Triltherapie

Hysteria is een luchtig kostuumdrama. Maar wel eentje met een zeker olala-gehalte.

Regisseur Tanya Wexler wordt niet moe het te herhalen: we moeten Hysteria vooral zien als een luchtige romantische komedie. Toch krijgen de filmmaakster en haar hoofdrolspelers tijdens een groepsinterview in Toronto een uitputtende reeks vragen die anders suggereren. Vragen over de mores van het Victoriaanse Engeland, over geschiedenis, over klassenbewustzijn, over emancipatie, over de ontwikkeling van de psychologie en – vooral – over seks.

Wexler heeft het een beetje over zichzelf afgeroepen. Want hoewel Hysteria inderdaad een amusante en licht verteerbare komedie is en we de historische context niet al te serieus moeten nemen, heeft de film een bijzondere invalshoek die het verhaal van een interessant (en pikant) tintje voorziet. Hysteria gaat voor een belangrijk deel over de uitvinding van de vibrator.

De film volgt twee artsen die een aanzienlijke cliëntèle van hysterische dan wel gespannen vrouwen aan zich hebben weten te binden. Hun behandeling voorziet in het handmatig ‘stimuleren’ van het vrouwelijk geslachtsorgaan waarbij een ‘paroxisme’ (lees: orgasme) teweeggebracht wordt, waarna de patiënt tevreden en ontspannen naar huis kan. Door het overweldigende succes van de kliniek kunnen de artsen (Hugh Dancy en Jonathan Pryce) het werk niet meer aan; ze komen letterlijk handen tekort.

Een excentrieke huisgenoot die voort-durend met elektrische apparaten in de weer is (Rupert Everett), schiet te hulp. Hij ontwerpt een trillend apparaatje dat het effect van de handmassage kan nabootsen. Maar werkt het ook?

Een van de dienstmeisjes stelt zichzelf ter beschikking van de wetenschap. In een eerder leven voorzag deze Molly (“Ze noemden me Molly the Lolly, zal ik je laten zien waarom?”) in haar onderhoud als prostituee. Tegen vergoeding is Molly best bereid de nieuwe uitvinding te testen – onder het gespannen toeziend oog van drie volwassen mannen, die in opperste concentratie de gang van zaken tussen haar gespreide benen bestuderen. Het levert een verrukkelijke en absurde scène op, die extra hilarisch wordt door de grote beschermingsbrillen die de mannen hebben opgezet. Alsof de nieuwe vinding ernstig letsel aan de ogen zou kunnen toebrengen.


Nee, het betreft hier géén betrouwbare historische reconstructie, benadrukt de regisseur nog maar eens. Wexler: “Dit is geen documentaire. Maar de grote lijnen van het verhaal kloppen wel degelijk. De vibrator is aan het einde van de negentiende eeuw in Engeland ontwikkeld in opdracht van artsen die daarmee vrouwelijke patiënten probeerden te helpen bij echte of gefingeerde klachten.”

Ze heeft zich de afgelopen jaren grondig in de materie verdiept. “Er is een omvangrijke literatuur over seksualiteit in het Victoriaanse tijdperk; zelfs over de vibrator en het ontstaan daarvan is behoorlijk wat geschreven.” Bovendien brak in de jaren tachtig van de negentiende eeuw de medische wetenschap zich het hoofd over (vermeende) aandoeningen van het zenuwstelsel, die bij vrouwen zouden leiden tot een ziekte die ‘hysterie’ werd genoemd.

De personages uit de film zijn losjes gebaseerd op bestaande personen. “Maar we hebben wel de vrijheid genomen ze een beetje naar eigen hand te zetten. De artsen en de uitvinder in deze film zijn een optelsom van verschillende historische personages.”

Door de plaatsing in het Victoriaanse tijdperk kon Hysteria een visueel rijke kostuumfilm worden. Wexler: “Mode en design waren in die tijd krankzinnig. Set decorators durven het nauwelijks aan om kleding, interieurs en meubilair accuraat weer te geven. In de ogen van het publiek ziet dat er al snel ongeloofwaardig uit, maar ik vond het heerlijk dat te tonen.”

Een belangrijke rol is weggelegd voor Maggie Gyllenhaal. Zij speelt een filantropische jonge vrouw uit de bovenklasse die zich het lot van paupers uit de East End aantrekt en daar als een activiste goede werken probeert te verrichten. Gyllenhaal: “Het is een vrijgevochten type dat nog niet helemaal weet hoe ze haar energie in moet zetten. Ze heeft zich hartstochtelijk tégen allerlei zaken gekeerd. Daar ontleent ze haar identiteit aan, haar vrijheid. Vergeet niet dat vrouwen in het Victoriaanse tijdperk letterlijk en figuurlijk in een keurslijf zaten. Mijn personage wil zich daarvan bevrijden, al weet ze niet precies hoe.”


Ook Gyllenhaal hamert erop dat Hysteria naast een film over mores in het Victoriaanse tijdperk óók een screwball comedy is over twee jonge mensen die om elkaar heen draaien. “Ik vond het heel verfrissend dat het verhaal zo luchtig is. Dat doet geen afbreuk aan de inhoud. Integendeel: soms is mensen aan het lachen maken de beste manier om iets onder de aandacht te brengen.”

Jonathan Pryce valt in: “Er zijn onderwerpen waar je eigenlijk pas over durft te praten na een paar grappen. Juist door de luchtige toon en de humor van deze film kun je de vibrator ter sprake brengen. Want het is toch geen onderwerp dat je aansnijdt als je met iemand zit te lunchen.”

Tijdens de opnamen vermaakten de acteurs zich regelmatig met het verzinnen van slogans en wervende slagzinnen.

Gyllenhaal: “Wij hopen dat u komt…”

Pryce: “Want dit is een film met een uitstekende buzz…”

Gyllenhaal: “A thrilling experience.”

Gyllenhaal wijst erop dat de tijd de politieke agenda van haar personage heeft ingehaald, maar dat het ongemak om over bepaalde seksgerelateerde zaken te praten, nog bestaat. “Dat merk ik goed nu ik interviews voor deze film doe. Ik denk voortdurend na: welke woorden kan ik wel gebruiken, welke niet. In de film hebben de artsen het steeds eufemistisch over de ‘behandeling’ van vrouwen. Dat klinkt een beetje schijnheilig. Maar ik betrap mezelf erop dat ik er ook omheen zit te praten. Ik probeer de hele dag al een term te verzinnen die niet al te vaag is en die toch ook weer niet al te plat klinkt. Vermoedelijk komt ‘vingeren’ het dichtst in de buurt, maar dat is een woord dat ik toch ook weer niet zo makkelijk uitspreek. Zo bezien is er nou ook weer niet zo veel veranderd. Seks is nog steeds een bron van ongemak.”


Dat heeft Jonathan Pryce ook ervaren bij de voorbereiding. Sommige scènes brachten hem enigszins in verlegenheid. “Bij veel handelingen in een film kun je terugvallen op patronen. In overleg met anderen ontwikkel je een soort choreografie. Maar bij deze film was dat een beetje ongemakkelijk. Neem die scène waarin we de eerste vibrator testen. Ik wilde dat zo geloofwaardig mogelijk doen. Maar bij de vraag welke houding ik aan moest nemen of welke bewegingen ik wel en niet moest maken, was er niets waar ik op terug kon vallen.”

Over de praktische gang van zaken op de set wil Wexler nog wel kwijt dat een strategisch geplaatst zandzakje voorkwam dat de acteurs tijdens de opnamen al te intiem contact hadden. Een hernieuwde poging om de regisseur tot uitspraken over seksuele mores in de negentiende eeuw te verleiden, wordt beleefd doch beslist afgewimpeld. “Some Like It Hot is een van mijn favoriete films. Jack Lemmon en Tony Curtis lopen daar voortdurend rond in vrouwenkleren. Maar ik koester niet de illusie dat ze op grond daarvan veel zinnigs te melden zouden hebben over de transgenderproblematiek.”

‘Hysteria’ is vanaf 8 december te zien in de bioscoop.

Erik Spaans