De euro overleeft ons allemaal

Natuurlijk kan het resultaat van de laatste crisistop in Brussel, waarop het weer vijf voor twaalf was voor de euro, als too little, too late worden afgedaan. Maar degenen die dat zeggen kijken niet goed en zitten vooral in de Angelsaksische wereld, waar het complexe Europese integratieproces op onbegrip stuit en niet op waarde wordt geschat. Niet dat ik hun scepsis wil wegwuiven. Integendeel, zonder Atlantische samenwerking zou Europa van de kaart zijn geveegd, en in New York en Londen zetelt het mondiale kapitalisme. Maar het idee dat de euro op instorten staat, komt van de zijlijn en miskent het belang dat Duitsland en Frankrijk hechten aan de voortzetting van hun historische verzoeningsproject.

Twintig jaar geleden riep de Britse premier John Major na de top in Maastricht waarop de euro werd geboren uit dat het ‘game, set, and match for Britain’ was. Hij had bedongen dat zijn land niet aan de euro zou meedoen, een opt-out waar de Britten op Black Wednesday in september 1992 voor zouden boeten met een keiharde uitstoting van het pond sterling uit het Europese wisselkoersmechanisme. Nu staan de Britten bij voorbaat al buitenspel. De huidige Britse Conservatieve premier, David Cameron, zit klem tussen zijn eigen achterban die niks van Europa wil weten en de financiële noodzaak voor het eigen bankwezen om de euro te redden. Een onmogelijke spagaat, die hem machteloos maakt tegenover Angela Merkel en Nicolas Sarkozy, die beiden zeer doordrongen zijn geraakt van het gewicht van hun verstandshuwelijk. Alle speculatie over een mogelijk uiteenvallen van de Europese muntunie is niet meer dan dat: speculatie. Cameron, die weigerde akkoord te gaan met een nieuw verdrag dat Europa financieel moet disciplineren, moest dan ook erkennen dat het beter voor zijn land is als de zeventien eurolanden verdergaan en Groot-Brittannië daarbuiten staat.

De eurozone is niet uiteengevallen, en negen van de tien landen die de euro niet hebben blijven in het kielzog van de eurozone. De Britten zijn trouwens niet de enige spelbrekers die buitenboord zijn gezet. Eerder lieten Merkel en Sarkozy al weten dat een toekomstige muntunie denkbaar is zonder Griekenland. Niet dat dit aanstaande is, maar het kán (wat de Grieken ook enige voorbereidingstijd geeft als ze naar de drachme willen terugkeren). Echt waarschijnlijk is zo’n ‘vrijwillig’ uittreden niet, want de verdragen voorzien er vooralsnog niet in, en het blijft moeilijk voorstelbaar hoe lidstaten op gecontroleerde wijze kunnen terugkeren naar hun nationale munten (die bewust zijn afgeschaft). Zoiets moet van de ene op de andere dag gebeuren, in het geheim, en het vertrouwensverlies en kwaad bloed dat zoiets oplevert, zal enorm zijn. Het lijkt mij ondoenlijk.


Daarom is het zinniger te kijken naar wat er al wel is gebeurd. In Portugal en Spanje hebben we een regeringswisseling gezien. De Ieren zijn weer voorbeeldig, qua broekriem. Griekenland heeft een nieuwe premier, België een nieuwe regering. De fratsenmakers Dominique Strauss-Kahn en Silvio Berlusconi zijn te kijk gezet en afgetreden. Met meer discretie zijn de rigide heren van de Bundesbank opgestapt, kocht de Europese Centrale Bank schuldpapier van probleemlanden op, en is hyperpresident Sarkozy getemd. Ondertussen predikte de Duitse regering tucht en discipline en weigerde zij in te stemmen met de door de markten gewenste verviervoudiging van de Europese noodfondsen. Niet de stoutmoedige aanpak die de buitenwereld graag ziet, maar het is wel degelijk ernst, en de Duitsers hebben steeds gezegd dat er geen snelle oplossing is en dat het nog tien jaar gaat duren. ‘Too little, too late’ zou ik dat niet willen noemen.

Volgens mij toont dit de kracht van de euro, een munt die geen kiezer wil en die iedereen zwaar op de maag ligt. Desnoods brandt heel Griekenland af, krijgt Italië de status van Vaticaanstad, en eten ze in Spanje alleen nog pepernoten, maar de euro overleeft ons allemaal. Inderdaad, een keiharde munt, veel harder dan we ooit hadden kunnen denken.