‘Ik denk altijd een paar zetten vooruit’

Audax-topman Jacques de Leeuw maakt plaats voor de Belg Eric Willems. Daarmee komt een eind aan een illustere periode van het Brabantse uitgeefconcern, dat al sinds de jaren dertig bestaat. Gesprek met een gepassioneerd bladenman.

Voor Jacques de Leeuw (78)geldt met recht de zegswijze: ‘van krantenjongen tot miljonair’. Hij begon als venter van leesportefeuilles en treedt nu terug als mediaondernemer met meer dan veertienhonderd werknemers. Hij is eigenaar van verschillende uitgeverijen, waaronder Audax, van de AKO-winkels en van bladenverspreider Betapress en hij is participant in de boekwinkelketen Selexyz. De Leeuw is ook eigenaar van HP/De Tijd. Vraag hem naar de kunst van het ondernemen en het antwoord is even simpel als doeltreffend. “Je moet altijd blijven doorgaan, doorgaan, doorgaan.” Niet als een dolle of verblind door ambitie, maar met mate en beheerst. En met een plan. “Zet op papier wat je wilt, probeer wat uit en sla dan toe. Of je wacht, dat kunnen een hoop mensen ook niet, hè, wachten. Geduld hebben.”

Het is waarschijnlijk niet eens aan te leren, ondernemen, het gaat op gevoel. En dat gevoel krijg je als je de branche kent waarin je opereert. Door en door kent. Jacques de Leeuw heeft meer dan eens aan de lopende band gestaan. Hij kent dus ook de mensen die voor hem werken, hij spreekt hun taal, kent de problemen waarmee ze te maken hebben. Dus als hij met oplossingen komt, weet hij of die kans maken op de werkvloer.

Klein beginnen luidt een ander devies. “Ik had in het begin een aparte strategie van geld verdienen,” vertelt De Leeuw. “Ik verkocht blaadjes die een heel lage winstmarge hadden. Vijf cent per blad, dus ik moest er heel veel van verkopen. Belangrijk daarbij was dat ik de controle hield op de voorraad. Ik zou dat vooral jonge ondernemers op het hart willen drukken: hou zicht op je voorraad; koop niet te veel in. Dat klinkt misschien gemakkelijk, maar het is in de praktijk dikwijls moeilijk om het na een eerste succesje niet meteen groots aan te pakken. Niet doen. Tel tot vijf. Maar ja, je moet ook weer niet te voorzichtig zijn, want dan mis je een kans. Ergens daartussenin moet je je bewegen.”


Wie de biografie van Jacques de Leeuw tot zich neemt, wordt geregeld gegrepen door de onvoorstelbare werkdrift van de hoofdpersoon. Hij organiseerde in de buitenlucht programma’s voor mensen die gymnastiekoefeningen wilden doen, verhuisde met een allengs opgebouwde entourage aan toestellen naar een achterafzaaltje van een café. Toen het steeds beter begon te lopen, betrok hij een bouwval en knapte die zelf op. Ten slotte verkocht hij de sportschool en stortte zich in de verkoop van leesportefeuilles.

Als jongen van zestien fietste hij maanden achtereen iedere nacht van Tilburg naar het Belgische Turnhout om er kranten en tijdschriften op te halen. Zo legde hij dagelijks een afstand af van meer dan honderd kilometer – de bezorging aan abonnees daarbij opgeteld. Regen, wind, sneeuw en onweer, de jonge De Leeuw verzaakte nooit. Na een jaar had hij al fietsend de kosten van de bus uitgespaard en mocht hij van zijn vader van dat geld een renfiets kopen. Overdag verplaatste hij zich per bakfiets, met driehonderd kilo aan tijdschriften en leesportefeuilles aan boord. Er waren zevenhonderd klanten, van wie hij er per dag een dikke honderd aandeed. Na een tijdje verkocht hij ook puzzelboekjes en introduceerde hij de spaarkaart waarmee zijn klanten zich ‘mooi gebonden romannekes’ konden aanschaffen.

Ander voorbeeld. Jacques de Leeuw was een goede standwerker. Op de zogeheten klottermarkt van Tilburg wist hij een plekje te bemachtigen, in de uiterste hoek van een pleintje, met een hele voorraad prentenboeken en wat dies meer zij, die vader ooit had ingekocht, maar aan de straatstenen niet kwijtraakte. Zoonlief zou daar werk van maken, en hij schakelde daarbij zelfs een welwillende tante in. Toen Jacques zijn waar aan de man probeerde te brengen, stond die tante tussen de mensen en riep over de prentenboeken: “Och, wè goeiekoop, die wil ik graag hebben.” Waarop Jacques antwoordde: “Efkes wachten, mevrouwke, u komt zo aan de beurt.” Het toneelstukje wakkerde de koopzucht van de omstanders aan en De Leeuw zou zo ongeveer de hele voorraad verkopen.


Hij pakte alles aan. Niets was hem te min. Overal zag hij geld liggen. Het is een kwaliteit die weinigen is gegeven. Zijn vader bijvoorbeeld werd niet zo succesvol als zijn zoon, en kon dat aanvankelijk slecht verkroppen.

De biografie van vader en zoon De Leeuw, Het leven is een carrousel, is gelardeerd met dagboekfragmenten van vader Huub. Mooie teksten, sommige huiveringwekkend. “Nog eventjes en ik ben die donkere schaduw van mijn geniale zoon kwijt,” schrijft Huub als hij door zijn zoon met pensioen is gestuurd. Anders dan de biografie doet vermoeden, was de relatie tussen vader en zoon lang niet zo getroubleerd. “We waren allebei eigenwijs,” blikt Jacques de Leeuw terug. “Maar als we te maken hadden met andere partijen, vormden we één front. Nee, ik heb bewondering voor mijn vader gehad, hoor. Ik heb een spartaanse opvoeding van hem gehad en daar ben ik hem altijd zeer dankbaar voor geweest.”

Een voorbeeld van die opvoeding, dat De Leeuw vaak en graag vertelt, is de rit die hij als jongen eens van zijn vader moest maken – op de fiets – van Tilburg naar Amsterdam om er een achterstallige schuld van een AKO-vestiging te innen. Een bedrag van zeshonderd gulden. Eenmaal in Amsterdam wordt de jonge De Leeuw wijsgemaakt dat het geld er niet is. Hij weigert zich evenwel te laten wegsturen en oppert dat er misschien wel contant geld ligt bij de hoofdvestiging van de AKO bij het Centraal Station. Dat klopt, en even later kan hij terug naar huis met het verschuldigde bedrag op zak. Diezelfde nacht legt de jonge De Leeuw ook zijn honderd kilometer naar Turnhout en vice versa weer af.

Huub de Leeuw bleef tot op hoge leeftijd betrokken bij het bedrijf en stierf op 82-jarige leeftijd. “Op zijn sterfbed was pa erg onrustig,” vertelt zoon Jacques. “Ik wist eerst niet precies wat er scheelde, maar toen begon het me te dagen. ‘Pa, ik moet je één ding zeggen,’ fluisterde ik, ‘en dat is dat we het samen hebben gedaan.’ Op die woorden zat hij te wachten, want hij werd helemaal rustig.”


Huub stierf op een moment dat Jacques pech kreeg met zijn auto. Die pech was merkwaardig, want de auto mankeerde nooit wat en het was niet precies duidelijk wat er stuk was. Het voertuig was er zomaar mee opgehouden. Toen De Leeuw even later op zijn kantoor kwam, vertelde een medewerker dat zijn vader tien minuten daarvoor was ingeslapen. Precies op het moment dat de auto ermee ophield. “Ziedenou hoeveel macht die man heeft,” riep Jacques de Leeuw uit. “Zelfs op zijn sterfbed kan hij nog auto’s laten stoppen.”

Of de jonge De Leeuw veel wegheeft van zijn vader? “Neuh,” klinkt het. “Pa kon boos worden en liet dat ook merken. Ik word ook weleens boos, maar zet dat meteen om in rust. Pa was impulsiever dan ik. Hij was met een nieuw idee vaak jaren voorruit en als het mislukte, zei hij altijd: “Ik ben veel te vroeg geboren.” Ik ben meer een schaker, denk een paar zetten vooruit. Het wonderlijke is dat mijn zoon juist weer meer lijkt op zijn opa.”

Jacques de Leeuw stapt uit de top van het concern, maar blijft zich bemoeien met de gang van zaken. Dat is nu eenmaal de aard van het beestje. Bezeten van zijn werk, het is hem er beslist niet om te doen het eigen vermogen verder aan te vullen. “Ik heb net een broodje kaas gegeten,” relativeert hij, “en dat smaakte uitstekend. Moet ik dan zes broodjes kaas eten, omdat ik het geld daarvoor heb?”

Erg veel rust zal hem de komende tijd niet worden gegund, want de economische crisis is nog niet op zijn dieptepunt en treft vooral de tijdschriftenwereld. Adverteerders laten het afweten, omdat hun producten minder worden verkocht. De klant houdt zijn geld op zak, bevreesd voor nog zwaardere tijden. Hoe ziet hij het medialandschap over een jaar of wat? “Dat is een maanlandschap, met heel veel kraters en zand en af en toe een uitgever. De inzet is voorlopig: wie blijft er over? Ja, alles wordt minder. Het is dramatisch. Puur dramatisch. Nog niet eerder heb ik het zo slecht meegemaakt.”


Daarin schuilt dan ook wel weer een uitdaging, want De Leeuw moet ook laten zien dat hij kan ondernemen onder de economisch slechtst denkbare omstandigheden. Zo ziet hij het zelf tenminste. En hij heeft een sterk ontwikkeld gevoel van verantwoordelijkheid jegens al die mensen, al die gezinnen die van hem en zijn bedrijf afhankelijk zijn.

Van internet verwacht hij veel, ook al wordt er door de verschillende websites van kranten en tijdschriften nergens nog veel geld mee verdiend. “Maar dat gaat een keer gebeuren,” voorziet hij, “en dan moeten wij er staan. Daarom gaat veel aandacht de komende jaren uit naar de websites. De papieren kranten en tijdschriften zullen ondergeschikt aan die ontwikkeling worden.”

Wat betekent dat voor HP/De Tijd? “Dat is een ijzersterk merk en dat zal het blijven. Maar ook HP ontkomt er niet aan allereerst de focus te verleggen naar de website, al zullen de liefhebbers van de papieren editie voorlopig ook bediend blijven.”

Joke Knoop: ‘Het leven is een carrousel – Over leven en werken van vader Huub en zoon Jacques de Leeuw’. De Vrijbuiter. €12,50. Te bestellen via www.ako.nl.

Frans van Deijl