Het verraad van de elites

De invoering van de euro was een geruisloze staatsgreep.

Eén keer heb ik Marcel van Dam ontmoet, bij een etentje van Volkskrant-columnisten eind jaren negentig. Het gesprek ging toen onder meer over de euro, die volgens mij op een ramp zou uitdraaien. Ik werd bijna van tafel geblazen. Wat ik wel niet dacht! En toen de euro tien jaar geleden was ingevoerd, schreef Van Dam: “Chapeau Duisenberg!” Waarschijnlijk de laatste keer dat Van Dam iets vriendelijks over een PvdA’er heeft gezegd.

Inmiddels worden allerwegen rampen voorspeld. De Franse minister van Buitenlandse Zaken Alain Juppé voorziet geweld en gewapende conflicten als de euro klapt. Volgens hem staat alles op het spel wat de laatste twintig jaar sinds het Verdrag van Maastricht is opgebouwd, en zelfs de hele Europese Unie. De Europese schuldencrisis is een existentiële crisis, aldus Juppé. Ik denk dat hij gelijk heeft, al noemen velen dat bangmakerij. Toen Helmut Kohl in de jaren negentig de euro een zaak van oorlog of vrede noemde, vond ik dat ook zwaar aangezet. Maar het verschil tussen toen en nu is dat de euro een realiteit is geworden, en dat het veel riskanter is om terug te keren naar een toestand die niet meer bestaat, en die met het opgeven van de nationale munten opzettelijk zo kostbaar mogelijk is gemaakt. De invoering van de euro moest ‘onomkeerbaar’ zijn, waardoor opgaan in de Economische en Monetaire Unie voor alle deelnemers een historische keuze was.

Ik zag de invoering van de euro als een geruisloze staatsgreep, wat sinister klinkt, maar niks afdoet aan het historische belang ervan. Zonder achterkamertjespolitiek was de euro er nooit gekomen; er is toen door de Europese elites een prestatie van formaat verricht. Maar gedragen die elites zich daar nog naar? Wat mij verbijstert, is hoe armzalig ze dit Europese geesteskind verdedigen. Dat valt ook niet mee, met Griekenland dat zo’n schaamteloos bedrog heeft gepleegd en Italië dat nooit serieus orde op zaken stelde. Logisch dat er in Nederland stemmen opgaan voor opsplitsing in een ‘neuro’ en een ‘zeuro’. Frits Bolkestein (“Ik ken de Grieken”) was altijd al sceptisch en noemt opsplitsing van de eurozone onvermijdelijk. Zijn ghostwriter Hans Hoogervorst, de latere baas van de Autoriteit Financiële Markten, vindt de euro ‘mislukt’. Gerrit Zalm, nu directeur van de staatsbank ABN Amro, gaat zover niet, maar lachte als VVD-minister van Financiën de risico’s van de euro altijd weg (behalve als het om Italië ging).


Het is te vroeg om te zeggen dat de euro is mislukt. De eenheidsmunt is er nog. Hoogervorsts uitspraak is prematuur en doet denken aan een generaal die aan de vooravond van een belangrijke slag de handdoek in de ring gooit. Velen zullen Hoogervorst ‘eerlijk’ vinden: eindelijk iemand die niet met meel in de mond praat. Maar waar iedereen rampen kan voorspellen, is het aan bestuurselites om ze af te wenden. Een man in zijn positie heeft de plicht de euro publiekelijk te verdedigen en moet waken voor paniekzaaierij. Idem dito voor Bolkestein, die in 1999 naar Brussel is gegaan, zijn kiezers in vertwijfeling achterlatend. Mislukt is de VVD-strategie om de zuidelijke landen buiten de euro te houden. Toch stemde de VVD in met hun toetreding tot de euro, ook met de deelname van Griekenland. Het fractielid Geert Wilders stemde braaf met zijn partij mee. Daarmee zijn VVD en PVV net zo verantwoordelijk voor de euro als de andere voor stemmende partijen.

Ik durf nog niet echt aan een ‘verraad der elites’ te denken. Wij zijn geen Griekenland, het meest nationalistische land in Europa, waar de rijken hun geld ten koste van hun landgenoten naar veilige havens hebben gebracht. Toch waarschuwde Marcel van Dam onlangs in zijn Volkskrant-column tegen anti-Griekse sentimenten en (rechts)-populisme in ons land. Wij moeten ‘solidair’ zijn met de arme Grieken. Bravo, vind ik ook, uit nationaal eigenbelang, dat nu samenvalt met het redden van de hele Europese muntunie. Alleen hoor je daar de SP nooit over. En met die club sympathiseert de salonsocialist Van Dam. Zo blijft iedereen zijn eigen positie trouw.