Evolutiekneusjes

Vraag me niet waarom precies, maar ik beleef een heimelijk genoegen – nee nee, niet zúlk genoegen – aan lezen over het seksleven van dieren. In mijn boekenkast staat Het hijgend hert en andere hoogstandjes van John Sparks, vertaald door Midas Dekkers. Daarin gaat het bijvoorbeeld over het beest met de langste penis (de zeepok, met een uitrolbaar geslachtsdeel twintig keer groter dan hijzelf), over de testikels van de blauwe vinvis (zeven kilo per stuk) en over het ejaculaat van het varken (een halve liter per keer).

Dat soort weetjes dus, die het trouwens altijd goed doen op verjaardagen.

In De stinkende scharrelpapegaai van Lucas Wenniger kom ik ook ruimschoots aan mijn trekken. De titel van het boek slaat op de kakapo, een loopvogel die leeft in Nieuw-Zeeland. Dat mag op zich al een wonder heten, want weinig dieren hebben het zichzelf in de loop van de evolutie zo moeilijk gemaakt als de kakapo. Het dier kan amper wegvluchten voor belagers, stoot een geur uit die op grote afstand valt te herkennen en is een kieskeurige eter.

En ja, om hun seksleven vallen kakapo’s ook niet te benijden. Zo hebben kakapo-vrouwtjes hooguit eenmaal per jaar zin. Geen wonder dat de mannetjes in het paarseizoen bijna exploderen van geilheid. Episch is het fragment van een BBC-filmploeg waarin een bronstig kakapomannetje zich nestelt op het hoofd van een meegereisde zoöloog en hevig fladderend tot copulatie tracht te komen. Het ziet er ronduit meelijwekkend uit, en dat is dan ook de samenvatting van het leven van de kakapo: het dier zit zichzelf hopeloos in de weg. Je vraagt je af waarom de evolutie hem niet al tijden geleden uit zijn lijden verloste.

Die vraag kunnen we stellen bij alle dieren die Lucas Wenniger in zijn zeer aangename boek de revue laat passeren. In biologische vakliteratuur leiden ze een anoniem bestaan, verscholen achter een Latijnse soortnaam die geen leek zal onthouden. Maar Wenniger doopte de dieren slim om in ‘de creatieve snotsurfer’, ‘de verwijfde ibis’, de ‘pacifistische pampatank’, ‘de lelijke blobvis’ – en zo gaat het nog even door. Het zijn eigenlijk allemaal kneusjes die bestaan ondanks zichzelf. Ze zijn, zoals Wenniger het zelf omschrijft, met open ogen een doodlopend steegje van de evolutie binnengelopen.


Voor dergelijke verschoppelingen kunnen we alleen maar sympathie hebben. De stinkende scharrelpapegaai wekt inderdaad vertedering op, maar leert ons gaandeweg ook over de wonderlijke wegen in de evolutieleer. We krijgen geen biologie onderwezen aan de hand van de regels, maar aan de hand van de uitzonderingen. Wenniger scheert daarbij soms langs het ravijn van de meligheid, maar kan geen oppervlakkigheid worden verweten omdat hij het waarom van de bizarre fenomenen goed uitlegt.

En wie het educatieve minder aanspreekt, zal zich zeker blijven herinneren dat er in de diepzee vrouwelijke hengelvissen huizen die een half miljoen keer zo zwaar zijn als de mannetjes. Over hun ronduit gruwelijke seksleven zal ik vertellen op mijn volgende verjaardag.

Lucas Wenniger: De stinkende scharrelpapegaai en andere bizarre beesten. Bert Bakker, €18,95. Ook via ako.nl.

Ouwehoeren (1) – Martine & Louise Fokkens Steve Jobs – De biografie (2) – Walter Isaacson Dit wordt jouw jaar (4) – Ben Tiggelaar Wie verstaat er kips? (3) – Youp van ’t Hek Fokke & Sukke – Het afzien van 2011 (5) – Reid, Geleijnse & Van Tol Wij zijn ons brein (6) – Dick Swaab Mark Rutte is lesbisch (7) – Raoul Heertje LINDA. – De columns (8) – Linda de Mol Logboek van een onbarmhartig jaar (9) – Connie Palmen Stadsliefde (10) – Adriaan van Dis

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Mark Traa