kloppen aan bij het IMF om de euro te redden. Het IMF. Is dat niet de club die landen redt in verre oorden? Landen van het type waaraan we ontwikkelingshulp geven, of recentelijk gaven? Of landen die al een tijdje gruwelijk hoog vliegen en waarvan iedereen weet dat ze diep zullen vallen?

Precies, dat is het IMF. Het lukt de eurolanden maar niet om voldoende geld bijeen te halen om de financiële markten ervan te overtuigen dat de euro een blijvertje is dat we met z’n allen tot de laatste snik zullen verdedigen. Het EFSF, het Europese noodfonds dat eerder dit jaar in de steigers werd gezet, heeft nog steeds niet de tanden die daarvoor nodig zijn.

Vrijdag komen de euroleiders opnieuw bij elkaar om het zoveelste definitieve antwoord te geven op de aanval op de euro, en er is een goede kans dat het IMF betrokken wordt in dat antwoord. Is dat een goed idee?

Het IMF kan op twee manieren een rol spelen bij het redden van de euro: door discipline op te leggen aan eurolanden en door geld beschikbaar te stellen om de financiële markten rustig te krijgen. Naar die twee functies moeten we dus kijken.

Allereerst de disciplinerende werking van het IMF. Die hebben we kunnen aanschouwen in Griekenland, Ierland en Portugal. Daar is het IMF ingeschakeld om (samen met de Europese Commissie en de Europese Centrale Bank) steeds opnieuw te bekijken of deze landen doen wat er is afgesproken voordat ze de volgende tranche krijgen van de toegezegde lening. Al een paar keer vertrok de trojka met veel tamtam uit Griekenland, dat vervolgens pardoes deed wat het moest doen.


In deze rol heb je wat aan het IMF. Het maakt de controle in landen onafhankelijker en dwingt de nodige discipline af. Wellicht wordt die rol uitgebreid naar controle in landen die nog geen beroep hebben gedaan op het noodfonds, maar wel die kant op dreigen te gaan. Daar is niets mis mee zolang de eurolanden elkaar zelf niet scherp weten te houden. Het ziet ernaar uit dat de eurolanden komend weekeinde afspraken maken om elkaar voortaan strenger te controleren op uit de hand lopende begrotingen, maar zolang dat systeem nog niet werkt, is het IMF een goede partner.

Dan de tweede mogelijke rol van het IMF: die van verschaffer van kapitaal om de markten te kalmeren. Dat geld is nodig omdat de markten onvoldoende vertrouwen hebben in twee zaken: 1) dat landen als Italië – maar wellicht ook Frankrijk – uiteindelijk al hun schulden zullen afbetalen, en 2) dat de rest van Europa daar wél vertrouwen in heeft en dus vierkant achter die landen gaat staan. Zolang Europa dat niet doet, blijft er reden die landen te mijden. Als u twijfelt of Italië uiteindelijk failliet gaat, zoekt u voorlopig ook even een andere plek om uw geld te stallen. Wellicht dat u wel weer durft als u te horen krijgt dat er een gruwelijk grote bak met geld klaar staat om ervoor te zorgen dat Italië betaalbaar kan blijven lenen, zodat het zichzelf kan hervormen.

De vraag is nu: wie moet die kapitaalverstrekker worden, het EFSF of het IMF? Het antwoord luidt natuurlijk: die eerste. Europa is rijk genoeg om de eigen broek op te houden. Toegegeven: dat lukt al maanden niet, vandaar het plan om de hulp van het IMF in te schakelen voor een bijdrage. Zo probeert Europa de rekening door te schuiven naar landen die veel minder vermogend zijn, zoals China, Brazilië en Rusland. Bovendien zullen deze landen er alleen mee instemmen als ze in ruil daarvoor meer macht krijgen binnen het IMF.


Het is dus moreel onjuist en geopolitiek onhandig, en ook nog eens minder effectief. Het gaat erom de financiële markten ervan te overtuigen dat Europa vierkant achter de euro staat. Dat doe je met eigen geld, niet met dat van de buren.

Meer leuke content? Like ons op Facebook