Een goed gesprek met Max Westerman & Rabin Baldewsingh

‘Ik zal nooit mijn afkomst verloochenen. Never nooit niet. Al zetten ze me een pistool op mijn borst!” Praat met de Haagse wethouder Rabin Baldewsingh en je hoort geluiden die vloeken met de Nederlandse tijdgeest. ‘Multicultureel’ is voor hem geen vies woord. En al is hij beslist niet tegen integratie, dat woord stoort hem wel. “Het drukt eenrichtingsverkeer uit, een ongelijkwaardige situatie.” Toen Baldewsingh in 2006 integratie in portefeuille kreeg, doopte hij die om in ‘burgerschap’.

In een stad die voor iets meer dan de helft uit allochtonen bestaat, is de PvdA’er Baldewsingh van de acht wethouders de enige niet-blanke. “Ik ben een Surinaamse Hindoestaanse Haagse Nederlander. Moet je kijken hoeveel culturen ik ver-tegenwoordig. En ik gebruik ze allemaal. Ik kook Hollandse spruitjes met een Hindoestaanse twist. Geweldig toch?”

Ik zou het moeten proeven. Maar dat je zo vasthoudt aan je oorspronkelijke cultuur, dat vindt niet iedereen positief.

“Ik weet het. Tegenwoordig redeneert men dat je pas geïntegreerd bent als je alles van de ontvangende samenleving hebt overgenomen en wat je hebt meegenomen vaarwel zegt. Maar ik denk dat je pas kunt integreren als je de kracht van je oorspronkelijke cultuur vasthoudt, en tegelijkertijd ontvankelijk bent voor hetgeen de nieuwe omgeving je biedt. Ik hoef jouw cultuur niet een-op-een over te nemen om te kunnen integreren.”

Voordat we aan tafel gaan, wil Baldewsingh me zijn kantoor laten zien. Het maakt in één oogopslag duidelijk wie hij is. De muren hangen vol foto’s van Indiase contractarbeiders die na een maandenlange boottocht in Suriname arriveerden. “Mijn grootvader was een van hen. Hij kwam in 1913 in Suriname aan, om het werk te doen dat eerder door slaven werd gedaan. De slavernij was afgeschaft, maar de arbeidsomstandigheden bleven lang hetzelfde.” Hij wijst op een foto van suikerriet kappende Indiërs: een Hollandse plantage-opzichter, gekleed in een smetteloos wit pak, houdt toezicht met een zweep in zijn hand.

Vind je het niet triest als je die mensen ziet ploeteren, zo ver van hun moederland?


“Nee, migratie hoeft geen verlies te zijn. Je laat inderdaad dingen achter, maar je wint ook iets. Voor jezelf en voor de plek waar je terechtkomt. Dit zijn krachtige mensen: ze vertrokken om ervoor te zorgen dat hun kinderen het beter kregen. Dankzij hen loop ik hier nu rond op de zevende etage van het stadhuis.”

We verkassen naar restaurant SpiZe aan de overkant van het stadhuis, een voortreffelijke Thai, waar Baldewsingh kiest voor een krokant gebakken rode baars en ik voor de kipfilet in bruine curry met gemengde groente. Een gigantische Boeddha kijkt op ons neer.

Op je kantoor staat ook een Boeddhabeeld. Ben je godsdienstig?

“Niet in kerkelijke zin. Maar ik heb iets met spiritualiteit, het geeft me de kracht de dingen te doen die ik wil doen. Ik mediteer graag. Silence is God, zo simpel is het voor mij. ’s Morgens zet ik vaak even een cd op met in het Sanskriet gezongen mantra’s. Dan zoek ik de innerlijke rust waarmee ik een stressvolle dag aankan.

Is het dan zo stressvol, het wethouderschap?

“Ik geniet van deze job, omdat ik me heel graag inzet voor de stad, Ik wil een bruggenbouwer zijn. Maar ik besef wel dat veel mensen op me letten. Er wonen 44.000 Hindoestanen in Den Haag. Het is de grootste migrantengroep. Voor hen heb ik een soort voorbeeldfunctie. Vele Hagenaars gunnen me deze positie, maar veel anderen denken: die mislukt wel.

“Er roept weleens iemand tegen me: ‘Ga terug naar je land!’ Of: ‘Profiteur!’ De sfeer is heel anders dan toen ik hier als dertienjarige arriveerde uit Suriname. Nederland functioneerde als een sociale lift: stap in en ga een etage omhoog. De mensen waren aardig en behulpzaam. Nu raken Nederlanders in zichzelf gekeerd. Zoals een paar buitenlandse ambassadeurs onlangs zeiden: het land is zichzelf aan het isoleren. Uitgerekend Nederland, dat altijd een land was zonder muren, met een open blik naar de wereld. Economisch en cultureel hebben we zo veel gehad aan die mentaliteit.”


Hoe verklaar je die veranderde sfeer?

“Het is alsof we in een soort massa-psychose terecht zijn gekomen. De aanslagen van 11 september hebben er zeker mee te maken. Alsof alle migranten fundamentalisten zijn die onschuldige burgers willen doden!”

Maar er zijn ook reële problemen die tot een heroverweging van de multiculturele samenleving hebben geleid.

“Natuurlijk brengt immigratie uitdagingen met zich mee. Maar we kijken alleen nog naar de schaduwzijden, en die blazen we flink op. Een paar jongens die elkaar willen laten zien hoe stoer ze zijn, en hup, we doen alsof onze steden in brand staan. En dan de heftige discussies over boerka’s in dit land. Van mij mogen ze ze per decreet afschaffen, maar ik heb er het afgelopen jaar niet één gezien. Non-discussies! Kijk naar de echte problemen – onze economische crisis nu, die heeft toch niets te maken met immigratie? Politici kloppen die zaken op om stemmen te winnen. En de media helpen ze een handje.”

Inderdaad staan hier in de krant of op televisie weinig of geen positieve berichten over allochtonen.

“Alleen maar kommer en kwel! En echt niet alleen de rechtse media; ze gaan er allemaal in mee, van de Volkskrant tot Pauw & Witteman. Niet bewust misschien, maar het gebeurt wel. De media spelen een belangrijke rol in de huidige sfeer in het land. Er komt een tijd dat velen zullen promoveren op dit thema.”

Je hebt zelf een tijd als programmamaker bij de Haagse migrantenomroep gewerkt, en verhalen en gedichten geschreven. Wat zou jij graag zien in de media?

“Schrijf eens over al die meisjes met hoofddoekjes die succesvol zijn in het hoger onderwijs en mooie banen vinden. Maak een reportage over al die migranten die het werk doen dat autochtone Nederlanders niet willen doen. Een realitysoap over de jongens die goedgehumeurd achter de vuilniswagens aan hollen, over de migranten die onze woningen en kantoren schoonhouden, die tot diep in de nacht de cafetaria’s openhouden en ’s ochtends onze kranten bezorgen. Kijk ook eens naar al die chirurgen van buitenlandse komaf. Professoren! Onderwijzers! Advocaten! Ondernemers! Overal vind je migranten. Zonder hen is Nederland verloren.”


Doet me denken aan New York. Voor meer dan de helft bevolkt door migranten – en de meest succesvolle stad ooit.

“Gesticht door Nederlanders. En wat zijn we daar trots op! Maar als het om ons eigen land gaat, is het opeens een ander verhaal. De Amerikanen begrijpen dat een moderne samenleving niet zonder migranten kan.”

Je levensverhaal heeft wel wat van de Angolese Mauro. Net als hij kwam jij hier op jonge leeftijd en alleen. Waarom?

“Ik kom uit een groot plattelandsgezin, tien kinderen; daarnaast had mijn vader er ook nog drie bij zijn buitenvrouw. Het was geen harmonische situatie, integendeel. We leefden in pure armoede. Mijn vader dronk veel en mishandelde mijn moeder om de haverklap. Zij heeft zich zelfs een paar keer proberen te verhangen waar de kinderen bij waren. Toen ze in 1962 zwanger raakte van mij, koos mijn vader een vaste buitenvrouw. Mijn moeder is daar altijd woedend over gebleven en reageerde dat vaak op mij af. Uiteindelijk besloot een broer die in Leiden woonde me te helpen; hij stuurde een vliegticket.

“Op 3 oktober 1975 stapte ik in Leiden uit de bus. Het was overal feest; ik was jong en naïef en dacht even dat het fanfare-orkest er was om mij te verwel-komen. Het was Leidens Ontzet. Prachtig! Ik heb er een fascinatie met de Nederlandse geschiedenis aan overgehouden. Ik weet vast meer over het koningshuis dan jij. En kun jij het eerste en het zesde couplet van het Wilhelmus zingen?”

Ik oefen nog. Voelde je je direct thuis in Nederland?

“Nee, ik was natuurlijk anders – exotisch – en ik vond moeilijk aansluiting bij Nederlandse jongens. Het kamertje waar we woonden was klein en onverwarmd, en ik was eenzaam. Ik miste het Surinaamse eten, de manier van doen. Toen ontdekte ik dat een paar kilometer verderop, in Den Haag, een grote Hindoestaanse gemeenschap zat, met rotishops en bioscopen waar Bollywoodfilms worden gedraaid. Ik verhuisde en herwon de kracht die mijn eigen culturele achtergrond mij biedt. Den Haag maakte me zelfverzekerd. Het is mijn vaderland, de plek waar mijn drie loyaliteiten – India, Suriname en Nederland – zijn samengekomen.”


Je bent al zo’n twintig jaar actief in de lokale politiek. Weerhoudt je verbondenheid met deze stad je ervan het hogerop te zoeken?

“Als Kamerlid zou ik een van de 150 zijn – en dan moet je maar afwachten of je het woord krijgt en gehoord wordt. Hier kan ik echt een verschil maken. Lokaal bestuur wordt onderschat in Nederland. Je kunt verbindingen maken tussen gemeenschappen en individuen op een manier die landelijk niet kan. Regelmatig houd ik spreekuur in mijn stadsdeel; dan komen mensen met allerlei problemen naar me toe. Ik heb niet altijd een oplossing. Maar ze vinden het al fijn gehoord te worden. Een goed bestuurder zit met één been in de stad. Niet de hele dag op het stadhuis.”

Amerika heeft in Obama een gekleurde regeringsleider. Kun je je dat hier voorstellen?

“Nee, Nederland is niet rijp voor een allochtoon als minister, laat staan als premier. Anders hadden we er al wel een gehad. Nederland heeft zelfs nog geen vrouw als premier gehad. Pakistan wel, en India, en Bangladesh, en Indonesië, en Turkije. Moet ik doorgaan? De politiek heeft de mond vol van integratie, maar doet er zelf nauwelijks aan mee. Zelfs blanke bruggenbouwers zijn niet meer echt welkom. Job Cohen is een van de weinigen. Maar ze hebben hem geïsoleerd door hem een theedrinker te noemen. In een hokje geplaatst, heel zwak!”

Baldewsingh werd bij de laatste verkiezingen met veel voorkeurstemmen herkozen. Toch verloor hij de portefeuille burgerschap. Hij is nu wethouder van, onder meer, volksgezondheid, personeelsbeleid en mediazaken.

Burgerschap heet weer integratie en een blanke partijgenoot heeft die portefeuille overgenomen. Wat is er gebeurd?


“Ik zat niet bij de coalitie-onderhandelingen waar dit werd beslist. Ik vond het erg, maar ik heb me erbij neergelegd. Gelukkig voeren we hier nog wel een inclusief beleid. Mijn collega’s vechten ervoor dat dit geen gedeelde stad wordt. Maar het landelijk beleid helpt niet altijd mee. Ik merk dat migrantenkinderen opgroeien met het gevoel dat ze er niet bij horen. Of dat ze van alles moeten doen om erbij te horen, als bij een ballotage. Het gevolg is dat migrantengroepen zoals de mijne steeds meer in hun schulp kruipen. Wij Nederlanders groeien uit elkaar.”

Naast Almere is Den Haag nu de enige stad met PVV’ers in de gemeenteraad. Wat merk je daarvan?

“Ze stellen veel vragen en ik probeer die te beantwoorden. Ze behandelen me oké, maar hun vocabulaire is anders dan het mijne en dat botst af en toe. Ik vind dat politici geen woorden als ‘tuig’ en ‘hufters’ en ‘straatterroristen’ moeten gebruiken. In Amerika hoor je dat toch ook niet? Waarom hier wel? Ik vind dat niet kunnen.”

Volgens de PVV zijn sommige delen van deze stad zo gevaarlijk dat het eigenlijk no-go- areas zijn.

“De misdaadstatistieken wijzen anders uit. Natuurlijk zijn er incidenten. Altijd geweest! Ook al toen Den Haag als een magneet functioneerde voor arme migranten uit Gelderland en Drenthe. De stad is gekleurder geworden. Maar ik doe nog gewoon mijn boodschappen in Transvaal, ik ga er naar de markt, ik loop in de Schilderswijk. En ik voel me geen moment onveilig.”

Tot slot, is het ooit goedgekomen tussen jou en je ouders?

“Ja. Mijn moeder is 82 en we bellen regelmatig; ze komt hier ook wel op bezoek. Mijn vader overleed veertien jaar geleden. Ik was toevallig net in Paramaribo om mijn vrouw aan hem voor te stellen; zij heeft hem zijn laatste slokje water gegeven. Ik heb geen wrok jegens mijn ouders. Maar de combinatie van armoede en huiselijk geweld heeft mij wel gevormd. Daarom werd ik lid van de PvdA; op de avond dat ik Joop den Uyl hier in Den Haag hoorde spreken over de sterkste schouders die de zwaarste lasten moeten dragen. Die boodschap van solidariteit ontroerde me. Het is de spirit waarin dit koninkrijk mij de kansen gaf om mijn American dream te realiseren, mijn Haagse droom. Ik wil ervoor strijden dat ook anderen die kansen blijven krijgen.”