Een goed gesprek met Henk Krol & Jörgen Raymann

Er raast een decemberstorm over het Gooimeer. De regen klettert met vlagen tegen de ramen van Brasserie Bakboord in Almere-Haven. Jörgen Raymann woont een paar straten verderop. Hij komt hier regelmatig, en waardeert naast de Franse keuken vooral de uitstekende wijnen.

Je was ooit zelf restaurateur?

“Klopt. In de periode dat ik in Nederland studeerde, werkte ik in Utrecht in het Surinaamse restaurant Pomo. Later heb ik met de opgedane kennis enkele jaren zelf een restaurant gedreven in Suriname.”

Maar van geboorte ben je Nederlander?

“Ik ben in Amsterdam geboren, maar binnen een jaar verhuisden we terug naar Suriname omdat mijn vader, die hier economie had gestudeerd, daar een eigen accountantsbureau begon.”

Hoe ben je weer in Nederland terechtgekomen?

“Ik ging economie studeren, zodat ik de zaak van mijn vader zou kunnen overnemen. Hij was getroffen door een beroerte. Maar dat is er nooit van gekomen.”

In wat voor gezin groeide je op?

“Voor Surinaamse begrippen was het erg klein. Vader, moeder, zoon en dochter. Mijn zus heette Peggy. Ze was vier jaar ouder dan ik.”

Je zegt ‘was’: is ze er niet meer?

“Ik was 19 toen ze plotseling overleed, op haar 24ste. Een hartstilstand. Dat was heel heavy. Ik was toen in Nederland. Op de luchthaven Zanderij heb ik haar voor het laatst gezien. Peggy mocht niet naar de vertrekhal om me uit te zwaaien; maar omdat haar man militair was, kon die wat regelen.

“Op 5 december kwam ik terug van college en vertelde mijn oom, bij wie ik toen woonde, dat Peggy in Suriname onwel was geworden. Ik dacht dat ze in coma lag, maar ze was al overleden. Op 17 december zou haar dochtertje één jaar worden. Peggy was net bezig met de voorbereiding van die verjaardag. Ineens kreeg ze het benauwd; ze ging naar de spoedeisende hulp. Daar zeiden ze dat er niets aan de hand was. Maar haar man vertrouwde het niet. Hij ging met haar naar de huisarts. Die hoorde iets op haar borst. Ze moest onmiddellijk naar het ziekenhuis. Op de kamer van de internist viel ze neer. Even later was het voorbij.”


Voor jou is Sinterklaas dus nooit meer een feest?

“Die dag zal me altijd herinneren aan haar dood. Ik ben meteen naar Suriname gevlogen om moeder te helpen. Die stond er alleen voor nadat mijn vader door een hersenbeschadiging hulpbehoevend was geworden. Toen kreeg ze ook nog de zorg over haar kleinkind, haast nog een baby.”

Hoe is het nu met de kleine meid?

“Zij is inmiddels een vrouw van 25 met een eigen kapsalon in Suriname. Ze zorgt in de winter voor mijn moeder. In de zomer komt moeder naar Nederland, dan zorgen mijn vrouw Sheila en ik voor haar.”

Je bleef maar kort in Suriname.

“Na de begrafenis ging ik weer naar Nederland. Dat werd een zware periode. Mijn toenmalige vriendin maakte het uit, ze had een verhouding met een ander. Ik ging door een hel, tot ik een jaar later Sheila tegenkwam.”

Als voorgerecht is er gepocheerde gamba met Canadese kreeft, gerookte makreel en een citroen-peperdressing. De bijbehorende wijn is een Prova Regia uit Portugal.

Je trouwde erg snel met Sheila.

“Dat deed ik voor mijn vader. Hij bleek kanker te hebben, had nog een jaar te leven. Ik wilde dat hij kon zien hoe gelukkig ik met Sheila ben. Vader was net in Nederland om te revalideren na zijn hersenbloeding. Hij kon bij ons huwelijk aanwezig zijn in een rolstoel. Sheila en ik waren alle twee student. We waren straatarm, maar dolgelukkig. Omdat we geen cent te makken hadden, zorgden onze vrienden ervoor dat we de studentenbar mochten gebruiken, mijn schoonouders betaalden de taart. Onze ringen kochten we voor 119 gulden. Kijk, deze is het, na negentien jaar draag ik hem nog vol trots. Vader overleed korte tijd later. Sheila was zwanger en ik wilde met haar naar Suriname terug om onze kinderen daar te laten opgroeien.”


Jij wilde al vroeg de bühne op?

“Ik was vier jaar oud. Er was een modeshow in De Oase, een countrybar in Suriname. Ik was een aanstellerig jongetje dat altijd zat te ginnegappen. Daarom zei de organisator: ‘Wil je meedoen met de modeshow?’ Natuurlijk wilde ik dat. Op het podium zag ik alle meiden in de zaal juichen. Dat gaf me een rush. Vanaf dat moment greep ik elke kans om op een podium te kunnen staan, maar ik wilde ook de wereld verbeteren.”

Vond je familie dat wel goed?

“Tante Olga zei: ‘Jörgen, verdoe je tijd niet op de universiteit. Je moet naar de toneelschool. Dat is jouw ding, je bent een natuurtalent.’ ‘Lieve tante Olga’, zei ik, ‘daar valt in Suriname geen droog brood mee te verdienen.’ Daarom wilde ik naar de universiteit. Daar ontdekte ik het interfacultair studentencabaret.”

In Nederland kreeg je bekendheid met je optredens voor de Comedy Factory. Werd je daar ontdekt?

“Enkele mensen van de NPS zagen me. Ze planden een programma en vroegen mij als presentator.”

Inmiddels trek je achttien jaar volle zalen als cabaretier.

“Toch start in januari mijn voorlopig laatste theatertour. Mijn nieuwe passie is motivation, waarbij ik vertel over diversiteit en over mijn nieuwe ik.”

Hoe kwam je daartoe?

“Ik heb vier dagen lang mogen optrekken met Stedman Graham, die wereldberoemd is geworden met zijn Nine Steps To Success. Ik destilleerde daaruit samen met mijn goede vriendin Dionne Abdoelhafiezkhan de Hi5-methode. Daarmee motiveer ik mensen. Je laat ze naar hun handen kijken en vraagt hun de vingers één voor één omhoog te steken. Eerst de duim. Die staat voor positiviteit en passie. Dan de wijsvinger, die kan een doel aanwijzen en is symbool voor weten wat je wilt. Je middelvinger steekt met kop en schouders boven de rest uit. Dat moet je zelf ook doen. Hou het overzicht. Zorg dat je weet wat er gebeurt. De ringvinger duidt op trouw en betrouwbaarheid. De pink laat je beseffen dat je altijd bij de pinken moet blijven. Je moet je blijven ontwikkelen.”


Ben je zelf weleens tevreden?

“Eigenlijk nooit. Zeker niet over mezelf. Mijn vader zei altijd: ‘De dag dat je tevreden bent, stop dan maar. Dan heeft het geen zin meer.’ Er is altijd meer uit je leven te halen. Ik ben dankbaar, dat is iets anders dan tevreden.”

Een combinatie van gegrilde griet en dorade met bloemkoolzalf en kreeftenjus gaat vergezeld van een chardonnay uit Argentinië van de Famiglia Bianchi.

Je draagt bijna altijd een kruisje. Ben je gelovig?

“Zeer. Ik ben katholiek opgevoed. Ik ben gedoopt, heb mijn eerste heilige communie en het heilig vormsel ontvangen, ben in de kerk getrouwd.” Met een forse lach: “Ik heb nu nog maar twee sacramenten tegoed.”

Je bidt ook?

“Ik bid uit dankbaarheid om wat mij allemaal wordt gegund. Ik bid niet om iets te vragen. Mijn geloof leert me ook dat je, als het goed met je gaat, verantwoordelijk moet zijn voor anderen. Daarom heb ik een fonds om kinderen in Suriname te helpen en ben ik Unicef-ambassadeur.”

Kom je nog vaak in Suriname?

“Minimaal twee keer per jaar. Het wordt steeds populairder als vakantiebestemming. Ik denk dat de president die we nu hebben de luchtvaarttarieven zal opengooien, dan wordt het nog betaalbaarder.”

Je formuleert het zo fraai, maar je bedoelt gewoon Bouterse?

“Ja, ik ben absoluut geen fan van hem. Toch heb ik geregeld contact met mensen uit zijn regering. Die weten hoe ik over hem denk. Ze weten ook dat ik geen rancune ken. Het fascineert me dat Bouterse, net als ik, erg met jeugd bezig is. Net zoals wij Nederlanders na de Tweede Wereldoorlog niet konden blijven doorgaan met Duitsers haten, zo wil ik bepaalde zaken laten varen om verder te kunnen. En dat terwijl mijn vader een van de eerste slachtoffers was van Bouterse. Pa leerde me vergevingsgezindheid. Dat wordt me niet door iedereen in dank afgenomen, zelfs niet door mijn vrienden. Daarom steun ik de regering-Bouterse op onderdelen. Hij is met jongeren meer visionair bezig dan eerdere regeringen.”


Het hoofdgerecht is een hazerug met rode kool, broccoli en wildjus.

Zou je ook optreden voor Bouterse?

“Ja, waarom niet? Dat heb ik al eens gedaan.”

Zou je vader dat hebben gewild?

“Dat weet ik niet. Ik wil het. Vader zou mijn keuze in elk geval respecteren. Mijn moeder is het volstrekt niet met me eens, maar ook zij eerbiedigt mijn keuzes. Ik ken mensen wier familie is vermoord tijdens de Decembermoorden in 1982 en toch zijn ze nu indirect met Bouterse verbonden. Waar hebben we het dan nog over? Bovendien zeggen de Decembermoorden de meeste jongeren niets meer. Ik heb me altijd ingezet voor de kinderen van Suriname. Een deel van mijn in Nederland verdiende geld investeer ik al jarenlang in het land waar ik mijn roots heb. Met mensen van de vorige regering heb ik nooit een behoorlijk gesprek kunnen voeren. Met vertegenwoordigers van de regering-Bouterse wél. Ik was laatst maar vier dagen in Suriname, maar werd direct gebeld door de minister van Buitenlandse Zaken. Hij wilde met me praten. ‘We weten dat je politiek neutraal wilt blijven, maar we spreken je graag omdat je veel doet voor onze jeugd. Jouw projecten willen we ondersteunen.’ Moet ik dan zeggen: ‘Je bent een klootzak, met jullie wil ik niets te maken hebben?’ Mensen hoeven voor mij niet te bepalen waarin ik principieel moet zijn. Dat bepaal ik zelf. Ik weet welk leed de tegenstanders van het toenmalige militaire regime is aangedaan. Het is niet meer aan mij om daarover te oordelen.”

Heeft dat ook met je geloof te maken?

“Ja, dat leert me dat de betrokkenen van toen zich eens moeten verantwoorden. Ik wil me niet verlagen tot het niveau waarop mensen proberen hun eigen recht te halen.”


Ben je altijd zo verdraagzaam?

“Laatst is er bij me ingebroken, een uur voordat ik naar het theater moest. Geld, sieraden, alles was weg. Het waren mensen geweest die precies wisten waar ze moesten zijn. Ik ben met de kinderen naar huis gereden en heb gezegd: ‘Kom, laten we even bidden. Bidden dat de mensen die het hebben gedaan tot inkeer komen. Zelfs mijn beste vriend begreep dat niet. Maar wat heb je aan negatieve emotie? Die brengt je alleen in een negatieve spiraal.”

Als nagerecht serveert Sander Nordsiek de door chef-kok Raymond Kuhlman bedachte crème brlée van amandel met daarbij een Moscato d’Asti.

Wat doet Raymann over vijf jaar?

“Dan ben ik aan het afronden in Nederland. Sheila en ik verhuizen tegen die tijd naar Curaçao. Ik ben stapelgek op dat eiland. Ik ben nu vijftig, over vijf jaar wil ik met haar gaan genieten. Ik heb er genoeg vrienden om me er senang te voelen. In Suriname zou ik me te veel met alles en iedereen gaan bemoeien, omdat het mijn land is. Op Curaçao zit ik op twee uur vliegen van Suriname: vlak bij Amerika, waar mijn ene dochter gaat studeren, en op een paar uur van Nederland, waar mijn andere dochter wil blijven. Lekker met Sheila cruises maken in het Caribisch gebied, naar prachtige eilanden als Martinique en Guadeloupe.

“Om op Curaçao toch nog iets om handen te hebben, willen we een bed & breakfast beginnen. Zij kan fantastisch koken en mij moet het toch lukken om gasten te entertainen. Misschien dat ik dan later, na mijn zeventigste, uiteindelijk toch nog in Suriname terechtkom.”

Brasserie Bakboord, prachtig gelegen aan het water in Almere-Haven, is een plek om culinair te genieten. Het restaurant is zeven dagen per week geopend voor zowel lunch als diner. Wie er een wijnarrangement kiest, wordt verrast met bijzondere keuzes.


Angelique en Wim Koemeester zijn perfecte ondernemers die hun gast met egards ontvangen. Op zondagmiddag is het de plek voor een alom vermaarde afternoon tea. Brasserie Bakboord, met parkeergelegenheid voor de deur, heeft een innovatieve keuken die – ook gezien de gunstige prijsstelling – zeker zeven HP’tjes waard is.