Drinken, matten en studeren

Salvador van Henk van Straten is een tragisch verhaal over een bruut die zichzelf via de literatuur wil verbeteren. Het had een geweldig boek kunnen zijn.

Superlul en Salvador. Het klinkt als een duo dat het niet slecht zou doen in het vaderlandse pornocircuit, maar het zijn de nieuwste boeken van Henk van Straten (1980). Inderdaad, boeken. Van Straten bracht er twee tegelijkertijd uit, waarmee zijn romantotaal op vier komt. Superlul gaat over een man die een enorme lul heeft, Salvador over een man die een enorme lul is.

Hendrie Perenboom, hoofdpersoon van Salvador, ontvangt een mysterieuze brief, waarin onthuld wordt dat hij een zoontje heeft. Resultaat van een dronken onenightstand tijdens een vakantie in Spanje, acht jaar geleden. Hendrie wordt door zijn vakantieliefde uitgenodigd om zijn zoontje te ontmoeten. Dit zou weleens precies kunnen zijn wat hij nodig heeft. Nu kan hij zijn oude bestaan volledig achter zich laten, een achterbuurtleven met alles erop en eraan: vechtpartijen, kleine criminaliteit, gewelddadige seks, een milieu waarin een gevangenisstraf eerder een prestatie dan een schande is.

Het moge duidelijk zijn, Salvador is de meest ambitieuze roman van Van Stratens tweetal. Een zwaar, tragisch verhaal, een hoofdpersoon die alles anders wil, met hoge verwachtingen en de constante hoop op loutering. De weg naar de nieuwe Hendrie, de weg naar beschaving, gaat vooral via de literatuur. Hij begint highbrow-boeken te lezen, en doet iets wat in zijn familie geldt als het toppunt van belachelijkheid: hij schrijft zich in voor een universitaire studie.

Maar de oude Hendrie komt vaak naar boven, de Hendrie voor wie het leven bestaat uit intimideren en vechten. De nieuwe Hendrie is niet op z’n gemak tussen de studenten en de brave mensen – hij voelt zich bekeken, een curiositeit, hij zal hier nooit echt bij horen, hoeveel boeken hij ook van intellectueel verantwoord commentaar kan voorzien. Dat ongemak maakt hem des te gevaarlijker. Het is de brandstof voor zijn agressie, en je weet dat er iets heel kleins voor nodig is om hem door te laten slaan.


Van Straten wisselt hoofdstukken in het heden af met korte flashbacks naar Hendries leven vóór de brief. Het heden speelt zich af rondom de Spaanse kustplaats waar het zoontje is verwekt, en waar de kennismaking moet gaan plaatsvinden. De flashbacks zijn in de jij-vorm en in de tegenwoordige tijd geschreven, de hoofdstukken rondom de kustplaats in de hij-vorm en de verleden tijd. Een rare keuze. Andersom zou een stuk logischer zijn geweest. Nu moet je jezelf bij elke flashback weer tot de orde roepen: dit was vroeger, ondanks de tegenwoordige tijd. De jij-vorm voegt ook niet direct iets toe, er is geen dwingende reden voor. Het lijkt vooral een willekeurige noodgreep om verschil aan te brengen in de verhaallijnen.

De verhaallijn in Spanje begint een week voor Hendries afspraak met zijn vakantieliefde; Esperanza heet ze. Hendrie hangt rond in het kustplaatsje, dat er treurig bij ligt. Het is nog een paar weken voor het hoogseizoen begint. Echt veel gebeurt er niet. Hendrie houdt Esperanza en het jongetje, Salvador, in de gaten, hij drinkt pastis, fantaseert over zichzelf en zijn toekomst, en probeert een roedel zwerfhonden afwisselend te voeren en weg te jagen. Hij doodt de tijd, zo zou je het kunnen samenvatten, en zo voelt het voor de lezer ook: een langgerekt begin totdat er echt iets gebeurt. Een trage warming-up.

In de tussentijd krijgen we wel inzicht in Hendries obsessies. Het project Hendrie Perenboom, zijn machismo, zijn agressie, zijn paranoia – Van Straten komt er regelmatig op terug. Regelmatig in de zin van: de hele tijd. Veel meer dan nodig is.

Met een beetje goede wil zou je het de opbouw van de plot kunnen noemen, of het uitdiepen van een karakter, en meer van zulke eufemismen voor oninteressante passages. Het probleem is dat de scènes met de zwerfhonden, net als een paar andere onheilspellende zijpaden, uiteindelijk amper een rol blijken te spelen in het verhaal, waardoor ze met terugwerkende kracht aanvoelen als bladvulling. De plotwendingen tegen het einde komen dan weer min of meer uit de lucht vallen.


Kortom, de compositie rammelt. En ook de stijl kan het boek niet redden. Veel clichématige vergelijkingen, veel moeizame zinnen, zoals deze (al in de tweede alinea): “Dit soort momenten. Momenten waarop hij het gevoel had met nog maar een paar draadjes te bungelen aan een reeds lang geleden in de steek gelaten wereld, maar tegelijkertijd een odyssee verwijderd te zijn van hetgeen er voor hem in het verschiet lag.” Pathetisch en ambtelijk – een combinatie die interessant had kunnen zijn als het niet zo lelijk was opgeschreven.

Het rare is: je voelt de hele tijd, door het matig vertelde verhaal heen, het geweldige boek dat Salvador had kunnen zijn. De ingrediënten zijn veelbelovend, maar de uitvoering is teleurstellend. Het zou kunnen dat Superlul wel werkt – maar dat is het risico van twee boeken tegelijk uitgeven: als het eerste niet bevalt, heb je weinig zin om aan nummer twee te beginnen.

Henk van Straten: Salvador. Lebowski, €17,50. Ook via ako.nl.

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Dries Muus