Wie mooi wil zijn, moet nep worden

Voor mannen: lang, slank en gespierd. Kort haar, een stoere uitstraling. Nonchalante houding en kleding, en niet te veel lichaamsbeharing. Voor vrouwen: slank tot mager. Lipjes getuit en borstjes vooruit. Lang haar, make-up en een sexy uitstraling. Vaak blond en blank. En zéker geen lichaamsbeharing. Dit is, kort samengevat, het westerse schoonheidsideaal zoals we dat dagelijks op tv, in reclames en in glossy’s zien. Dit is niet altijd zo geweest. Schilderijen van Hollandse meesters tonen voluptueuze vrouwen als ideaalbeeld van sensualiteit; mannen met baarden gekleed in lange gewaden kijken ons vol trots vanaf het doek aan. Toch is een vergelijking met het verleden niet voldoende om het huidige ideaal te relativeren: mensen wíllen er blijkbaar aan voldoen. Met dezelfde kleding, dezelfde cosmetische producten en zelfs ‘normalisering’ via plastische chirurgie. Waarom willen we er zo graag hetzelfde uitzien? Wat voor gevolgen heeft dit? En zit er een vorm van waarheid – échte schoonheid – in ons huidige schoonheidsideaal?

“Schoonheidsidealen veranderen duidelijk mettertijd. In de Middeleeuwen en de Renaissance was schoonheid verbonden met absolute waarheid. Een kunstwerk of een mooi mens viel buiten het alledaagse, en werd gezien als een voorafspiegeling van een hogere, goddelijke werkelijkheid.In de negentiende eeuw veranderde dit. Schoonheid was niet langer iets objectiefs, maar iets waar de mens zelf aan kon werken. Het idee bleef dat schoonheid een andere wereld liet zien, maar wel binnen deze wereld. Mensen hebben dus de vrijheid om zichzelf en de wereld mooier te maken. Vanaf dat moment werden naast beeldende kunst ook design en mode belangrijke culturele verschijnselen.

“In het huidige schoonheidsideaal zit nog steeds het idee dat mooi zijn een kwestie is van menselijk ingrijpen. Mooi zijn wordt een keuze. Die keuze leidt er paradoxaal genoeg toe dat we allemaal hetzelfde gaan kiezen. Er zijn dominante idealen, waar iedereen achteraan rent. Die idealen zijn volledig arbitrair en afhankelijk van tijd, plaats en cultuur.

“Er is nu meer keuzevrijheid om je uiterlijk vorm te geven dan vijftig jaar geleden. Maar die wordt minder gebruikt, omdat mensen hun keuzes baseren op wat anderen doen en daaraan hun identiteit ontlenen.”

“Het huidige, commerciële idee van schoonheid is niet meer weg te denken uit de beeldcultuur. De ideale schoonheid wordt geassocieerd met seks, maar wel met fake-seks. De orgasmelook noem ik dat. Er verzorgd en aantrekkelijk uit willen zien is niet verkeerd, maar we zien momenteel wel een overkill van het gefotoshopte en overgeseksualiseerde vrouwbeeld.

“Mensen worden helaas ongevoelig voor die nepbeelden. Van een anoniem model dat met een orgastische blik tandpasta aanprijst, kijkt niemand meer op. Maar tegelijkertijd zijn we enorm hypocriet zodra het persoonlijk en authentiek wordt. Ik maak foto’s van mezelf in rauwe seksuele poses, om mijn verlangens en exhibitionisme om te zetten in kunst. Maar dán kan het opeens niet, en is het een schande. Als je de beelden die we dagelijks zien verandert, erover reflecteert en als het ware terugspuwt, schrikken mensen opeens.


“Volgens mij zijn we in Nederland seksueel nog helemaal niet zo bevrijd. Enerzijds zien we overal een nepbeeld van beauty en seks, anderzijds zijn onze opvattingen heel restrictief, omdat je als vrouw of moeder je seksuele verlangens niet mag tonen. Ook is het voor mannen normaal om grappen te maken over seks en vrouwen, maar andersom niet. Daar wil ik wel voor vechten. Ik hoorde kunstenaar Erik van Lieshout in Zomergasten zeggen: ‘En dan kijk ik eens wat porno in mijn atelier… Ik ben ook gewoon een geil beest.’ Dat doe ik ook en ben ik ook. Maar als ík dat zou zeggen… Als je in Nederland moeder bent, zoals ik, moet je seksleven over zijn en moet je hoofdpijn hebben of zo. Ik zou willen dat ik ook bij Zomergasten kon zeggen dat ik een geil beest ben. Je moet je los durven maken van opgelegde schoonheid en seksuele conventies.”

“Mensen willen graag op elkaar lijken en ‘erbij horen’. Dat zit in ons brein ingebouwd. Maar het huidige schoonheidsideaal is juist heel moeilijk na te volgen. Extreem mooie mensen vallen namelijk juist buiten de orde.

“Veel mensen die cosmetische chirurgie willen, zijn qua uiterlijk heel gewoon. Maar soms ontstaat een discrepantie tussen hoe ze er écht uitzien, en het beeld dat ze van hun lichaam hebben. Hoe groter die discrepantie, hoe ontevredener mensen worden.In de cosmetische industrie gaan miljarden om om mensen ontevreden te maken. Deze bedrijven confronteren ons met anderen die knapper zijn dan wij. Hierdoor gaan we ons gefrustreerd voelen, ook al is het beeld gefotoshopt. Het cosmetische product kan dan zogenaamd uitkomst bieden.Een voorbeeld is een reclame over ‘de zeven tekenen van veroudering’. Je ziet een vrouw van rond de dertig, waar niks mis mee is. Dan wordt er ingezoomd op haar huid en hoor je een stem over verouderingssignalen spreken. Mensen gaan dan thuis denken: hé, dat heb ik ook! Heel gewone dingen, zoals een rimpel, worden op deze manier tot ziekte gemaakt. Terwijl een volkomen gladde huid pas echt abnormaal zou zijn.


“Ik denk dat het wenselijk is om jongeren thuis en op school duidelijk te maken dat de ontevredenheid over hun lichaam kunstmatig in stand wordt gehouden. Ons schoonheidsideaal is geen weerslag van de werkelijkheid. Mensen moeten leren dat te relativeren, want nu worden veel meisjes en jongens onnodig onzeker gemaakt. Tegenwoordig is de teneur: je bent pas echt als je fake bent. Leg dat maar eens uit aan een marsmannetje.”

Isabelle Buhre