Minister Kwist, een feuilleton (9)

Ze hadden afgesproken op een geheime locatie buiten Den Haag. Het zou niet verstandig zijn om in elkaars gezelschap gezien te worden. De ontmoeting vond plaats op initiatief van Ernest Kwist.

Totdat hij anderhalf jaar geleden tot zijn eigen verbijstering was gevraagd om toe te treden tot het kabinet-Rutte I als minister van het kleinste en minst belangrijke departement, had hij nooit enig moment een politieke carrière geambieerd. En als minister had hij zich vooral overal buiten gehouden. Wat hem betrof, had hij het liefst precies op die manier zijn ambtsperiode uitgezeten. Zonder brokken te maken. Dat was ook met het oog op het landsbelang al meer dan waarop de meesten van zijn collega’s konden bogen.

Maar nu was alles anders. Door een samenloop van omstandigheden was hij nu dus kennelijk in conflict met zijn eigen partijleider en vice-premier. En Ernest Kwist, die zich altijd buiten alle politieke spelletjes had weten te houden, moest toegeven dat hij er tot zijn eigen verbazing van genoot om de speler te zijn in een spel dat groter was dan hij kon voorzien. Die Verhagen had hij sowieso nooit gemogen. En velen in de partij met hem. Maar je moest hem niet onderschatten als tegenstander, dat wist Kwist maar al te goed. Maar dat maakte het spel ook precies interessant. “Ze zullen er nog van opkijken hoe goed Ernest Kwist kan schaken,” had hij tegen zichzelf gezegd. Er was een klein stemmetje in zijn achterhoofd dat hem waarschuwde dat het spel van politieke machinaties precies de valkuil was die hij tot nu toe zo behendig had weten te omzeilen. “We zullen zien,” had hij tegen dat stemmetje gezegd.

In zijn eentje was hij kansloos tegen Verhagen, dat was duidelijk. Hij had bondgenoten nodig. En hij hoefde er niet lang over na te denken wie hij moest spreken: Ernst Hirsch-Ballin, die zich anderhalf jaar geleden openlijk had durven te verzetten tegen het gedoogakkoord dat Verhagen het CDA door de strot wilde duwen. Omdat hij vermoedde dat zijn eigen telefoon in opdracht van Verhagen werd afgeluisterd door de AIVD, had hij zijn secretaresse José de opdracht gegeven de afspraak te regelen via haar privénummer.

Het was een gewaagde zet. Een minister die contact zocht met een van de grootste tegenstanders van de coalitie waarvan hij deel uitmaakte. Maar Hirsch-Ballin begreep het en wist het te waarderen. En zo kwamen ze in het diepste geheim bijeen om een gezamenlijke strategie te bespreken.

En ze waren het eigenlijk opmerkelijk snel met elkaar eens. Donner zou naar de Raad van State gaan. Daar was weinig meer aan te doen. En eigenlijk was dat alleen maar een voordeel. Als medestander van Verhagen kon hij in het kabinet veel meer kwaad dan daarbuiten. “Als jij nou nadrukkelijk verklaart in de pers,” zei Kwist, “dat ook jij beschikbaar bent voor die functie bij de Raad van State, maar dat je niet bent gevraagd, dan zou dat de positie van Donner verzwakken.” Hirsch-Ballin knikte.

Kwist vertelde dat hij was gepolst om Donner op te volgen, maar dat hij besefte dat die kans nu verkeken was. “Jij moet blijven zitten waar je zit, Ernest,” zei Hirsch-Ballin. “Op jouw ministerie kun je je profileren als relatieve buitenstaander. Op BiZa zou je veel te veel geassocieerd worden met de kern van het beleid van de coalitie. Het slimste zou zijn om iemand voor te dragen die voor Verhagen acceptabel is en die jou daarna vanwege die voordracht een gunst verschuldigd is. Een oud studiegenootje of zo. Weet je iemand?” Kwist dacht na. Hij wist wel iemand. “We lekken de naam van Liesbeth Spies.” Hirsch-Ballin glimlachte. “Ik denk dat we elkaar in de toekomst wel vaker gaan zien.”

Klik hier voor alle afleveringen van Minister Kwist, een feuilleton.

ilja leonard pfeijffer